• Inkrimping politiekorps: maak van de nood een deugd
08 oktober 2009
08 okt 2009

Inkrimping politiekorps: maak van de nood een deugd

Rotterdam vreest dat de eigen veiligheid onder grote druk komt te staan nu Minister Ter Horst 180 miljoen euro wil bezuinigen op de politiesterkte. Daarmee krijgt de discussie over onveilige wijken en meer blauw op straat een nieuwe impuls. De zorgen van de gemeente zijn voor te stellen. Maar er zijn ook andere oplossingen die buiten de gebaande paden gaan. Denk hierbij aan een integraal beleid met betrekking tot de inzet van particuliere beveiligers en intelligent cameratoe zicht. Dat is structureel goedkoper en leidt aantoonbaar tot resultaat .

Burgemeester Aboutaleb is boos. Begrijpelijk, want als de plannen van Minster Ter Horst doorgaan zullen er minder agenten naar de politieopleiding gaan en dat werkt naar alle waarschijnlijkheid door in het aantal beschikbare agenten op straat – ook al ontkent Ter Horst dit nu nog ten stelligst. Geen positief vooruitzicht voor een stad als Rotterdam, die traditioneel kampt met relatief veel onveilige wijken. Aboutaleb heeft gelijk: het is, zeker in deze tijden, van belang de Nederlandse politie op sterkte te houden. Aan de andere kant kan Minister Ter Horst haar ogen niet sluiten voor de economische realiteit en moet zij de tering naar de nering zetten. Een duivels dilemma? Ik zou eerder zeggen: een uitstekende aanleiding om het onderwerp ‘veiligheid op straat’ weer eens met frisse blik te bekijken.

Exact twee jaar geleden liet Trigion al onderzoek uitvoeren onder ruim 1100 Nederlanders van 18 jaar en ouder. Daaruit bleek dat een meerderheid van de Nederlandse bevolking van mening is dat de inzet van particuliere beveiligers ter ondersteuning van de politie zeer wel zou kunnen bijdragen aan het handhaven en herstellen van de veiligheid in woonwijken. Anders gezegd: de burger is blij met elke vorm van toezicht. Zolang er maar méér wordt gesurveilleerd, méér cameratoezicht is en mensen maar vaker en sneller worden aangesproken op ongewenst gedrag. Uitgerekend in Rotterdam is dit inzicht allang bij de bestuurders doorgedrongen. In deze mooie, maar moeilijke stad is dan ook geen sprake van de in andere gemeenten soms bijna reflexmatige afwijzing van de inzet van particuliere beveiligers ter ondersteuning van de politie. Sterker: Rotterdam zoekt de samenwerking met particuliere beveiligingsorganisaties bewust op en heeft dankzij de inzet van zogeheten ‘stadsmariniers’ ook al een schat aan ervaring opgedaan met betrekking tot het goed regisseren van die samenwerking. Want ook al zijn de meningen over de inzet van particuliere beveiligers ter ondersteuning van politietaken verdeeld: het staat of valt met goed toezicht op deze professionals. Rotterdam heeft daarvoor een werkbaar model gevonden, maar andere modellen zijn niet op voorhand minder effectief. In de Haagse binnenstad bijvoorbeeld melden zich ’s ochtends particuliere beveiligers op het politiebureau om daar rechtstreeks hun instructies te ontvangen. Er ligt inmiddels op veel plaatsen in Nederland bewijs voor het oprapen dat de inzet van particuliere beveiligers onder regie van de overheid niet alleen een adequaat antwoord vormt op handhavingproblematiek in bijvoorbeeld winkel- uitgaanscentra. Bewijs dat ook een rol kan spelen in het bijna permanente politieke debat over het geld dat al dan niet beschikbaar is voor meer blauw op straat. De voordelen zijn evident: hoogopgeleide wijkagenten houden het overzicht en komen alleen in actie wanneer nodig, particuliere beveiligers nemen veel van de uitvoerende taken over en worden alleen dan en daar ingezet waar het ook echt nodig is. Maar helaas ontbreekt het nog aan twee zaken. Eén: een integrale benadering van de inzet van particuliere beveiligers; en twee: aan een goede, in alle gemeenten toepasbare samenwerkingstructuur. Mijns inziens kan Aboutaleb juist dáármee winst behalen: niet om zijn ‘directe’ probleem - het op sterkte houden van zijn politiekorps - mee op te lossen, wél om van Rotterdam de gemeente te maken die laat zien geen koudwatervrees te hebben en te denken in termen van oplossingen in plaats van bezwaren. Hiermee kan Rotterdam een voortrekkersrol vervullen ten gunste van alle andere gemeenten die nog lang niet zo ver zijn, maar eveneens last hebben van de financiële druk uit Den Haag. De inzet van particuliere beveiligingsbedrijven kan voor Rotterdam nog een andere positieve spin-off hebben. Want de stad en haar deelgemeenten zetten al jarenlang in op meer cameratoezicht: recentelijk nog werd er opnieuw voor zeven miljoen euro in de uitbreiding van cameratoezicht geïnvesteerd en werd tevens de capaciteit van het zogenaamde ‘uitkijkcentrum’ waar de beelden worden bekeken, verdubbeld. Wat door de Rotterdamse burgervader echter als positief wordt gezien - ‘Het is een effectief middel in de bestrijding van criminaliteit. Dagelijks worden er door camera’s wel vijftig incidenten waargenomen.’ – is in werkelijkheid het echte probleem.

