• Is de BHV nog wel op orde?
26 september 2019
26 sept 2019

Is de BHV nog wel op orde?

Ieder bedrijf moet wat doen aan bedrijfshulpverlening. De vraag is of er nog voldoende medewerkers zijn die daaraan willen bijdragen. De situatie lijkt mee en tegen te vallen. Cijfers wijzen uit dat het percentage bedrijven met bedrijfshulpverleners (BHV’ers) redelijk stabiel blijft, maar is niet echt hoog (twee derde) te noemen.

Her en der klinken verontrustende geluiden over BHV’ers. Al langere tijd wordt de noodklok geluid over het gebrek aan EHBO’ers en BHV’ers. Het is sinds kort mede actueel omdat de in aantal groeiende festivals kampen met een tekort aan EHBO’ers.

En links en rechts worden dergelijke geluiden ook gehoord op de werkplek. Dat
BHV’ers bij ontslag niet worden vervangen, dat het ontbreekt aan de wil, geld en tijd om te investeren in bedrijfsveiligheid of de opleidingen daarvoor. Maar ook de veiligheid op de werkvloer zou te wensen overlaten: EHBO-trommels die niet up to date zijn, geblokkeerde vluchtroutes of ontruimingsoefeningen die alleen op papier bestaan.

Wat klopt er van de indruk die in het veld soms bestaat over BHV’ers en bedrijfsveiligheid in het algemeen? Allereerst: wat moet een BHV’er doen? Volgens de Arbowet heeft zo’n hulpverlener drie taken. Het gaat om het verlenen van eerste hulp bij ongevallen. In de tweede plaats moet een BHV’er proberen een brand te beperken en te bestrijden en de gevolgen van ongevallen te minimaliseren. In noodsituaties worden deze vrijwillige hulpverleners ook geacht alarm te slaan en iedereen in een inrichting te evacueren. Degenen met zo’n taak beschikken over een zodanige opleiding en uitrusting, genoeg in aantal en voldoende georganiseerd om hun taken naar behoren te kunnen vervullen.

Risico’s verschillen
Voor deze groep werknemers bestaan allerlei trainingen die per branche kunnen verschillen. Dat hangt bijvoorbeeld af van hoe gevaarlijk de werkomgeving is. In de industrie zijn de risico’s doorgaans groter dan in een kantoortuin.

Over het aantal bedrijfshulpverleners legt de wet geen norm op. Het aantal moet vooral voldoende zijn om de taken naar tevredenheid te kunnen uitvoeren. Dit zal afhangen van de grootte van een bedrijf, de werkzaamheden en risico’s in het bedrijf.

In principe moet er altijd een BHV’er aanwezig zijn, ongeacht deeltijdwerk of
vakantie. In kleine bedrijven kan de werkgever zelf BHV-taken verrichten, waarbij hij wel iemand moet aanwijzen die deze rol op zich neemt bij afwezigheid.

Het ministerie van Sociale Zaken en Wekgelegenheid heeft deze zomer het rapport ‘Arbo in Bedrijf 2018’ uitgebracht, een onderzoek naar de naleving van arboverplichtingen, blootstelling aan risico’s en genomen maatregelen in 2018. Daarin wordt onder meer bedrijfshulpverlening toegelicht.

Arbo in bedrijf probeert een representatief beeld te geven van de huidige naleving
van de Arbeidsomstandighedenwet door bedrijven, instellingen en overheidsinstanties. Dit is gebeurd door steekproefsgewijs die organisaties te bezoeken. In totaal zijn er de laatste keer 1300 aselect bepaalde bezoeken geweest.

Percentage BHV stabiel
Voor de periode 2010-2018 is het percentage van de bedrijven met bedrijfshulpverlening redelijk stabiel gebleven. Lag dit in 2010 op 69%, vorig jaar bedroeg dit 66%, dus een lichte afname. Hoewel het beeld hetzelfde blijft, blijkt dus nog altijd een derde van de bedrijven zonder BHV’er te zitten.

In ander opzicht scoort bedrijfshulpverlening aanzienlijk hoger. Als wordt gekeken naar het percentage werknemers dat werkt bij een bedrijf met bedrijfshulpverlening ligt dat op 94%. Daarbij dient wel te worden beseft dat dit niet alles zegt. Bij veel grote bedrijven is bedrijfshulpverlening goed geregeld, in de zin dat er in ieder geval een of meerdere werknemers zijn die deze taak hebben.

