• Je kunt niet bouwen op onverschillige aanbieders
31 december 2012
31 dec 2012

Je kunt niet bouwen op onverschillige aanbieders

Door de bouwfraude en andere recente ervaringen is de wens ontstaan voor meer openheid en transparantie in bouwprocessen. Dit heeft geleid tot nieuwe  aanbesteding- en inkoopmethodieken. Vooral kleinere bedrijven (het mkb) lopen hier tegenaan. Het doel was meer concurrentie, terwijl het concurrentieondermijnend werkt; bedrijven schrijven niet meer, of althans minder! Er worden te hoge eisen gesteld. De procedurele kant overheerst, terwijl het doel (meer concurrentie, meer kansen) achterblijft. Het accent op een lage prijsstelling is veel te groot met als gevolg: onverschilligheid bij aanbieders. Waardoor is deze complexiteit ontstaan?

In de bouwwereld is de term ‘Agabu’ bekend. Het betekent: ‘Alles Ganz Anders Bei Uns’. In bijvoorbeeld een autofabriek verloopt alles steeds hetzelfde; men werkt met dezelfde mensen aan dezelfde producten onder dezelfde omstandigheden en volgens dezelfde protocollen. Hoe anders is dit in de bouw! Wisselende opdrachtgevers, bouwpartners, locaties, weersomstandigheden, materialen en ontwerpen maken het bouwproject tot een ingewikkeld proces. Samenwerking geschiedt steeds op ad hoc- basis. Deze ad hoc- samenwerking impliceert een gebrek aan samenwerkingservaring, en leidt tot concurrentie (veelal) op prijs. Scherpe concurrentie leidt tot niet transparante prijsvorming en een grote overheidsbemoeienis maakt het bouwproces complex.
Communicatie is lastig en vaak prevaleert het eigen belang als gevolg van een scherpe inschrijving. Opdrachtgevers zijn gebaat bij een goede communicatie tussen partijen. Door een toenemende claimcultuur en een onduidelijk aansprakelijkheidsregime kan dit vaak tot geschillen leiden.  De bouwenquête als gevolg van de bouwfraude heeft geleid tot AanbestedingsReglementWerken 2005. Nog steeds is de aanbestedingswet niet afgekondigd. Begin september 2012 heeft VNG een brief geschreven aan de Eerste Kamer waar de aanbestedingswet ter behandeling is ingediend. VNG heeft hierin gewezen op het hoog juridisch gehalte en de 'onleesbaarheid'.
Semioverheden hebben in de afgelopen periode goedbedoeld drempelbedragen verlaagd. Gevolg is dat hoge kosten ontstaan voor relatief kleine of simpele aanbestedingen. Het resultaat is discussie en ontevredenheid bij inschrijvers. Opmerkelijk is dat hierdoor minder mkb-bedrijven inschrijven, terwijl toch de insteek was om transparantie te vergroten en meer partijen een kans te bieden teneinde de concurrentie te bevorderen. Het tegendeel is het geval.
Een andere complicerende factor is de overkill aan wet- en regelgeving. Ondanks de toezegging van onze regering deze te verminderen, is in 2012 toch een nieuw UAV, een nieuw Bouwbesluit, een nieuwe Stabu Standaard, een nieuwe DNR (2011) tot stand gekomen. Tel hierbij op de vele richtlijnen, NEN normen, BRL's enz., en je ziet door de bomen het bos niet meer. Een terugtredende overheid, immers dat was de opzet, heeft mede geleid tot de UAV GC 2005, (Geïntegreerde Contracten). De indruk die daarmee is ontstaan wordt vaak geduid als 'het over de schutting gooien'. Marktpartijen moeten het maar uitzoeken.  Door dit alles ontstonden nieuwe contractsvormen zoals het hierboven genoemde UAV GC, maar ook dcbfmo( design, construct, built, finance, maintenance en operate). Voor grote projecten is de pps bedacht (publiek private samenwerking).

Bouwvormen
De bouwvormen zijn ook sterk aan verandering onderhevig. Door de mogelijkheden met ict zijn ronde vormen meer dan ooit toegepast in architectuur. Maar ook zijn we dieper onder de grond en hoger gaan bouwen. De Europese/nationale aanbestedingen hebben geleid tot een toenemende juridisering, de opkomst van tenderbureaus, en tevens het Besluit Aanbestedingsregels Overheid (BAO). De kloof tussen juristen en technici is hierdoor groter geworden. De kans is aanwezig dat ze elkaar niet meer aanvullen, maar juist tegenwerken. Door dit alles wordt het voor de opdrachtgever steeds moeilijker het proces te begrijpen, en raakt minder betrokken. Dit is geen goede ontwikkeling.
Ook op gebied van energiebeheer en duurzaamheid zijn stappen gezet die aan de complexiteit bijdragen. Zo is het begrip 'çradle to cradle' bekend, vindt warmt koude opslag (wko) plaats, wordt de EPC norm aanhoudend verlaagd en wordt gehandeld in CO2-emissies. Het traditionele bouwen staat onder druk en fabrikanten gaan in de richting van steeds meer industrieel bouwen. IFD, Industrieel, Flexibel, Demontabel bouwen is hiervan een voorbeeld. Lean bouwen en ketenintegratie dwingen aannemers, onderaannemers en leveranciers op een andere manier naar het bouwen te kijken. 'Life cycle analyse' wordt gebruikt als tegenhanger van het 'laagste prijs' principe. 'Total Cost of Ownership' ondervindt meer en meer begrip bij investeerders/beleggers en bij gebruikers.
Wanneer wordt gekeken naar de praktijk dan valt het volgende te constateren:
-    Mislukte aanbestedingen:
    Aanbestedingen mislukken bijvoorbeeld doordat slechts één aannemer inschrijft. Opdrachtgever dient te beslissen wat te doen en de vraag laat zich stellen in hoeverre het verantwoord is met de inschrijving in te stemmen. Het Stedelijk Museum en het Rijksmuseum zijn hiervan voorbeelden.
-    Rechtszaken direct na aanbestedingen:
    Nationale en Europese aanbestedingen worden bekend gemaakt en nader omschreven in de zogeheten aanbestedingsleidraad. Vaak veel te lijvige, moeilijk leesbare documenten met een grote lijst aan verklaringen die moeten worden ingevuld. Vaak zijn buitenproportionele eisen gesteld en zijn deze in een bepaalde richting geschreven. Met als gevolg rechtszaken. Het expertisecentrum PIANOo, publiceert regelmatig de rechtszaken die hierover handelen.
-    Extra tijd en kosten:
    Veelal zijn extra tijd en kosten gemoeid met het opzetten van een aanbestedingstraject. Lagere overheden zouden moeten afzien van het verlagen van drempels om een schijntransparantie te bewerkstelligen. Het resultaat is dat kleine projecten met te hoge kosten en onnodig ingewikkelde procedures worden opgezadeld. Aanbesteden in verhouding tot de opdrachtsom zou het advies kunnen luiden.

