• De zorg van de zorg
17 juni 2012
17 jun 2012

De zorg van de zorg

Met het verschijnen van het rapport van de Onderzoeksraad Voor de Veiligheid (OVV) op 19 april jl. heeft de zorgsector er weer een zorg bij. Natuurlijk was de brandveiligheid al langer een zorg. Na rapporten in 2003, 2004, 2007 en ook nog dit jaar was al duidelijk dat nog steeds een belangrijk deel van de zorg worstelt met het bieden van de wettelijk vereiste brandveiligheid. Bijkomend probleem is nu dat de Onderzoeksraad ook nog stelt dat het voldoen aan de afzonderlijk wettelijke vereisten nog steeds onvoldoende brandveilig kan zijn. Wat moet je dan als goedwillende zorginstelling in hemelsnaam nog meer doen?

Het rapport geeft daar twee soorten aanwijzingen voor. Enerzijds wordt aanbevolen nog meer organisatorische maatregelen te treffen en de bestaande (bhv) te herzien. De nadruk moet worden gericht op ontruimen in plaats van op het bestrijden van brand. Daarnaast wordt gesproken over technische maatregelen, zoals het realiseren van subbrandcompartimenten (elke kamer een apart brandcompartimentje met een lagere brandwerendheid) en het toevoegen van een automatische blusinstallatie (sprinkler). In ieder geval, zo stelt de raad, moet bij het treffen van maatregelen een integrale benadering worden gevolgd want anders rest bij brand het zelfde lot als rivierduinen heeft getroffen: wel voldaan aan de voorschriften, maar toch niet brandveilig genoeg. Van de (bouw)technische ingrepen meldt de raad dat dit vaak alleen maar bij nieuwbouw of grootschalige verbouwing kan worden gerealiseerd. Recent hebben wij gelukkig nog een middelgroot ziekenhuis de noodzakelijke maatregelen zien nemen terwijl het in vol bedrijf was. Ik kom daar zo nog even op terug. Helaas is het een illusie dat het bij nieuwbouw altijd goed gaat. In mijn praktijk zien wij te vaak dat bij het aanvragen van een bouwvergunning de zorg die mensen nodig hebben te rooskleurig wordt ingeschat (of bewust wordt voorgespiegeld) omdat bij minder zorgbehoefte de eisen aan het gebouw lichter zijn. Ook wordt vaak geen rekening gehouden met het gegeven dat bewoners na verloop van tijd meer zorg nodig zullen hebben en dan dus eigenlijk in een andere categorie gehuisvest zouden moeten worden. In bestaande gebouwen komen wij zorgaanbieders tegen die zich met hand en tand verzetten tegen het zelfsluitend maken van kamerdeuren. Veelal wordt hierbij als argument aangedragen dat een dranger erg vervelend is voor het personeel en de bewoners. Het toepassen van drangers waarbij de drangerfunctie pas bij een brandmelding wordt geactiveerd, wordt als te duur afgedaan. Met de regelgeving in de hand moet je dan in veel gevallen ook nog constateren dat het niet aanbrengen van drangers is toegestaan mits de bhv op orde is. Wij schrijven dan ook netjes uit aan welke eisen de bhv moet voldoen en sluiten af met een advies om toch de deuren maar zelfsluitend te maken, omdat wij weten dat de bhv-ers anders al snel voor een onmogelijke taak staan. In dat opzicht bevat het rapport van de onderzoeksraad voor deskundigen helaas geen verrassingen. Moet dan inderdaad meer worden gedaan dan de wet voorschrijft om het brandveilig te maken in de zorg? Moet er dan toch een automatische blusinstallatie worden aangebracht in gebouwen die ook al subbrandcompartimenten hebben? Het antwoord daarop kan ‘nee’ zijn, maar dat vraagt wel een verstandige aanpak en maatwerk. Helaas voor de instellingen is het inschakelen van een goede brandveiligheidsadviseur dan noodzakelijk. Dat kost geld, maar een goede adviseur bespaart vaak een veelvoud van zijn honorarium door een maatpak aan te meten. In bestaande bouw kan bij voorbeeld alleen een deurdranger in combinatie met de aanwezige organisatie meer veiligheid bieden dan het 30 minuten brandwerend maken van de wanden en de niet zelfsluitende deur van een patiëntenkamer (subbrandcompartiment). Zoals ook bleek bij de brand in Oegstgeest, is een goede rookdichtheid belangrijker dan de brandwerendheid van de patiëntenkamer. Het heeft dus zin na te denken voor de buizen van de automatische blusinstallatie worden besteld. Van zo’n installatie moet sowieso niet worden verwacht dat dit een oplossing is voor alle problemen. Voor een veilige ontruiming van afdelingen met niet zelfredzame patiënten is een sprinkler niet altijd een goed alternatief voor een rookdichte patiëntenkamer met een (bij brand) zelfsluitende deur. Maar ook daar is (nog) geen generieke uitspraak over te doen omdat gebouwen en gebruikers nu eenmaal allemaal anders zijn. Los van de mogelijkheid voor elke zorginstelling een maatpak te maken, zouden wij willen pleiten voor het doen van onderzoek. Doel van dit onderzoek zou moeten zijn de grote gemene deler te vinden voor het oplossen van de brandveiligheidsproblemen in de zorg. Het moet mogelijk zijn voor 80% van de gebouwen op basis van een eenvoudig protocol de optimale (lees voor zo min mogelijk geld) oplossing te kiezen voor het brandwerend maken van het gebouw. Daarbij kan op sommige plaatsen (in de bestaande gebouwen) ook met maatregelen die strikt genomen minder zijn dan de wettelijke eisen, toch een gebouw worden verkregen dat veiliger is dan de regels voorschrijven. Daar is een onderzoek voor nodig waarin ook van nieuwe technieken (sprinkler, watermist) de waarde nauwkeurig wordt bepaald. De werkelijk voor de ontruiming benodigde tijd dient aan de hand van daarvoor te houden oefeningen te worden bepaald en blijvend te worden gecontroleerd. Het is hierbij van belang dat oefeningen in voldoende mate op onverwachte en willekeurige tijdstippen plaatsvinden. Naarmate het aantal personen dat moet worden gered groter is, zal ook de aan te houden veiligheidsmarge tussen geplande reddingsperiode en de tijdens oefeningen benodigde tijd groter moeten zijn.



