• Brandveiligheid beter bekeken
18 juni 2013
18 jun 2013

Brandveiligheid beter bekeken

Wat is brandveiligheid? En hoe moeten we er als facility manager of gebouwbeheerder mee omgaan? Als we het woord ontleden, gaat het om veiligheid, toegespitst op de situatie brand. Een opvallende beperking, want moeten we veiligheid niet integraal benaderen?

Normaliter beschouwen we brandveiligheid in de zin van brandpreventie: het voorkomen van brand en het beperken van schade als gevolg van brand. Hiervoor zijn in de bouwregelgeving eisen gesteld. Dit zijn de welbekende bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen en voorzieningen als brandscheidingen, brandslanghaspels, ontruimingsplannen e.d. Naar onze mening is brandpreventie slechts een onderdeel van brandveiligheid. Bij brandveiligheid moeten we niet alleen kijken naar de bouwregelgeving, maar juist (ook) naar de arboregelgeving! Hierbinnen bestaat er een zorgplicht voor alle mensen die aanwezig zijn in een gebouw. In het kader van dit artikel kijken we specifieker naar de bhv-ers. Hoe is hun veiligheid geregeld in geval van brand? Zij gaan naar binnen, daar waar de niet-bhv-ers juist naar buiten gaan. De Arbowetgeving is kaderwetgeving en geeft slechts op hoofdpunten aan wat de werkgever moet doen met betrekking tot de bedrijfshulpverlening. Simpel gesteld moet een werkgever werknemers aanwijzen als bedrijfshulpverlener voor in elk geval:
- Het verlenen van eerste hulp bij ongevallen
- Het beperken van de gevolgen van ongevallen
- Het beperken en bestrijden van brand
- Het in noodsituaties alarmeren en evacueren van alle werknemers en andere personen, aanwezig binnen het bedrijf of inrichting.
Daarnaast wordt aangegeven hoeveel bedrijfshulpverleners er moeten zijn en dat zij beschikken over een zodanige organisatie, opleiding en uitrusting, dat zij genoemde taken naar behoren kunnen vervullen.

Wat leert de praktijk?
De werkgever verzoekt medewerkers bhv-er te worden. Die krijgen een opleidingscursus en een eventuele jaarlijkse herhaalcursus. Daar leren ze de deksel op een vetpan te leggen en een klein brandje te blussen. Dit, in combinatie met het voldoen aan de minimale (wetgeving is ondergrens) eisen vanuit de bouwregelgeving, geeft veel bedrijven het idee dat ze op een mogelijke brand zijn voorbereid. De praktijk heeft ons anders geleerd. De brand met fatale afloop in ‘Rivierduinen’ is hiervan een triest voorbeeld. Nergens in de Arbowet staat hoe vaak en hoe u uw bhv-ers moet opleiden/trainen. Het is een kaderwet en geeft dus alleen de kaders weer. Vrij vertaald staat er dat u moet zelf bepalen of uw bhv’ers over voldoende kennis en kunde beschikken. Hoe doet u dat? Gelooft u ons: het buiten blussen van een klein en gecontroleerd brandje op een mooie cursuslocatie met een heerlijke lunch, is niet hetzelfde als het blussen van een snel ontwikkelende brand met veel zwarte rook in het kopieerhok bij u in het bedrijf. Brand is per definitie onveilig. In combinatie met de Arbowetgeving moet u zichzelf de vraag stellen: Heeft u bhvers aangesteld enkel omdat het ‘moet’? Of omdat u beseft welke gevaren en risico’s er in uw bedrijf zijn. Weet u welke beheersmaatregelen er zijn genomen om deze preventief te beperken (o.a. op basis van de bouwregelgeving!) èn hebt u de restrisico’s in kaart gebracht? Zo ja, dán hebt u een basis waarop u kunt sturen. Want dan weet u aan welke gevaren en risico’s uw bhv’ers worden blootgesteld. Dán weet u welke eisen u moet stellen aan de opleiding en training van uw bhv’ers. Dit laatste kunt u alleen bereiken als u start aan het begin: namelijk bij het opstellen van een risicoinventarisatie en –evaluatie (RI&E).

