• De toekomst is nu
05 oktober 2009
05 okt 2009

De toekomst is nu


De ambitie van Rotterdam liegt er niet om. De stad wil uitgroeien tot een van de meest duurzame steden ter wereld. Naast voetbalclub Feyenoord, die aankondigde dat hun nog nieuw te bouwen stadion het meest duurzame van Europa moet worden, tekent ook de RET, het openbaar vervoerbedrijf in de Rotterdamse stadsregio, voor een schonere leefomgeving. ‘En dat zijn niet alleen maar loze kreten’, aldus algemeen directeur Pedro Peters.

Immers, wat is een ambitieuze stad zonder ambitieuze vervoermaatschappij? De RET doet er dan ook alles aan om één van de schoonste openbaar vervoerbedrijven ter wereld te worden. Een van de meest in het oog springende projecten met een duurzaam karakter is wel de bouw van de nieuwe tramremise in de wijk Beverwaard aan de zuidkant van Rotterdam. Zowel tijdens de bouw als na de ingebruikname wordt de milieubelasting zoveel mogelijk beperkt.
 
Milieuwinst

Om te beginnen gaat het bij dit nieuwbouwproject om meervoudig grondgebruik. Het dak van de nieuwe tramremise gaat namelijk een Park & Ride-functie vervullen. De nieuwe P&R-locatie vormt daarmee een belangrijke bijdrage aan een beter stedelijk leefklimaat. Immers, de beschikbare bouwgrond wordt optimaal benut en problemen met geluidshinder en fijnstof van auto’s in de stad worden ‘aan de poort’ opgelost. Peters vertelt: ‘De remise biedt plaats aan zo’n vijfhonderd auto’s. Het gebouw ligt vlak langs de snelweg en is daardoor voor automobilisten eenvoudig te bereiken. Omdat de remise ook gelijk een halte is, kunnen bestuurders vervolgens met de tram verdergaan richting de stad of richting voetbalstadion De Kuip dat maar op een paar minuten reisafstand ligt.’

Maar er is meer. ‘We bouwen met gerecycled beton en maken gebruik van zogeheten energy piles, heipalen die in de zomer energie opslaan en in de winter energie afgeven. Daarnaast zullen we gaan werken met zonne-energie en windturbines om groene stroom op te wekken en zullen de trams met regenwater gewassen worden. Ook de wc’s zullen worden doorgespoeld met behulp van dit grijswatercircuit. En natuurlijk voldoet de verlichting aan de strengste eisen. Zodra er een paar minuten geen beweging is geweest gaan de lampen uit’, somt Peters een deel van de vele milieuvriendelijke snufjes op.
 
Besparingen

Behalve de milieuwinst die ermee wordt behaald, leveren de duurzaamheidmaatregelen de RET op termijn aanzienlijk besparingen op. De toepassing van windenergie, bijvoorbeeld, levert jaarlijks een miljoen kilowattuur op. De duizenden vierkante meters aan zonnepanelen zorgen voor een besparing van 60 procent op de gasrekening. Het ‘grijs water’, wat gebruikt wordt voor de trams en de toiletten scheelt jaarlijks ruim 2500 kuub aan schoon water. Tenslotte levert de verlichting, die niet alleen bewegingssensoren heeft, maar ook nog eens daglichtafhankelijk is, een besparing op van 300.000 kilowattuur per jaar.

Toch waren deze besparingen niet de voornaamste reden voor het openbaar vervoerbedrijf om te gaan voor deze ‘groene’ remise. De core business van de RET blijft immers altijd het zo goed mogelijk vervoeren van reizigers. Desondanks staat duurzaam vervoer bij de tram-, metro- en busmaatschappij hoog in het vaandel. ‘De elektrische trams hebben een geschiedenis van ruim een eeuw in de stad Rotterdam en het woord elektrisch zit nu eenmaal in onze naam (RET staat voor Rotterdamse Elektrische Tram, red.)’, zegt Peters gekscherend. Om even later serieus te vervolgen: ‘We doen dit in de eerste plaats omdat we ons verantwoordelijk voelen in de samenleving. Maar uiteindelijk telt voor ons het comfort en de gezondheid van onze reizigers. Daarnaast willen we ook graag meegaan met de nieuwe technologie. De toekomst is wat ons betreft nu.’
 
