• Brandveiligheid integraal beschouwd
18 juni 2014
18 jun 2014

Brandveiligheid integraal beschouwd

Brandveiligheid is een onderwerp dat hoog op een aantal agenda’s staat en een behoorlijke impact kan hebben op de bedrijfsvoering van organisaties. Om de kosten en risico’s in balans te houden, is het zinvol om brandveiligheid optimaal af te stemmen. Een middel hiertoe is een integraal brandveiligheidsbeleid.

Zoals bekend zijn eigenaren, gebruikers en verhuurders volgens de Woningwet verantwoordelijk voor de brandveiligheid in gebouwen. Gecombineerd met de zorgen die er momenteel zijn op het gebied van asbest, legionella en koolmonoxide geeft dit druk bij de vastgoedafdelingen binnen woningcorporaties en zorgpartijen. Ook zien we dat er verplichtingen op het gebied van energielabeling worden aangegaan. Al met al liggen er stevige opgaven op vastgoedgebied, zonder dat de onderhoudsbudgetten sterk groeien. Momenteel zien we dat bijvoorbeeld door de verhuurdersheffing en de scheiding van wonen en zorg, juist de budgetten voor onderhoud onder druk staan. Daar waar beleidsmakers verwachten dat door toepassing van rookmelders in woningen het aantal slachtoffers bij brand zouden dalen, zien we juist de afgelopen periode een groei. Officiële analyses moeten nog worden gemaakt, maar de eerste richtingen worden reeds aangegeven. De steeds ouder wordende populatie, de verminderde slagkracht van de brandweer en het brandgevaarlijker worden van interieur worden als oorzaken genoemd.

Wetten
Op het gebied van brandveiligheid is er veel geregeld. We kennen in Nederland meerdere wetten die eisen stellen aan de brandveiligheid van objecten. Zo kennen we de eisen vanuit de Woningwet voor gebouwen met daaraan gekoppeld het Bouwbesluit en de Regeling Bouwbesluit, nu van versie 1 april 2014. Ook stellen de Wet Milieubeheer, de Arbeidsomstandighedenwet, de Warenwet, de wet op de veiligheidsregio’s en de Archiefwet eisen aan brandveiligheid. Deze eisen zijn in hoofdlijnen onder te verdelen in de zogenaamde BIO-maatregelen: bouwkundig, installatietechnisch en organisatorisch. Aansluiting tussen deze drie categorieën is niet altijd even helder en goed geformuleerd. De dagelijkse bouwpraktijk zorgt voor een minimalisatie van veiligheid, door exact de afkadering van de wetten te hanteren. In het Bouwbesluit staat wel aangegeven wat er bedoeld is (functionele eisen), maar door dit volgens prestatie-eisen exact in te vullen wordt voldaan aan deze functionele eis. Wettelijk gezien is daarmee de kous af. Dit leidt in een aantal gevallen tot risico’s die in de praktijk onacceptabel kunnen zijn.

Voorbeeld
Het Bouwbesluit kent veel mogelijkheden voor woonfuncties gecombineerd met zorg. WMO-ondersteuning levert de verplichting om een gebouw in te richten als woonfunctie met zorg. Dit is aangegeven in de toelichting op het Bouwbesluit. Dit houdt bijvoorbeeld in dat met het huidige Bouwbesluit de voordeuren van dergelijke woningen moeten zijn uitgevoerd met zelfsluitende deuren. Indien de woning wordt beschouwd als zijnde woonfunctie zónder zorgcomponent, hoeft de voordeur níet zelfsluitend te zijn. In de praktijk zien we echter veel voordeuren van zorgwoningen niet uitgevoerd met dranger. We zien dit soort gebouwen meestal gecombineerd met 1 slaapwacht. Omdat de Arbeidsomstandighedenwet, alleen maar aangeeft dat voldoende bhv-ers aanwezig moeten zijn. Als functionele eis wordt dit vaak met 1 slaapwacht uitgevoerd. Deze slaapwacht moet kijken of er daadwerkelijk een brand is, mensen helpen ontvluchten, vaak ook de brand proberen te blussen en de brandweer opvangen en informeren. Deze taak wordt omvangrijker als woningdeuren bij een brand open blijven staan. De kans op een groter aantal slachtoffers is dan reëel.

Oplossingen
Afkadering op basis van de minimale niveaus van de wetgeving geeft risico’s waarvan de organisatie zich vaak niet bewust is. Door een adequaat brandveiligheidsbeleid op te stellen, waarin dit soort restrisico’s helder worden geformuleerd en keuzes worden vastgesteld, kan het brandveiligheidsniveau binnen organisaties worden vastgesteld. Dit kan als uitgangspunt worden gehanteerd bij inventarisaties en onderhoudstrajecten. Vanuit de inventarisaties kunnen meerjarenonderhoudsplanningen en prioriteringen worden opgesteld, zodat de gevaarlijkste gebouwen in combinatie met de meest gevoelige doelgroepen eerst worden aangepakt. Borging zal bewerkstelligd worden door herhaling van inspecties, opleiding van inspecteurs van eigen organisatie en bij ieder verbouwtraject en verandering van de installaties te controleren of aan de brandveiligheidseisen wordt voldaan. Regelmatig zien we bij eigenaren dat er specifiek 1 onderdeel als speerpunt wordt behandeld in het jaarbudget. Of dat landelijke calamiteiten bepalen waar de aandacht naar uitgaat, bijvoorbeeld open stooktoestellen, asbest of legionella. Het is echter zinvol om bij wijzigingen in deze trajecten brandveiligheid onderdeel te laten uitmaken van de verbetertrajecten. De kans is anders aanwezig , dat het veiligheidsniveau daalt door het niet correct afdichten van doorvoeringen of het niet correct vervangen van asbest beplating. Zo zien we in onze dagelijkse praktijk regelmatig sparingen die in het kader van een ander verbetertraject niet brandwerend zijn afgewerkt. En tegen de tijd dat een onderdeel weer op de agenda staat, is de achterstand zo groot, dat het opnieuw veel geld kost om dit recht te trekken. Integraal onderhoud of beleid is effectiever en goedkoper, zeker in combinatie met andere aandachtsgebieden.