RI&E
Een goede RI&E wordt gemaakt door de mensen actief in uw eigen organisatie. De mensen ‘op de vloer’ weten zelf heel goed welke gevaarlijke situaties zich kunnen voordoen. Een RI&E laat u, volgens ons, bij voorkeur niet door een externe adviseur maken. (En mocht u daar toch voor kiezen, denk dan goed na over de rol van die adviseur.) Bij het maken van RI&E worden de bedrijfsspecifieke gevaren, risicofactoren en risico’s in kaart gebracht. Daarna wordt methodisch een rangorde in gevaren bepaald. In onze optiek zijn dat de zwaarste gevaren, die waarbij ingeschat wordt dat het tot zwaar lichamelijk letsel of zelfs een dodelijk ongeval leiden. Het in kaart brengen van de benodigde beheersmaatregelen, die u daarna in kaart brengt, dient te geschieden volgens de ‘Arbeidshygiënische strategie’: de zogeheten bronaanpak. Eerst wordt bepaald of u invloed kunt uitoefenen op de bron van het gevaar of het risico op gevaar. Vervolgens zorgt u voor een scheiding van mens en bron waar mogelijk. Kan dat niet of onvoldoende, moeten persoonlijke beheersmaatregelen, mogelijk aangevuld met persoonlijke beschermingsmiddelen, ingezet worden. Deze bronaanpak is zo belangrijk, niet omdat dit vanuit de Arbowetgeving vereist is, maar juist temeer omdat hierin de winst voor het bedrijf zit. Naast minder of geen schade c.q. slachtoffers, bespaart u namelijk vooral op (onnodige) faalkosten door deze integrale benadering van veiligheid.

Integraal
Vanuit dit perspectief van het risico van brand, kunt u bijvoorbeeld om ‘andere redenen’ dan vanuit de bouwregelgeving ervoor kiezen om bijvoorbeeld belangrijke productie- of opslagruimtes extra te compartimenteren of te voorzien van een extra brandmelder dan vereist. Enerzijds omdat dit veiliger is voor het personeel, en dan met name de bhv-er, omdat een brand eerder wordt opgemerkt en beperkter kan blijven en dus eenvoudiger te bestrijden. Anderzijds beperkt u hiermee schade zodat u wellicht maar slechts 1 productie- of opslagruimte verliest en door kunt gaan met leveren van uw product. Iets wat na een alles verwoestende brand niet meer kan, waardoor uw klanten naar de concurrent overstappen. Maar het gaat verder. Stel: u bouwt een receptiebalie en voert gèèn RI&E uit op uw bouwplannen. Dan wordt mogelijk prima aan bouwregelgeving voldaan, maar kan men vergeten rekening te houden met bijvoorbeeld mogelijke vormen van agressie. Uw receptioniste moet kunnen ‘vluchten’ als er opeens iemand met een mes binnenstapt...

Ontruimingsplan
Een ontruimingsplan wordt veelal gemaakt omdat de bouwregelgeving daarom vraagt. Dit is enkel vereist als een gebouw voorzien moet zijn van een brandmeldinstallatie. Dit betreft dan een ontruimingsplan voor het bestrijden van de risico’s van een brand. Maar zoals het voorbeeld van de receptiebalie laat zien kunnen we meer calamiteiten definiëren waarbij ontruimd moet worden. Denk bijvoorbeeld ook aan een bommelding. En juist uw bhv’er kan ook bij diverse andere calamiteiten een goede rol vervullen. Dus is uw ontruimingsplan, (of moeten we zeggen bedrijfsnoodplan?) gemaakt op basis van gevaren en risico’s? Op basis van meerdere mogelijke calamiteiten? Staat er in wanneer een bhv-er nog wel in staat is te blussen en wanneer hij/zij vooral moet gaan ontruimen? Vaak treffen we een standaard ontruimingsplan aan. Er wordt een mooie tekening bij gedaan en het klopt. Toch, ook hier geldt weer, denk zelf goed na en adviseurs zijn vooral ter ondersteuning.