Welke conclusies kunnen worden getrokken?
-    Angst regeert: Opdrachtgevers zijn bang berispingen te krijgen, hetzij van de overheid of via de accountant. Het adagium luidt: ‘Cover my ass’. De procedure wint het van gezond verstand. Procedures zijn nodig en dienen ondersteunend en niet leidend te zijn. Zijn bestuurders bang geworden?
-    Juridische component overschaduwt: Net zoals een bouwwerk tot stand komt tussen ontwerp en uitvoering, komt het eveneens tot stand via een technisch bestek en voorwaarden. Te constateren is dat de juridische component aan importantie wint. Het juridisch gedeelte is zondermeer van groot belang, echter, ze dient niet overheersend te zijn. Door de regerende angst wordt de neiging zwaarder te leunen op de juridiciteit gevoed. Steeds vaker wordt de jurist aan de vergadertafel bij bouwprojecten gesignaleerd.
-    Bouwwereld wordt onverschilliger: Als er geen of teveel druk is, komen zaken niet tot stand. De bouwwereld, die toch veelal uit technici bestaat, wordt onverschilliger door de veelheid en complexiteit van de regels.  Vertrouwen dient te worden hersteld, immers, onverschilligheid ondermijnt de samenwerking en kwaliteit.
-    Transparantie kost geld: Het goed inzichtelijk maken van procedures is aan te bevelen. Tegenover deze openheid en transparantie staan kosten. Echter, te veel transparantie kost te veel en dient te worden vermeden.
-    Sterke focus op geld: Geld heeft altijd een belangrijke rol gespeeld en blijft dat doen. Er zijn opdrachtgevers die hieraan een te groot belang hechten (korte termijn). Het gevolg wat marktaanbieders doen is:
• Uitkleden offertes en meerwerk claimen: Het juridisch dichttimmeren van aanbestedende diensten leidt ertoe dat aanbieders/inschrijvers exact datgene wat wordt gevraagd aanbieden en de rest is meerwerk. Bijvoorbeeld kilometers, uren, vergaderingen, en aantal inschrijvers; kortom alles wordt gemaximeerd in de aanbieding en verrekend. Dit kan ertoe leiden dat aanbiedingen na einde werk soms wel enkele keren over de kop gaan.
• 'Impertinente' vragen stellen bij voorselectie: Vaak wordt in een selectieprocedure om de projectaanpak gevraagd. Juist hierin ligt vaak de essentie besloten, wat de aanbieder veel tijd kost. Bovendien legt hij hiermee zijn aanpak en zaligheid bloot. Vervolgens wordt de aanbieder gepasseerd en kan men van zijn aanpak gebruik maken.
-    Kwaliteit niet meetbaar: Het is moeilijk om kwaliteit te meten. Hoe definieer je een goed bouwbedrijf of installateur? Bovendien zeggen jaarverslagen niets over kwaliteit. Uitvoerder, werkvoorbereider en projectleider bepalen samen met de onderaannemers de kwaliteit. Wie neemt nog de moeite om een werf te bezoeken, met referenten te praten en vergelijkbare projecten te bezoeken?

Kan het ook anders?
Ja, en dat gebeurt ook. Aanbestedende diensten, die gehouden zijn te werken volgens Europese/Nationale richtlijnen zijn lang niet altijd blij met de opgelegde regels. Ze zijn kostenverhogend, tijdrovender en bevorderen de bureaucratie. Selectiecriteria kunnen worden aangepast en toegevoegd. Deze zijn in de praktijk veelal opgesteld met het doel uit te sluiten. Hier zit de crux. Terwijl de overheid openheid en mededinging propageert, timmert de aanbestedende dienst deze zoveel mogelijk dicht. Dit leidt niet tot een optimaal resultaat. De uitvraag, die hiermee samenhangt, kan verbeterd worden. De overheid, samen met overige opdrachtgevers, beogen (terecht) goed opdrachtnemerschap. Hiermee hangt samen dat goed opdrachtnemerschap gebaat is met goed opdrachtgeverschap. Indien aan bovengenoemde aandachtspunten gehoor kan worden gegeven is daarmee de basis gelegd voor een constructieve samenwerking, wat het uiteindelijke product, de levering of dienst ten goede komt.

Peter Fransen
is directeur Infra Domus.