• Menselijk gedrag bij brand: drie mythen
08 oktober 2009
08 okt 2009

Menselijk gedrag bij brand: drie mythen

Als facilitair manager besteedt u veel aandacht aan de brandveiligheid van uw gebouw. U heeft bedrijfshulpverleners aangesteld, die kunnen blussen, ontruimen en eerste hulp verlenen. U zorgt dat de nooduitgangen vrijgehouden worden en dat de bordjes boven de deuren branden. Er is een werkend brandalarm. Met andere woorden: U heeft het goed voor elkaar. Maar wat als er zich echt een calamiteit voordoet? Zijn deze maatre gelen dan voldoende?

Vaak wordt uitgegaan van aannames over brandveiligheid en menselijk gedrag. Het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid Nibra onderzocht een aantal van deze aannames, en kwam erachter dat een deel onjuist is. Het onderzoek, dat gesubsidieerd werd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, bestond ten eerste uit een theoretisch onderzoek op basis van (getuigen)verslagen en evaluaties van een groot aantal branden. Anderzijds is in een hotel in Nederland een groot aantal praktijkexperimenten uitgevoerd, waarbij het evacuatiegedrag van mensen bij brand is onderzocht.

Mythe 1: Als mensen een brand zien, weten ze dat het gevaarlijk is en raken ze in paniek.
Vaak wordt gedacht dat mensen weten dat brand gevaarlijk is en ook als zodanig reageren. Toch blijkt uit de praktijk dat mensen de gevaren van brand vaak onderschatten. De snelheid waarmee de brand zich ontwikkelt wordt onderschat, waardoor mensen vaak wachten met vluchten. Ook wordt vastgehouden aan rolpatronen: In een warenhuis wil men eerst afrekenen, in een treinstation de trein halen. Uit videobeelden van echte branden blijkt dat ondanks de brand, mensen toch eerst in de rij bij de kassa gaan staan of richting de treinen lopen. Daarnaast onderschatten mensen de gevaren van rook. Tijdens de ontvluchting van een van de twee torens van het WTC in New York in 1991 vluchtte 94% van de aanwezigen dóór de rook. Dit, terwijl de rook die vrijkomt de meest dodelijke factor van brand is. Vaak wordt gedacht dat mensen bij brand in paniek raken. Dit is een zeer hardnekkige mythe, die al sinds 1954 door onderzoekers telkens ontkracht is. Mensen reageren nauwelijks op de eerste signalen van brand. Ze blijven staan kijken of gaan door met wat ze al deden. Ook gaan sommige mensen juist naar de brand toe. Van een brand in een kiosk zijn filmbeelden gemaakt waarop te zien is dat een moeder met twee kleine kinderen naar binnenloopt om de brand te bekijken.

Bij een brand in The Station Nightclub in 2003 reageert het publiek pas op de brand als de band stopt met spelen. Iedereen loopt in eerste instantie relatief rustig de club uit. Bij een brand die in het voetbalstadion Euroborg in Groningen (april 2008) breekt brand uit doordat rollen toiletpapier, die vanaf de tribune worden gegooid, vlam vatten. De aanwezigen onder de overkapping reageren in eerste instantie enthousiast op de brand. Pas als de situatie letterlijk zeer heet is geworden, vluchten mensen via de route bij binnenkomst. Ook dan reageren de mensen beheerst. Verder zijn mensen niet alleen op zichzelf gericht bij een ontvluchting. Veelal wordt er samengewerkt en wil men elkaar helpen. Als er een persoon aanwezig is die zich leidend opstelt, gaat vaak een grote groep aanwezigen op gecontroleerde wijze naar een veilig gebied.

