• Diversiteit op universiteit zorgt voor huiselijkheid
04 maart 2013
04 mrt 2013

Diversiteit op universiteit zorgt voor huiselijkheid

Het campusterrein van Wageningen University and Research Centre Wageningen UR is bijna een dorp op zich en herbergt een keur aan bijzondere gebouwen. Eén van de blikvangers is Actio, waar sinds najaar 2011 het Facilitair Bedrijf van Wageningen UR gehuisvest is. Met veel licht, een open werkstructuur, een goed binnenklimaat en een huiselijke sfeer is het daar uitermate prettig toeven.

Het Facilitair Bedrijf van Wageningen UR mag nu dan wel in een fraai en modern gebouw zetelen, dat was in het recente verleden wel anders. Willem Rademaker, projectmanager van de afdeling FB – Vastgoed en Huisvesting: ‘We hebben lang in het gebouw naast ons huidige onderkomen gezeten. Dat was een stenen gebouw op leeftijd, met een tochtsluis naar een belendende barak. Het idee om die barak te slopen speelde al een tijdje. Toen we hier ook het nieuwe werken in wilden gaan voeren, was wel duidelijk dat dit bij voorkeur in een ander gebouw moest gaan gebeuren.’ De opdracht om dat gebouw te ontwerpen werd uiteindelijk verstrekt aan Elemans Postma Van den Hork Architecten. De keus viel op een industrieel flexibel en demontabel gebouw, dat er in amper een half jaar tijd stond, vanaf de start in februari 2011. ‘De diverse afdelingen zijn in het hele bouwtraject steeds meegenomen, onder meer door presentaties op de bouwplaats. Zo kreeg iedereen al snel een goed gevoel bij de nieuwbouw’, aldus Rademaker.

Licht
Vanuit het Facilitair Bedrijf hield een heel team van specialisten zich intensief bezig met de totstandkoming van de nieuwbouw. Rademaker: ‘Wij hebben daarvoor specialisten op alle disciplines in huis. Die zijn allemaal betrokken geweest bij het nieuwe gebouw. Ondanks onze drukke werkzaamheden konden wij hierbij zelf als adviseur optreden, mede omdat het gebouw niet al te groot is, en vanuit een grote gedrevenheid ons eigen gebouw tip-top te krijgen.’
Ook het onderhoud aan het gebouw wordt helemaal door de eigen FB-organisatie gedaan, door de sectie Technisch Installatie Beheer. Het was de architect, Peter Elemans, die zich hard maakte voor de toepassing van de ontwerpmethodiek ‘licht op binnenklimaat’. Zo werd het gebouw voorzien van hoge ramen en twee prominente lichtstraten, in het midden van het pand. Deze zorgen voor visueel comfort. Aan de zuidzijde van het gebouw zijn lichtplanken aangebracht, zowel aan de binnen- als aan de buitenkant. De planken aan de buitenkant weerkaatsen de zon, die aan de binnenkant weren laagstaande zon van bureaus. Lengte en stand van de planken zijn afgestemd op uitgebreide daglichtmetingen. Rademaker onderstreept dat duurzaamheid een belangrijk criterium was voor het gebouw. ‘En dat zie je in allerlei facetten terug. Zo is er gekozen voor witte dakbedekking. Deze reflecteert en houdt warmte buiten. Een wko-systeem zorgt voor verwarming en koeling.’ Het gebouw kent een GPR-score van 7,9 en een EPC van 0,67. ‘Dat is 30 procent lager dan de wettelijke eis.’ Ondanks de aanwezigheid van een klimaatsysteem, mogen de ramen in het gebouw open worden gezet. ‘Dat past binnen ons beleid’, stelt Rademaker. ‘Daardoor komt er extra frisse lucht het gebouw in en wordt er gezorgd voor dwarsventilatie.’ Na ruim een jaar gebruik kan de projectmanager alleen maar concluderen ‘dat het gebouw zich geweldig houdt. In warmte en in koude. Alles werkt naar behoren en daardoor is het hier écht aangenaam toeven.’

Open
In het programma van eisen voor het gebouw werd specifiek omschreven waaraan het nieuwe werken diende te voldoen, zoals een ontvangstruimte, flex- en stiltewerkplekken, spreekkamers, vergaderruimten, een bibliotheek en een postkamer. Die laatste gaat schuil achter een indrukwekkende plantenwand, met daarin een groot, rond raam. ‘Eigenlijk is de postkamer hier de enige separate ruimte’, vertelt Rademaker. ‘De rest van de indeling is heel open. Daarin is vooral een hele huiselijke sfeer voelbaar.’ Voor de invulling van de ruimten en het interieur, met onder meer oorstoelen en bamboe vloeren, tekende de interieurarchitect van Rietmeijer Huisvesting, in nauwe samenspraak met de bouwarchitect én de gebruikers.
‘Iedereen wist dat wij een kritische opdrachtgever zouden zijn.’ Bij volledige bezetting maken zo’n 100 personen gebruik van het pand. ‘Dat is een stuk kleiner dan wat we hadden’, weet Rademaker. ‘Maar het is allemaal wel een stuk efficiënter ingericht. Het is een bescheiden maar creatieve behuizing voor ons geworden.’ Met de openheid van de inrichting speelt uiteraard het geluid een grote rol in het gebouw.
Op dat vlak is door beide architecten een duidelijke scheiding gemaakt tussen de ontmoetingsplekken, het meer dynamische deel van de kantoorruimte (loungeplekken en vergaderruimtes) en de werkplekken. Uitgangspunt daarbij is om geluidsoverlast zoveel mogelijk op structurele wijze te voorkomen. Geluidsdemping speelt een belangrijke rol. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van zowel geluidsisolerende als geluidsabsorberende materialen. Binnen het rustige gedeelte, met de werkplekken, is gekozen voor flexplekken. Er zijn bovendien extra stilteruimtes op de werkvloeren gerealiseerd.

Prijsvraag
De naam van de thuisbasis van het Facilitair Bedrijf – Actio – is voortgekomen uit een heuse prijsvraag. Deze moest passen bij de hoofdzakelijk Grieks/Latijnse namen, die op de Campus worden gehanteerd. Daarnaast moest hij kort en krachtig zijn en bij voorkeur een link hebben met Wageningen UR en het Facilitair Bedrijf. Rademaker erkent dat het anders was om voor de eigen organisatie te bouwen, in plaats van voor onderwijsdoeleinden. ‘Dit is, zoals wij het noemen, een ‘droog’ gebouw, gewoon een kantoorgebouw. Dan heb je met heel andere zaken te maken dan in een onderzoeks- of onderwijsgebouw.’ Men kon ook niet heel lang blijven genieten van het resultaat van alle inspanningen. ‘We zitten alweer middenin de bouw van ons tweede grote onderwijsgebouw, dat in maart 2013 klaar moet zijn. Dat neemt niet weg dat iedereen trots is op wat we hier voor onszelf neer hebben gezet. Dat hadden we eigenlijk veel eerder moeten doen.’

Ton de Kort