Ambitie

Daarmee verwijst de algemeen directeur naar het feit dat we geen tijd te verliezen hebben wat betreft een schone(re) leefomgeving. Ook al realiseert hij in Rotterdam-Zuid een van de meest milieuvriendelijke tramremises van Europa, tevreden is Peters nog lang niet. ‘Binnen het elektrisch vervoer zelf willen we met concrete ambities verdergaan, zoals besparend rijden en regeneratief remmen.’ Mogelijkheden om op dat gebied te experimenteren, heeft hij echter niet. ‘We moeten per dag wel gewoon 600.000 mensen per dag vervoeren. Dus kunnen we het ons niet veroorloven veel experimenten te doen. Als RET hanteren we daarom het principe dat we pas iets doen als we het kunnen betalen en als we zeker weten dat het rendabel is.’

In het geval van de nieuw te bouwen tramremise verkeerde de openbaar vervoermaatschappij in de gelukkige omstandigheid dat het bedrijf de tramremise kon bouwen met behulp van subsidie uit Europa (zie kader). Zodoende kon de RET de remise bouwen met het geld dat zij ook daadwerkelijk beschikbaar had. Peters: ‘Deze duurzaamheidtoepassingen op zichzelf zijn namelijk niet wereldschokkend. Maar het feit dat we het hier allemaal in een keer kunnen toepassen is dat wel. We hadden wel veel geld om deze remise te bouwen, maar er zat uiteraard weer net een onrendabele top op. Dat die door Europa gefinancierd is, maakte dat we ook de vele extra’s rendabel konden krijgen. Alleen al de remise kost 22 miljoen euro. Europa draagt bijna 1,2 miljoen euro bij. Van dat geld kunnen we onder meer de windmolens betalen.’
 

Natascha Geernaert
 

KADER:

TramStore21

Rotterdam participeert met drie andere steden en een Duits onderzoeksinstituut in TramStore21, een Europees samenwerkingsverband waarin tot 2013 milieuvriendelijke tramremises worden gebouwd. Het betreft een gezamenlijk project van de openbaar vervoerbedrijven in Blackpool, Brussel, Dijon en Rotterdam. De Europese Unie stelde ruim 5 miljoen euro beschikbaar, waarvan bijna 1,2 miljoen euro voor RET. Het Rotterdamse openbaar vervoerbedrijf werkt daarnaast samen met het Rotterdam Climate Initiative en de Stadsregio die 18 miljoen euro investeerde in de P&R-locatie.

Doel van TramStore21 is duurzaamheid, efficiëntie en energiebesparing te stimuleren, onderhoudskosten terug te brengen, kennis te delen en ervaringen uit te wisselen. De resultaten die het samenwerkingsverband gaat opleveren, zijn bestemd om in de vorm van best practices te kunnen dienen voor de bouw van andere remises in Europa. ‘Gezien de huidige sterke groei van het openbaar vervoer in steden en de noodzaak om remises te bouwen in een groot aantal steden, is het belangrijk na te denken over de beste integratie van die industriële infrastructuur in een stedelijke omgeving’, zo luidt de onderbouwing.

Voor Rotterdam komt TramStore21 precies op het goede moment. De Maasstad zocht al langere tijd naar een locatie om een nieuwe tramremise te kunnen bouwen, aangezien de huidige remise in Rotterdam-Zuid sterk verouderd is en niet meer aan de eisen van deze tijd voldoet. De nieuwe onderhoudsplaats en stalling voor trams in Beverwaard kost – inclusief P&R-locatie, kruising en tramhalte - rond de 40 miljoen euro. De totale oppervlakte van het gebouw bedraagt 19.000 m2. Daarvan is 13.000 m2 beschikbaar voor het stallen van trams en 6000 m2 dient als kantoorruimte. De remise wordt naar verwachting eind 2010 opgeleverd.
 
Foto's: RET
 
Onderschriftten:

Foto 2: Artist impression van de nieuwe tramremise in Rotterdam. De onderhoudsplaats en stalling biedt uiteindelijk plaats aan zo’n 90 trams en telt 17 sporen.

Foto 3: De Laan op Zuid in Rotterdam met aan de rechterkant de ruim veertig jaar oude RET-remise aan de Hilledijk, waar de trams ’s nachts nog buiten slapen. Dat is met de komst van de nieuwe remise voorgoed verleden tijd.