januari 2016

COLUMN

Hans van den Oord

Kansenkaart

Hans van den Oord


Na de aanslagen in Parijs wordt veelvuldig gesproken over de banlieues en de Brusselse wijk Molenbeek als probleemwijken en no go areas. In deze gebieden stapelen de problemen zich op. Hoge jeugdwerkloosheid, criminaliteit, lage sociaal economische klasse, marginale huisvesting, weinig sport en culturele activiteiten. Nederland kent ook dergelijke probleemwijken met aanduidingen als probleemcumulatiegebieden of Vogelaarwijken. Maar in ons land zijn gelukkig geen no go areas. De overheid is met zijn ambtenaren en wijkagenten wel degelijk in deze gebieden actief.

Het is van essentieel belang dat deze vertegenwoordigers van de overheid weten wat er speelt in deze gebieden. Zij moeten als het ware hun oren letterlijk op de grond te luisteren leggen en analyseren wie de belangrijkste spelers zijn in deze locaties. Wie zijn de stakeholders,wat zijn de behoeften aan veiligheid, werk, wonen, gezondheid, sport, cultuur, welzijn en onderwijs.

De overheid heeft hierbij een faciliterende rol: zij dient het proces zodanig in te richten dat partijen zoals corporaties, scholen, verenigingen en bewonersvertegenwoordigers met elkaar in gesprek komen. Doel moet zijn draagvlak te creëren voor haalbare projecten waar ècht vraag naar is uit het betreffende gebied. Met andere woorden van onderop vraaggericht ontwikkelen in plaats van bovenaf vanachter de tekentafel op basis van planologische kengetallen voorzieningen inplannen. Integraal en horizontaal ontwikkelen in plaats van verticaal opleggen.

Tien jaar geleden heb ik vanuit deze principes een experimentele afdeling gebiedsgericht programmeren binnen de gemeente Eindhoven mogen opzetten. Met zeven medewerkers van buiten de gemeente, veelal jonge ambitieuze aanpakkers, zijn we aan de slag gegaan. Dit resulteerde in kansenkaarten die per stadsdeel bottom-up zijn ontwikkeld. Het principe van de vier O's van de functies Ontspanning, Ontplooiing, Ontmoeting en Opvang was hierbij leidend. De eerste drie O 's noemde ik de agenda van de meerderheid, daarbij is de rol van de overheid zeer bescheiden teruggebracht tot faciliteerder van het proces van gebiedsgericht programmeren. De vierde O is de agenda van de minderheid, daarbij is de rol van de overheid wel beslissend immers het gaat hier om het tackelen van hardnekkige problemen zoals bijvoorbeeld opvang van zwerfjongeren of tegengaan van radicalisering.

Deze methodiek zou toch ook geschikt zijn voor de aanpak in de banlieues. In de kansenkaarten kunnen de vragen waarvoor draagvlak is in een perspectief worden geplaatst met aandacht voor de identiteit van het gebied. Mensen kunnen dan weer trots zijn op hun leefomgeving. Ik sprak altijd over het laten draaien van het motortje van initiatief naar perspectief, de enige twee begrippen die volgens mij van belang zijn voor integrale en horizontale gebiedsontwikkeling.

Dit betreft echter wel een langjarige strategische aanpak, wat heel iets anders is dan een acute repressieve aanval op extremisten en de maatregelen gericht op deradicalisering. Beide sporen dienen volgens mij parallel te lopen. Zonder preventie is repressie immers dweilen met de kraan open of zoals Beatrice de Graaf hoogleraar internationale betrekkingen zegt: 'De beste terreurbestrijder is een wijkagent!'

Hans van den Oord
voorzitter stadssociëteit Transmissie



COLUMN Hans van den Oord

Rondweg

De Rondweg verbindt de identiteiten van de stadsdelen.


COLUMN Hans van den Oord

Democratie

Ledenaantal politieke partijen slinkt zienderogen


COLUMN Hans van den Oord

Gerobotiseerde samenleving


COLUMN Hans van den Oord

Shopping mall

Leegstaande winkelpanden in de binnenstad doen pijn aan de ogen.