De Rotterdamse politie heeft nu al moeite alle camerabeelden te bekijken en dat zal alleen maar erger worden. Bovendien gebeurt dat veel te versnipperd. De situatie in de Rotterdamse Haven is wat dat betreft illustratief: daar hangen honderden camera’s, deels in het publiek domein, deels op het terrein van het Havenbedrijf en deels op werven die in particuliere handen zijn. Het zou echter veel slimmer zijn deze camera’s onderling te koppelen en op één centrale plek de beelden te bekijken. Dat vergroot de voorspelbaarheid aanzienlijk en maakt het mogelijk sneller te reageren op incidenten. Verdachte personen kun je immers beter op straat al herkennen voordat ze zich op privaat terrein begeven. Tegen dat licht zou het voor Rotterdam veel verstandiger zijn om één particuliere alarmcentrale in te zetten voor het bekijken van alle camerabeelden. Een kwestie van goede ‘service level agreemeents’ afspreken en natuurlijk goed vastleggen dat er direct doorgeschakeld wordt naar ofwel de politie ofwel een particuliere beveiligingsdienst als er verdachte zaken worden opgemerkt. Bijkomend voordeel is dat juist bij deze partijen de meeste kennis zit met betrekking tot ‘intelligente’ camera’s, dat wil zeggen camera’s die niet meer alles vastleggen maar alleen ‘verdacht’ gedrag (bijvoorbeeld het rondjes lopen om een auto op een parkeerterrein, of het op straat staan schreeuwen). Met de inzet van dit soort nieuwe technieken kan het stuwmeer aan te controleren beelden verder worden ingedamd.

Samengevat: Rotterdam hoeft zich niet zonder meer neer te leggen bij een inkrimping van haar politiekorps, maar kan wél van de nood een deugd maken. Een goed gestructureerde samenwerking met de particuliere beveiligingsbranche kan veel leed verzachten. In de afgelopen tien jaar is bijvoorbeeld op collectieve bedrijventerreinen de criminaliteit op bedrijventerreinen met 40% gedaald door toezichthoudende taken te centraliseren bij één beveiligingspartij en door slim gebruik te maken van een combinatie van manbeveiliging en moderne cameratechniek. De politie komt er enkel nog als er onregelmatigheden worden geconstateerd in het kader van haar opsporingstaak. Nu is een wijk een beduidend complexer fenomeen dan een bedrijventerrein, maar toch: een wijk die veilig, heel en schoon moet blijven redt dit niet alleen met het schaarse blauw in de straten.



Mercuri Urval is een internationale adviesorganisatie

Het corporate gevoel van een sympathieke headhunter

Als je een interview hebt bij Mercuri Urval met Marcel L’Herminez, komen er spontaan drie vragen bovendrijven.

Coenen Concept bouwt tandartspraktijk in Veldhoven

‘Interieur draagt bij aan optimale dienstverlening 5504 Mondzorg’

‘Niets is onmogelijk’. Dat is het motto van Lars van Breukelen.

Mkb’ers ontdek het internationaal talent in de regio!

What about the spouses?

Eindhoven gloeit nog na van twee prachtige, drukbezochte evenementen: DDW en Glow. De regio leeft en bruist, bloeit en groeit, onderneemt en innoveert en de toekomst lacht ons tegemoet.

De duidelijke meerwaarde van Ergon-medewerkers

‘Ik zou willen dat ik er meer kon aannemen’

Bij het horen van de naam Ergon, denken veel mensen al snel aan de schoffelaars in de gemeenteplantsoenen.

Wim van Wessel maakt Wesco toekomstbestendig

Eigenwijze visie en werkwijze werpen vruchten af in schoonmaakbranche

De schoonmaakbranche is volop in beweging.

Meten is weten

Nul40 on- en offline mediabureau in Eindhoven

‘Onze klanten hebben altijd rechtstreeks contact met senior adviseurs’