Mythe 2: Zodra er een brandalarm klinkt, vluchten mensen op basis van de groene bordjes naar de dichtstbijzijnde nooduitgang.
In uw pand hangt een ontruimingsalarm, gekoppeld aan rookmelders. Bij een eventuele brand zullen de mensen door het ontruimingsalarm dat afgaat het pand snel verlaten. Tenminste, dat wordt gedacht. Ook in bouwregelgeving wordt hier van uit gegaan. Maar in de praktijk blijken mensen vaak helemaal niet te vluchten bij het horen van een brand- of ontruimingsalarm. Soms duurt het minuten, soms uren (zoals bij het WTC in 2001) voordat mensen reageren. Dit heeft weinig te maken met de onbekendheid van het geluidssignaal. Veel mensen weten dat het een brandalarm betreft, maar zien het gevaar niet direct, waardoor er niet adequaat op gereageerd wordt. Dit wordt versterkt als er regelmatig 'loos' alarm is. Het gedrag van mensen in de omgeving speelt hierbij een cruciale rol. Zolang anderen in de omgeving niet vluchten, of er geen instructies van mensen met autoriteit volgen, wordt er vaak vastgehouden aan de eerdergenoemde rolpatronen en wordt het brandalarm genegeerd. Echter als er mensen zoals bhv-ers zijn die instructies geven die overeenkomen met de beoordeling van de aanwezigen, dan willen mensen deze instructies graag opvolgen. Uit onderzoek blijkt dat een goed werkende bedrijfshulpverleningsorganisatie de reactietijd ongeveer tot tien maal kan verkorten ten opzichte van een ontvluchting die niet door getraind personeel wordt begeleid. Verder blijkt dat een alarm met gesproken woord en duidelijke instructies beter werkt dan een slow woop signaal. Een goede instructie door de bhv is extra belangrijk, omdat uit onderzoek blijkt dat mensen de groene nooduitgangbordjes vaak helemaal niet gebruiken, en vaak ook niet vluchten via de dichtstbijzijnde nooduitgang. De groene bordjes worden vaak nauwelijks gezien of opgemerkt. Zo is het voorgekomen dat iemand bij een brand acht nooduitgangen voorbij liep. Daar komt nog bij dat de bordjes vaak boven een deur of aan het plafond hangen. Opstijgende warme rook maakt de bordjes dan nog slechter zichtbaar. Een andere reden voor het niet nemen van de nooduitgang is dat mensen graag de bekende route terug nemen, en zich aansluiten bij het gedrag van anderen. Uit de analyse van branden blijkt dat aanwezigen zonder uitdrukkelijke aanwijzingen van het personeel voornamelijk de (hoofd)ingang gebruiken waardoor ze naar binnen gingen. Een extra obstakel om de nooduitgang te gebruiken, is er wanneer de deur voorzien is van een noodvergrendeling gekoppeld aan een alarm, of een bordje 'alleen in noodgevallen gebruiken'. Bij een brand in een verzorgingstehuis werd 95% van de patiënten via één trappenhuis gered door het personeel, terwijl drie andere trappenhuizen beschikbaar waren. Deze waren echter voorzien van een alarm. De zelfredzaamheid van aanwezige personen wordt vooral bepaald door de snelheid en de juistheid van de reactie van de aanwezigen en veel minder door het aantal of de breedte van de vluchtdeuren.

