• Ontruimingsoefening: met een vloek en een zucht vuurvrij
25 februari 2013
25 feb 2013

Ontruimingsoefening: met een vloek en een zucht vuurvrij

Bij bedrijven waar regelmatig ontruimingsoefeningen plaatsvinden, staan medewerkers meestal niet te juichen als ze hun werkplek weer eens moeten verlaten. Met een zucht slepen ze zich in ganzenpas naar het parkeerterrein. Maar er wórdt in ieder geval geoefend op een noodsituatie. Bij een kleine 40 procent van de middelgrote bedrijven in Nederland vindt er echter nooit een ontruimingsoefening plaats. Met alle gevolgen van dien.

Een groot gedeelte van de bedrijven in het midden- en kleinbedrijf organiseert nooit een ontruimingsoefening. Dit terwijl werkgevers wettelijk verplicht zijn dergelijke maatregelen te treffen ter voorbereiding op gevaarlijke situaties. Dat blijkt uit onderzoek van veiligheidsbedrijf Securitas onder 800 respondenten in het bedrijfsleven. Werkgevers zijn wettelijk verplicht om maatregelen te treffen voor eerste hulp, brandbestrijding en evacuatie van werknemers bij gevaar. Het organiseren van een ontruimingsoefening is één van die maatregelen. Hoe vaak een oefening moet worden gehouden is afhankelijk van bedrijfsspecifieke factoren, maar over het algemeen geldt een richtlijn van één keer per jaar. Uit het onderzoek blijkt dat tweederde van alle organisaties minimaal eens per jaar een ontruimingsoefening organiseert, maar grote bedrijven (78 procent) doen dit veel vaker dan mkb-ers (46 procent).
Jos van de Bor, security & safety consultant bij Securitas: ‘Uitgaande van het feit dat grote organisaties nu eenmaal meer ruimte en budget hebben voor veiligheid, is het verschil tussen het mkb en grote bedrijven wel te verklaren. Maar 38 procent van de mkb-bedrijven die nog nooit een ontruimingsoefening heeft gedaan is extreem veel, zeker in verhouding met de 7 procent van de grote organisaties. Je kunt nog zoveel investeren in een alarm- en beveiligingsinstallatie, wanneer je niet test of en hoe deze werkt, kan het effect compleet teniet worden gedaan.’ Van de Bor benadrukt dat veiligheidszorg onderdeel is van het kwaliteitsbeleid. ‘Organisaties zijn verplicht zorg te dragen voor de bescherming van hun mensen, middelen en activiteiten. Daarnaast draagt een goede veiligheid bij aan de continuïteit van bedrijfsprocessen, een goede reputatie en bescherming van belangen en investeringen.’
Het is niet voor het eerst dat er meer aandacht wordt gevraagd voor ontruimingsoefeningen. Onderzoek van de Brandwonden Stichting toonde in 2008 aan dat organisaties zoals ziekenhuizen, kinderdagverblijven en zorginstellingen zelden een ontruiming oefenen. De praktische kennis over 'hoe te handelen' ontbreekt en kan levensgevaarlijk zijn. De Brandpreventieweken, jaarlijks georganiseerd door de brandweer en de Brandwonden Stichting, kwamen toen met een intensieve landelijke campagne. Twee jaar later bleek er echter weinig vooruitgang geboekt, reden om de campagne ‘Ontruimen moet je oefenen’ nogmaals te richten op organisaties en bedrijven.

