• De houdbaarheid van een brandmeldinstallatie
18 juni 2013
18 jun 2013

Tijdens de levensduur van een brandmeldinstallatie in een gebouw kan regelgeving veranderen. Daarbij kunt u denken aan een herziening van een NEN-norm, een certificeringsregeling of het Bouwbesluit. Betekent dit dat een bestaande brandmeldinstallatie dan direct vervangen moet worden? Of is een bestaande brandmeldinstallatie dan ineens niet meer certificeerbaar?

De houdbaarheid van een brandmeldinstallatie

Tijdens de levensduur van een brandmeldinstallatie in een gebouw kan regelgeving veranderen. Daarbij kunt u denken aan een herziening van een NEN-norm, een certificeringsregeling of het Bouwbesluit. Betekent dit dat een bestaande brandmeldinstallatie dan direct vervangen moet worden? Of is een bestaande brandmeldinstallatie dan ineens niet meer certificeerbaar?

Als gebouwbeheerder zult u deze vragen vast eens gesteld of gehoord hebben. Het is dus tijd om duidelijkheid te geven over de mogelijkheden die de wetgever biedt in Bouwbesluit 2012. De mogelijkheden die de regelgeving biedt voor bestaande brandmeldinstallaties zijn veel namelijk ruimer dan vaak gedacht. Zeker wanneer er sprake is van een gelijkwaardige oplossing. Hoofdstuk 9 van het Bouwbesluit 2012 geeft de overgangsbepalingen. Dit hoofdstuk is weliswaar het laatste Bouwbesluit hoofdstuk, maar zeker belangrijk. Voor brandmeldinstallaties en ontruimingsalarminstallaties is in artikel 9.2 lid 6 een specifiek overgangsrecht van kracht. Voordat Bouwbesluit 2012 bestond, waren de eisen aan brandmeldinstallaties en ontruimingsalarminstallaties beschreven in het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Gebruiksbesluit). Hierin werd in artikel 2.2.1 lid 9 voorgeschreven dat een brandmeldinstallatie met een rechtstreekse doormelding naar de Regionale AlarmCentrale van de brandweer voorzien moest zijn van een certificaat als bedoeld in de Regeling brandmeldinstallaties 2002 van het Centraal College van Deskundigen van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV). Artikel 9.2 lid 6 uit Bouwbesluit 2012 geeft in de overgangsbepalingen aan dat een dergelijk certificaat volgens het Gebruiksbesluit, mits het voor 1 januari 2015 is afgegeven, hetzelfde is als het in Bouwbesluit 2012 bedoelde inspectiecertificaat. Dit betekent dat een bestaande brandmeldinstallatie dat voorzien is van een geldig certificaat volgens het Gebruiksbesluit ook voldoet aan de eisen uit Bouwbesluit 2012. Volgens de Regeling Bouwbesluit 2012 is de geldigheidsduur van een inspectiecertificaat maximaal 3 jaar. Wanneer er op grond van het Bouwbesluit 2012 een doormelding naar de Regionale AlarmCentrale van de brandweer vereist is, is de geldigheidsduur van een inspectiecertificaat maximaal 1 jaar.