Mythe 3. Mensen zijn zelfredzaam bij brand als zij zich onder normale omstandigheden zelfstandig in een gebouw kunnen verplaatsen.
Vaak wordt gedacht dat mensen die normaal gesproken 'gemiddeld mobiel' zijn, zich bij een incident goed zelf kunnen redden. Maar in de praktijk blijken mobiele mensen niet altijd zo mobiel, bijvoorbeeld als in hoge gebouwen, waar in geval van nood veel trappen moeten worden afgedaald, mensen door hitte en rook, zwangerschap, operaties, overgewicht of astma ineens minder mobiel zijn. Deze mensen verplaatsen zich langzamer en moeten vaker rusten. Bij de ontruiming van het World Trade Center in New York in 2001 werden veel mensen gehinderd doordat zij hoge hakken of knellende schoenen droegen. Hierdoor trad eerder vermoeidheid op, de loopsnelheid nam af en de vluchtpoging duurde langer. Daarnaast is het niet altijd zo dat mensen met een functionele beperking (zoals blindheid of het zitten in een rolstoel) zichzelf niet kunnen redden. Zo kan een blind persoon zich vaak beter oriënteren en verplaatsen als het licht is uitgevallen, dan mensen die niet blind zijn. Het waarnemingsvermogen, de omgeving en de mobiliteit van mensen zijn belangrijk voor de zelfredzaamheid. Verminderd zelfredzamen, zoals rolstoelgebruikers, ouderen en kinderen, kunnen zichzelf in een aantal gevallen prima zelf redden. Rolstoelgebruikers en niet-rolstoelgebruikers hoeven elkaar bij de ontruiming lang niet altijd te hinderen. Dit geldt niet voor niet zelfredzame mensen, zoals mensen die bedlegerig zijn of in een cel zitten. Zij hebben bij een ontruiming altijd extra aandacht nodig. Zelfredzaamheid bij brand is dus iets dat niet permanent, maar een dynamische omstandigheid is. Wanneer mensen een route moeten nemen die ze normaal gesproken niet nemen, kunnen er problemen ontstaan op het gebied van oriëntatie. Niet altijd wordt dan de meest optimale route gekozen, waardoor de ontruiming langer duurt. De oriëntatie bij vluchten wordt extra bemoeilijkt als er rook aanwezig is. Hoewel in theorie de vluchtwegen rookvrij zouden moeten zijn, blijkt er in de praktijk vaak dat er rook in de vluchtweg staat. Uiteraard is elke situatie anders, en reageren individuele mensen verschillend. De ontkrachting van bovenstaande mythen, gebaseerd op uitgebreid onderzoek, bevestigen vooral dat de brandveiligheidsmaatregelen in gebouwen onvoldoende aansluiten bij het menselijke gedrag bij brand. Een link naar het onderzoeksrapport 'zelfredzaamheid bij brand, kritische factoren voor het veilig vluchten uit gebouwen' en vele andere publicaties over dit onderwerp vindt u in het dossier 'Zelfredzaamheid' op de site van het NIFV (www.nifv.nl). Hier kunt u ook de gratis folder 'Zelfredzaamheid bij brand, 10 mythen ontkracht', waarop dit artikel gebaseerd is, downloaden en een aantal filmpjes bekijken.



Mercuri Urval is een internationale adviesorganisatie

Het corporate gevoel van een sympathieke headhunter

Als je een interview hebt bij Mercuri Urval met Marcel L’Herminez, komen er spontaan drie vragen bovendrijven.

Coenen Concept bouwt tandartspraktijk in Veldhoven

‘Interieur draagt bij aan optimale dienstverlening 5504 Mondzorg’

‘Niets is onmogelijk’. Dat is het motto van Lars van Breukelen.

Mkb’ers ontdek het internationaal talent in de regio!

What about the spouses?

Eindhoven gloeit nog na van twee prachtige, drukbezochte evenementen: DDW en Glow. De regio leeft en bruist, bloeit en groeit, onderneemt en innoveert en de toekomst lacht ons tegemoet.

De duidelijke meerwaarde van Ergon-medewerkers

‘Ik zou willen dat ik er meer kon aannemen’

Bij het horen van de naam Ergon, denken veel mensen al snel aan de schoffelaars in de gemeenteplantsoenen.

Meten is weten

Nul40 on- en offline mediabureau in Eindhoven

‘Onze klanten hebben altijd rechtstreeks contact met senior adviseurs’

Wim van Wessel maakt Wesco toekomstbestendig

Eigenwijze visie en werkwijze werpen vruchten af in schoonmaakbranche

De schoonmaakbranche is volop in beweging.