Organisatorische invulling
Zorg ervoor dat uw bhv’ers instructies/ training ontvangen. Over de inhoud van het ontruimingsplan, over de brandcompartimenten en hoe het gebouw het beste ontruimd kan worden. Over een opslag met gevaarlijke stoffen (schoonmaak, bestrijdingsmiddelen, accu’s/batterijen, etc). Over de locatie(s) van de diverse hoofden deel afsluiters, et cetera. Oefen deze aspecten met uw bhv’ers! Misschien wel veel verstandiger (en goedkoper) dan het jaarlijkse blussen van de computer en het deksel op de vetpan leggen. Betrek bij deze interne instructies en training niet alleen de bedrijfshulpverleners, maar ook andere functionarissen die een rol spelen bij het oppakken van een calamiteit. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een receptioniste/telefoniste die de BHV’ ers moet oproepen, of met 112 dient te communiceren. Diverse aspecten met betrekking tot (brand)veiligheid dienen gerealiseerd te worden op basis van bouwregelgeving en aansluitend is er dan ook de Arbowetgeving. Zoals de diverse figuren laten zien is er geen tot onvoldoende wettelijke integrale benadering. Middels figuur 3 willen we laten zien dat er wel degelijk voor een integrale benadering kan worden gekozen. Waarbij er echt invulling wordt gegeven aan veiligheid en daarmee aan de cultuur van de organisatie en het imago. Ook zorgt een integrale benadering ervoor dat u later niet voor onaangename (financiële) verrassingen komt te staan. Wij pleiten er dan ook voor om brandveiligheid vanuit een andere, vooral bredere, invalshoek te bekijken om zo te zorgen voor echte veiligheid, zeker ook vanuit het oogpunt van de bhv-organisatie. Echte (brand)veiligheid is dus meer dan alleen voldoen aan de regels. Het is bewust worden èn blijven van alle risico’s. Bepaal vanuit dit kader de ‘juiste weg’ voor uw organisatie. Als u dan gebruik maakt van externe ondersteuning, zorg er dan voor dat deze adviseurs invulling geven aan uw route!



Mercuri Urval is een internationale adviesorganisatie

Het corporate gevoel van een sympathieke headhunter

Als je een interview hebt bij Mercuri Urval met Marcel L’Herminez, komen er spontaan drie vragen bovendrijven.

Coenen Concept bouwt tandartspraktijk in Veldhoven

‘Interieur draagt bij aan optimale dienstverlening 5504 Mondzorg’

‘Niets is onmogelijk’. Dat is het motto van Lars van Breukelen.

Mkb’ers ontdek het internationaal talent in de regio!

What about the spouses?

Eindhoven gloeit nog na van twee prachtige, drukbezochte evenementen: DDW en Glow. De regio leeft en bruist, bloeit en groeit, onderneemt en innoveert en de toekomst lacht ons tegemoet.

Wim van Wessel maakt Wesco toekomstbestendig

Eigenwijze visie en werkwijze werpen vruchten af in schoonmaakbranche

De schoonmaakbranche is volop in beweging.

De duidelijke meerwaarde van Ergon-medewerkers

‘Ik zou willen dat ik er meer kon aannemen’

Bij het horen van de naam Ergon, denken veel mensen al snel aan de schoffelaars in de gemeenteplantsoenen.

Meten is weten

Nul40 on- en offline mediabureau in Eindhoven

‘Onze klanten hebben altijd rechtstreeks contact met senior adviseurs’