Mercuri Urval is een internationale adviesorganisatie

Het corporate gevoel van een sympathieke headhunter

Als je een interview hebt bij Mercuri Urval met Marcel L’Herminez, komen er spontaan drie vragen bovendrijven.

Coenen Concept bouwt tandartspraktijk in Veldhoven

‘Interieur draagt bij aan optimale dienstverlening 5504 Mondzorg’

‘Niets is onmogelijk’. Dat is het motto van Lars van Breukelen.

Mkb’ers ontdek het internationaal talent in de regio!

What about the spouses?

Eindhoven gloeit nog na van twee prachtige, drukbezochte evenementen: DDW en Glow. De regio leeft en bruist, bloeit en groeit, onderneemt en innoveert en de toekomst lacht ons tegemoet.

De duidelijke meerwaarde van Ergon-medewerkers

‘Ik zou willen dat ik er meer kon aannemen’

Bij het horen van de naam Ergon, denken veel mensen al snel aan de schoffelaars in de gemeenteplantsoenen.

Wim van Wessel maakt Wesco toekomstbestendig

Eigenwijze visie en werkwijze werpen vruchten af in schoonmaakbranche

De schoonmaakbranche is volop in beweging.

Meten is weten

Nul40 on- en offline mediabureau in Eindhoven

‘Onze klanten hebben altijd rechtstreeks contact met senior adviseurs’