Certificatie van nieuwe brandmeldinstallaties
Voor nieuwbouwsituaties is toepassing van de voorschriften het eenvoudigst. Hiervoor gelden de eisen uit NEN 2535+C1 uit 2010 ‘Brandveiligheid van gebouwen – brandmeldinstallaties – systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen’. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen moeten de gegevens en bescheiden worden overlegd waaruit blijkt dat de brandmeldinstallatie aan de voorschriften voldoet. Dit bewijs kan worden geleverd door een Programma van Eisen (PvE) of een Uitgangspuntendocument (UPD). Een separate goedkeuring van het PvE of UPD is volgens de Regeling Bouwbesluit 2012 niet meer noodzakelijk. NEN 2535 en NEN 2575 stellen echter nog dat een brandmeldinstallatie en een ontruimingsalarminstallatie pas mogen worden aangelegd, nadat door het bevoegd gezag goedkeuring op het PvE is verkregen. Volgens artikel 5.3a (nieuwbouw) van de Regeling Bouwbesluit 2012 is het in NEN 2535 en NEN 2575 bedoelde akkoord van de bevoegde autoriteit echter verkregen met een vergunning voor het bouwen, of een vergunning voor brandveilig gebruik of een melding als bedoeld in artikel 1.18 lid 1 van Bouwbesluit 2012. Wanneer een omgevingsvergunning voor het bouwen of brandveilig gebruik eerder wordt afgegeven dan dat het PvE of UPD beschikbaar is, moet in de beschikking worden opgenomen dat deze nader ter goedkeuring ingediend moeten worden. De Regeling omgevingsrecht (Mor) stelt namelijk in artikel 2.2 lid 5, onderdeel e dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen ten behoeve van de toetsing door het bevoegd gezag gegevens en bescheiden over de aard en plaats van de brandveiligheidsinstallaties en de vluchtrouteaanduiding moeten worden ingediend. De informatie bij de aanvraag moet zodanig zijn dat het bevoegd gezag direct kan toetsen of in hoofdlijnen aan de eisen van Bouwbesluit 2012 is voldaan. De nadere invulling en detaillering van de installaties kan dus later worden aangeleverd, uiterlijk drie weken voor het aanbrengen van de betreffende installatie. In bijlage I bij het Bouwbesluit 2012 is aangegeven wanneer een brandmeldinstallatie voorzien moet zijn van een inspectiecertificaat. Dit geldt in ieder geval voor brandmeldinstallaties die een automatische doormelding naar de Regionale Alarm- Centrale van de brandweer hebben. Maar ook brandmeldinstallaties voor bijzondere situaties zoals een bijeenkomstfunctie voor kinderopvang en in bijvoorbeeld bepaalde winkelfuncties en logiesfuncties in een logiesgebouw moeten voorzien zijn van een inspectiecertificaat. Een inspectiecertificaat is niet verplicht voor alle brandmeldinstallaties. Daarom geldt voor de brandmeldinstallaties die geen inspectiecertificaat nodig hebben een verplichting dat de controle en het onderhoud voldoen aan NEN 2654-1. Ook voor ontruimingsalarminstallaties geldt een onderhoudsverplichting. De controle en het onderhoud moeten uitgevoerd worden volgens NEN 2654-2. In deze normen is vastgelegd wat er moet worden gecontroleerd door de beheerder en op welke wijze. De beheerder is een opgeleid persoon die beschikt over een vereist bewijs van vakbekwaamheid en die is geïnstrueerd omtrent zijn taken en mogelijke gevaren die zijn verbonden aan onjuist handelen. De werkzaamheden die de beheerder moet uitvoeren zijn puntsgewijs in de normen weergegeven. Ook geven de normen een model voor een logboek om de resultaten van de controle in te verwerken. Sinds 1 december 2012 is het CCV inspectieschema brandbeveiliging van kracht. Omdat Bouwbesluit 2012 in artikel 6.20 en 6.23 voor de brandmeldinstallatie respectievelijk de ontruimingsalarminstallatie verwijst naar dit inspectieschema, is sinds 1 december 2012 voor deze installaties een inspectiecertificaat verplicht. Het inspectiecertificaat van een brandmeldinstallatie moet zijn afgegeven op grond van het CCVinspectieschema Brandbeveiliging. Dit inspectieschema Brandbeveiliging is het verzameldocument voor de volgende deelinspectieschema’s:
- CCV-inspectieschema Vastopgestelde Brandbeheersings- en Brandblussystem (VBB);
- CCV-inspectieschema Brandmeldinstallaties (BMI);
- CCV-inspectieschema Ontruimingsalarminstallaties (OAI);
- CCV-inspectieschema Rookbeheersingsinstallaties (RBI).