Stel fictief dat er bij alle tien bedrijven met elk honderd medewerkers een BHV’er is en slechts bij de helft van tien kleine bedrijven met elk tien werknemers telkens eentje. Dan is er een score in het eerste geval van 100% hulpverlening (alle werknemers werken bij een bedrijf met BHV) en bij de tweede 50%. Maar als je kijkt naar het aantal BHV’ers in relatie tot het totaal aantal medewerkers scoren de kleine bedrijven samen getalsmatig beter. Bij de grote ondernemingen zijn er tien op duizend, bij de kleine vijf op 100. Het rapport van Sociale Zaken onderkent dat kleinere bedrijven meer moeite hebben aan deze Arbowetverplichting te voldoen. ‘In 2018 heeft, net als in 2016, ongeveer een derde van de bedrijven geen
bedrijfshulpverleners aangesteld. Kleine bedrijven hebben vaker geen bedrijfshulpverlener dan grote bedrijven. Van de bedrijven met minder dan tien werknemers heeft 40% geen bedrijfshulpverlener, terwijl 2% van de bedrijven met meer dan 100 werknemers geen bedrijfshulpverlener heeft.’

De vraag is wat de gevolgen zijn als een bedrijf niet aan de plicht voor bedrijfshulpverlening voldoet en wat het eraan kan doen om dat wel te bereiken. De verplichting vloeit voort uit een Europese richtlijn van 1994. De Nederlandse BHV-verplichting bestaat dus een kwart eeuw.

Boetes bij overtreding
Stelt de inspectie vast dat een bedrijf zich niet aan de regels op het gebied van arbeidsomstandigheden houdt, dus bijvoorbeeld bedrijfshulpverlening, dan
kan een boete worden opgelegd. Die boete kan oplopen tot duizenden euro’s. Er
wordt bij zo’n bezoek onder meer gelet op het aantal medewerkers dat te hulp kan
schieten in geval van nood en de kwaliteit van de gevolgde opleiding.

De bedrijfshulpverlening maakt onderdeel uit van de bedrijfsveiligheid in het algemeen. Een inspecteur die op de stoep staat, zal dan ook meer willen weten dan alleen bedrijfshulpverlening. Dan gaat het om zaken als een actuele risico inventarisatie en -evaluatie (RI&E), of die is besproken met medewerkers, of op basis daarvan de organisatie van BHV is opgezet, of een arbodienst de RI&E heeft beoordeeld, of er geoefend wordt, of de kennis van BHV’ers op peil blijft door
herhalingen.

Arbo in bedrijf van het ministerie besteedt ook aandacht aan deze andere aspecten.
Sociale Zaken ziet een positieve ontwikkeling als het gaat om het hebben van een RI&E, een contract met een arbodienst of andere deskundige op dit gebied en de aanwezigheid van een preventiemedewerker.

Wat te doen?
Bedrijven die meer willen weten over bedrijfshulpverlening (en andere arbozaken) kunnen bijvoorbeeld terecht op de site zelfnspectie.nl van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Onder het kopje ‘Arbo op orde!’ kan een
test worden ingevuld voor bedrijfshulpverlening. Aan de hand van de antwoorden krijgt de invuller vervolgens actiepunten te zien.

Bedrijven en werknemers kunnen wat doen aan een als slecht ondervonden
situatie wat betreft bedrijfshulpverlening. Het is daarbij goed te weten dat voor een medewerker het aardig op zijn cv staat als die in geval van nood collega’s helpt. De betrokkenheid is een plus op het cv. Het loont in die zin BHV’er te worden.

Kiezen een bedrijf en medewerkers voor een BHV-training dan is het aanbod groot. Het hangt af van de situatie welke opleider het meest geschikt is. Op de website van opleidingskeurmerk NIBHV staat een overzicht van opleiders met een keurmerk. Een certifcaat na een training, die meestal twee dagen duurt, is één jaar geldig. Daarna moet een herhalingscursus worden gedaan



Mercuri Urval is een internationale adviesorganisatie

Het corporate gevoel van een sympathieke headhunter

Als je een interview hebt bij Mercuri Urval met Marcel L’Herminez, komen er spontaan drie vragen bovendrijven.

Coenen Concept bouwt tandartspraktijk in Veldhoven

‘Interieur draagt bij aan optimale dienstverlening 5504 Mondzorg’

‘Niets is onmogelijk’. Dat is het motto van Lars van Breukelen.

Mkb’ers ontdek het internationaal talent in de regio!

What about the spouses?

Eindhoven gloeit nog na van twee prachtige, drukbezochte evenementen: DDW en Glow. De regio leeft en bruist, bloeit en groeit, onderneemt en innoveert en de toekomst lacht ons tegemoet.

Wim van Wessel maakt Wesco toekomstbestendig

Eigenwijze visie en werkwijze werpen vruchten af in schoonmaakbranche

De schoonmaakbranche is volop in beweging.

De duidelijke meerwaarde van Ergon-medewerkers

‘Ik zou willen dat ik er meer kon aannemen’

Bij het horen van de naam Ergon, denken veel mensen al snel aan de schoffelaars in de gemeenteplantsoenen.

Meten is weten

Nul40 on- en offline mediabureau in Eindhoven

‘Onze klanten hebben altijd rechtstreeks contact met senior adviseurs’