Voortouw nemen
Voor de brandveiligheid binnen organisaties is het van cruciaal belang dat er met regelmaat wordt geoefend. Minimaal één keer per jaar. Ook moet er een gedegen vluchtplan zijn, dat stelselmatig tegen het licht wordt gehouden en zo nodig bijgesteld. Bedrijfshulpverleners zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van dit veiligheidsbeleid. Maar ook ondernemingsraden hebben hierin een taak. Zij moeten stimuleren dat dit beleid wordt opgesteld en dat er regelmatig wordt geoefend in het belang van veilige arbeidsomstandigheden.
Maar vaak is het bij bedrijven onduidelijk wie er het voortouw neemt in het initiëren en coördineren van een oefening. Bhv’ers zouden hiermee terughoudend zijn omdat het ze niet in dank wordt afgenomen door collega’s. Ook de voortdurende werkdruk bij veel bedrijven en het tekort aan personeel worden vaak genoemd als redenen om af te zien van oefeningen. En omdat ontruimen geen core business is, simpelweg geen geld oplevert, heeft het weinig tot geen prioriteit. Personeel lijkt er overigens niet wakker van te liggen. Onrust ontstaat er over de kerstpakketten, het aanbod in de kantine of de afstand van de parkeerplaats naar de werkplek. Maar vreemd genoeg maken medewerkers zich zelden druk over hun eigen veiligheid op het werk.
Helemaal vreemd is dit trouwens niet, zo bleek in 2009 al uit een steekproef van de Brandwonden Stichting. Daaruit kwam naar voren dat 74 procent van de Nederlanders de kans onderschat dat er in de eigen woning brand uitbreekt. Hoewel het merendeel van de ondervraagden wel aangaf veel te kunnen doen om de brandveiligheid thuis te verbeteren, blijft het opvallend dat men over het algemeen nog onvoldoende maatregelen neemt om brand te voorkomen, brand te melden en veilig te kunnen vluchten bij brand. Eerder onderzoek (den Hertog, 2007) spreekt van ‘cognitieve dissonantie’: mensen hebben de neiging om het voor zichzelf goed te praten dat zij (te) weinig aan brandveiligheid hebben gedaan. Ze weten bijvoorbeeld dat zij niet genoeg maatregelen hebben getroffen. Maar omdat ze denken dat het hen niet overkomt, berusten ze in deze gedachte. Zo ontstaat onderschatting van brandgevaar. De resultaten van bovenstaande steekproef onderschrijven dergelijk gedrag. Van de ondervraagden achtte 74 procent de kans op brand in huis kleiner dan 1 op 10.000. Maar met gemiddeld 7.000 woningbranden op 7 miljoen woningen, is de echte kans 1 op 1.000.

Opfriscursussen
Elke werkgever is verplicht minstens één werknemer in dienst te hebben die getraind is als bedrijfshulpverlener. Die moeten beginnende branden kunnen blussen, kunnen ontruimen en eerste hulp geven aan mensen na een ongeluk. In kleine bedrijven mag de werkgever zelf de bhv'er zijn. Het Nederlands Instituut voor Bedrijfshulpverlening (NIBHV) schat dat er ruim een half miljoen mensen in Nederland tot bhv'er zijn opgeleid.
Bedrijven geven de laatste jaren echter significant minder geld uit aan het trainen van werknemers voor calamiteiten. Er worden minder personeelsleden opgeleid en mensen die al zijn getraind tot bedrijfshulpverlener (bhv'er) krijgen minder vaak herhalingscursussen. Dit blijkt uit een rondgang van het NIBHV. Grote opleidingscentra voor bedrijfshulpverlening spreken van een daling in het aantal cursussen van enkele procenten.
Exacte cijfers ontbreken, omdat er geen centrale organisatie is die de cijfers bijhoudt. ‘We merken dat bedrijven, waarschijnlijk mede door de recessie, zo min mogelijk tijd willen stoppen in bedrijfshulpverlening en dus ook aan ontruimingsoefeningen. Ze willen het ook goedkoper’, weet Koos Pulleman, directeur van het NIBHV. De nieuwe aanwas is duidelijk minder dan voorgaande jaren, zo laten verschillende bhv-opleidingen weten. Voorheen hadden bedrijven bijvoorbeeld tien bhv’ers nodig en lieten ze er twaalf opleiden. Nu doen bedrijven vaak het minimale. Sinds dat in 2007 de verplichting van opfriscursussen is komen te vervallen, stellen organisaties de herhalingscursussen steeds vaker uit, constateert de branche.

Roland Duivis



Mercuri Urval is een internationale adviesorganisatie

Het corporate gevoel van een sympathieke headhunter

Als je een interview hebt bij Mercuri Urval met Marcel L’Herminez, komen er spontaan drie vragen bovendrijven.

Coenen Concept bouwt tandartspraktijk in Veldhoven

‘Interieur draagt bij aan optimale dienstverlening 5504 Mondzorg’

‘Niets is onmogelijk’. Dat is het motto van Lars van Breukelen.

Mkb’ers ontdek het internationaal talent in de regio!

What about the spouses?

Eindhoven gloeit nog na van twee prachtige, drukbezochte evenementen: DDW en Glow. De regio leeft en bruist, bloeit en groeit, onderneemt en innoveert en de toekomst lacht ons tegemoet.

Wim van Wessel maakt Wesco toekomstbestendig

Eigenwijze visie en werkwijze werpen vruchten af in schoonmaakbranche

De schoonmaakbranche is volop in beweging.

De duidelijke meerwaarde van Ergon-medewerkers

‘Ik zou willen dat ik er meer kon aannemen’

Bij het horen van de naam Ergon, denken veel mensen al snel aan de schoffelaars in de gemeenteplantsoenen.

Meten is weten

Nul40 on- en offline mediabureau in Eindhoven

‘Onze klanten hebben altijd rechtstreeks contact met senior adviseurs’