Certificatie van bestaande brandmeldinstallaties
Voor bestaande bouw gelden de prestatieeisen uit NEN 2535:1996 Brandveiligheid van gebouwen –brandmeldinstallaties– systeem- en kwaliteitseisen en projecteringsrichtlijnen. Dit volgt uit artikel 1.2 en bijlage I van de Regeling Bouwbesluit 2012. Als een bestaande installatie dus nog voldoet aan de uitgangspuntendocumenten die volgens die norm zijn opgesteld, dan is er geen reden tot aanpassing van de installatie. Een bestaande brandmeldinstallatie die niet voldoet of kan voldoen aan de NEN 2535 uit 1996 zal dus zodanig moeten worden vervangen of verbeterd dat er ten minste aan deze ondergrens wordt voldaan. Een alternatief is dat de eigenaar van het gebouw aantoont dat sprake is van een gelijkwaardige mate van brandveiligheid als beoogd volgens de voorschriften. Om aan te tonen dat er sprake is van gelijkwaardigheid is het van belang te kijken naar de doelen van de wetgever ten aanzien van brandveiligheid. Het komt in de praktijk voor dat er geen uitgangspuntendocument beschikbaar is van bestaande installaties, ook al zijn ze jonger dan 15 jaar. Niettemin moet voor deze installatie met terugwerkende kracht vastgesteld worden of de bestaande installatie voldoet of (met de nodige aanpassingen) kan gaan voldoen aan het gestelde in de NEN 2535 uit 1996. Feitelijk wordt hiermee achteraf alsnog een uitgangspuntendocument opgesteld op basis van de eisen uit 1996. Voor bestaande brandmeldinstallaties kent het CCV een speciale certificeringsregeling.

Gebruikswijziging en/of vergunningsvrij bouwen
Ook als er sprake is van vergunningsvrij bouwen, of van een wijziging van het gebruik van een bouwwerk, moet worden voldaan aan de eisen van Bouwbesluit 2012. De aanvrager of eigenaar van het gebouw is daar zelf verantwoordelijk voor. Wanneer er een andere gebruiker in een bestaand pand wordt gehuisvest, hoeft niet altijd een aanvraag voor een omgevingsvergunning te worden ingediend. Voor een dergelijke situatie gelden de eisen voor bestaande bouw als ondergrens voor het brandveilig gebruik van de nieuwe gebruiksfunctie. Als er door de wijziging van het gebruik in een gebouw zonder brandmeldinstallatie volgens Bouwbesluit 2012 wel een brandmeldinstallatie vereist is, moet deze voldoen aan de nieuwbouwvoorschriften. Dit volgt uit artikel 1.12, derde lid, van Bouwbesluit 2012 waarin voor het geheel vernieuwen van een installatie, en dus zeker voor een geheel nieuwe installatie, moet worden voldaan aan de nieuwbouwvoorschriften.



Mercuri Urval is een internationale adviesorganisatie

Het corporate gevoel van een sympathieke headhunter

Als je een interview hebt bij Mercuri Urval met Marcel L’Herminez, komen er spontaan drie vragen bovendrijven.

Coenen Concept bouwt tandartspraktijk in Veldhoven

‘Interieur draagt bij aan optimale dienstverlening 5504 Mondzorg’

‘Niets is onmogelijk’. Dat is het motto van Lars van Breukelen.

Mkb’ers ontdek het internationaal talent in de regio!

What about the spouses?

Eindhoven gloeit nog na van twee prachtige, drukbezochte evenementen: DDW en Glow. De regio leeft en bruist, bloeit en groeit, onderneemt en innoveert en de toekomst lacht ons tegemoet.

Wim van Wessel maakt Wesco toekomstbestendig

Eigenwijze visie en werkwijze werpen vruchten af in schoonmaakbranche

De schoonmaakbranche is volop in beweging.

De duidelijke meerwaarde van Ergon-medewerkers

‘Ik zou willen dat ik er meer kon aannemen’

Bij het horen van de naam Ergon, denken veel mensen al snel aan de schoffelaars in de gemeenteplantsoenen.

Meten is weten

Nul40 on- en offline mediabureau in Eindhoven

‘Onze klanten hebben altijd rechtstreeks contact met senior adviseurs’