Gelijkwaardige oplossingen
Afhankelijk van de belangen van betrokkene worden de keuzes gemaakt voor de aanpak van meerjarenonderhoud en achterstallige brandveiligheidsvoorzieningen. Hierbij worden de voorstellen vanuit het Bouwbesluit gevolgd. Hierdoor kunnen suboptimale oplossingen ontstaan. Als vanuit het Bouwbesluit een groot aantal brandscheidingen moet worden gemaakt, zijn de kosten voor het correct op orde brengen van de brandscheidingen en de onderhoudskosten aanmerkelijk. Kosten kunnen daarbij oplopen tot enkele duizenden euro’s per verhuurbare eenheid. In een aantal gevallen zijn alternatieven zoals (woning-)sprinklers, RWA of niet-besloten maken van een aantal ruimten veel kostenefficiënter. Een advies door een partij die geen financieel belang heeft bij de aangeboden oplossing, kan kosteneffectiever zijn en uiteindelijk betere brandveiligheidsoplossingen opleveren. Oplossingen die aan de buitenkant correct lijken, kunnen bij nader onderzoek, toch onvoldoende zekerheid bieden dat daadwerkelijk een brand wordt tegengehouden. Ook is het altijd kiezen voor bouwkundige oplossingen op de grenswaarde van het Bouwbesluit niet altijd de beste oplossing. Nadat voorzieningen zijn aangebracht zullen controles zekerheid geven, dat er bij een brand verwacht mag worden dat het aantal slachtoffers en schade beperkt blijft tot het vooraf bepaalde niveau. Vanzelfsprekend bepaalt de kwaliteit van de adviseur voor een aanmerkelijke deel de uiteindelijke kwaliteit van de brandveiligheidsoplossing. Een volledige uitbesteding van brandveiligheidsbewaking is een manier om ontzorgd te worden. Maar als alternatief kan ook de eigen organisatie geholpen worden met het bewaken en onder controle brengen en houden van brandveiligheid, immers een organisatie blijft zelf eindverantwoordelijk, ook als de regie volledig is uitbesteed. Eigen regie heeft als voordeel dat de verantwoordelijkheid over de eigen veiligheid en die van cliënten wordt genomen op een organisatiepassende manier. Ook voor langere termijn is het passend en schaalbaar binnen visie, middelen en doel van de organisatie. Dit is efficiënter, effectiever en uiteindelijk goedkoper door kleine bijstellingen in plaats van grootscheeps onderhoud.

Conclusie
Brandveiligheid is een onderwerp, dat hoog op een aantal agenda’s staat en een behoorlijke impact kan hebben op de bedrijfsvoering van organisaties. Om de kosten en risico’s in balans te houden, is het zinvol om brandveiligheid optimaal af te stemmen. Een middel hiertoe is een integraal brandveiligheidsbeleid. Integraal brandveiligheidsbeleid is meer dan alleen integratie van bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen. Integraal brandveiligheidsbeleid, waarbij ook andere risicodisciplines meedenken als water- en milieueisen (bijvoorbeeld legionella, asbest), is vereist om tot een goed brandveiligheidsniveau te komen en te blijven. Het vereist veranderingen binnen organisaties. In plaats van volledig uitbestede brandveiligheidsbewaking door derden, die niet aanwezig zijn en niet verantwoordelijk zijn op het moment dat er echt iets gebeurt, is een zelf-regisserende organisatie effectiever, efficiënter en uiteindelijk goedkoper. Een onafhankelijke brandveiligheidsadviseur kan u hierbij helpen.



Mercuri Urval is een internationale adviesorganisatie

Het corporate gevoel van een sympathieke headhunter

Als je een interview hebt bij Mercuri Urval met Marcel L’Herminez, komen er spontaan drie vragen bovendrijven.

Coenen Concept bouwt tandartspraktijk in Veldhoven

‘Interieur draagt bij aan optimale dienstverlening 5504 Mondzorg’

‘Niets is onmogelijk’. Dat is het motto van Lars van Breukelen.

Mkb’ers ontdek het internationaal talent in de regio!

What about the spouses?

Eindhoven gloeit nog na van twee prachtige, drukbezochte evenementen: DDW en Glow. De regio leeft en bruist, bloeit en groeit, onderneemt en innoveert en de toekomst lacht ons tegemoet.

De duidelijke meerwaarde van Ergon-medewerkers

‘Ik zou willen dat ik er meer kon aannemen’

Bij het horen van de naam Ergon, denken veel mensen al snel aan de schoffelaars in de gemeenteplantsoenen.

Meten is weten

Nul40 on- en offline mediabureau in Eindhoven

‘Onze klanten hebben altijd rechtstreeks contact met senior adviseurs’

Wim van Wessel maakt Wesco toekomstbestendig

Eigenwijze visie en werkwijze werpen vruchten af in schoonmaakbranche

De schoonmaakbranche is volop in beweging.