• Bewustwording toverwoord bij brandveiligheid
17 september 2014
17 sept 2014

Bewustwording toverwoord bij brandveiligheid

Enkele in het oog springende branden van de laatste jaren hebben de wetgever doen beseffen dat het maken van nog meer wetten en regeltjes niet de oplossing kan zijn voor een brandveiligere omgeving. Het moet toch echt van de gebruiker zelf komen.

Want zeg nu zelf, wie kent niet het bekende spietje onder die zelfsluitende deur? En als de brandveiligheid mede afhankelijk is van een vooraf vastgestelde maximale hoeveelheid brandbaar materiaal, (methode BvB 2007) wie controleert dan wanneer en hoe vaak de maximale hoeveelheid niet wordt overschreden? Zelfs in geval van gecertificeerde sprinklerinstallaties wordt er in de regel ‘slechts’  tweemaal per jaar onafhankelijk geïnspecteerd. Wat moet er in de tussenliggende periode gebeuren?

Maar hoe kan een terugtredende overheid EN minder verplichten EN de brandveiligheid verbeteren? Het toverwoord is ‘bewustwording’.  Gelijktijdig is de wettelijke verantwoordelijkheid voor de brandveiligheid eenzijdig bij de eigenaar/gebruiker gelegd. (woningwet art. 1a en 1b en BB2012, art. 1.162).

De brand bij ChemiePack en de gevolgen voor dit bedrijf en de verantwoordelijken van dit bedrijf hebben we middels de rechtszaak die op de brand volgde wellicht nog helder op het netvlies. Ook de situatie rondom Odfjell is voor menigeen een ‘eye opener’ geweest, zowel aan de bedrijfskant als aan de kant van de overheden.

Ketting

Toegegeven, een brand kan ook ontstaan als er volledig aan de eisen op gebied van brandveiligheid is voldaan, daar doen het bouwbesluit en alle certificatie regelingen niets aan af. Sterker nog, het volledig voldoen aan het bouwbesluit, al of niet met toepassing van automatische blussystemen, wil niet per se zeggen dat in het gebouw  ‘geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt’ (art. 1a, lid 1, woningwet).  De ketting is immers zo sterk als de zwakste schakel.

De gebouweigenaar, gebruiker of beheerder, of in woningwettermen; ‘degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen’, zorgt ervoor dat er geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.  Makkelijker gezegd dan gedaan.  Leuk, die verantwoordelijkheid voor (je eigen) brandveiligheid, maar hoe doe je dat, en loopt het wel zo'n vaart?  En wat is dan de rol van de brandweer hierin?

Om met dit laatste te beginnen, de brandweertaak is, naast het redden van mens en dier, het beschermen van het publieke domein. ‘Het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt (brandweerwet 1985)’. Een beetje gechargeerd gesteld door een hoge brandweerfunctionaris, blust de brandweer geen brand in uw gebouw maar zorgt er voor dat deze niet overslaat naar uw buurman.

Processen

En ten tweede; ja, het loopt zo'n vaart getuige de processen die inmiddels gevoerd zijn en worden tegen gebouweigenaren en gebruikers die niet konden bewijzen dat hun pand voldeed aan de brandveiligheidseisen. Chemie Pack en Odfjell zijn enkele algemeen bekende voorbeelden, maar er zijn er meer.

Voor degene die denken, ja het zal allemaal wel maar hoe groot is die kans op brand nu eenmaal, hier enkele cijfers uit het CBS rapport, Brandweer Statistiek 2012: In 2012 kwamen er bij de brandweer ca. 96.000(3) brandmeldingen binnen waarvan ca. 60% vals of loos was. Dat betekent dat er toch nog 38.400 ‘echte’  brandmeldingen binnen kwamen.

Een ander opvallend cijfer uit diezelfde CBS cijfers leert dat bij zo’n 21% van de branden, sprake was van brandstichting! Iets waar het bouwbesluit geen rekening mee houdt, maar voor u als bezitter van waardevolle eigendommen wel degelijk een significant aspect is om rekening mee te houden. Ook op dit punt is het bouwbesluit niet zaligmakend, immers wordt met de mogelijkheid tot brandstichting om evidente redenen geen rekening gehouden.

Maar als je verantwoordelijk bent voor een kostbaar monumentaal pand en/of collectie dan is mogelijke brandstichting wel degelijk een punt om ter dege rekening mee te houden.  Met dit in het achterhoofd kijk je ook iets anders tegen de eerder al genoemde tekst van de woningwet artikelen aan.

Regelgeving

Op dit punt aangekomen beseffen we thans dat we als belanghebbende bij een gebouw, zelf verantwoordelijk en dus ook aansprakelijk zijn, dat de regelgeving niet zaligmakend maar wettelijk gezien wel bepalend is. En dat we dus moeten weten of ons gebouw:

-    Voldoet aan relevante regelgeving zoals o.a. het Bouwbesluit 2012 en de PGS richtlijn(en) bij opslag van gevaarlijke stoffen.
-    Of hiermee voldoende niveau van brandveiligheid behaald is volgens de wetgever, volgens verzekeraar en last but not least naar onze eigen opvatting.
-    Dat de adequate instandhouding van de brandveiligheid georganiseerd is op alle BIO punten.


Maar waar moet je als goed bedoelende ‘leek’ beginnen? Begin met een actuele plattegrond van het gebouw of terrein met gebouwen, op een goede schaal, waar tevens de erfgrenzen op aangegeven zijn en bij voorkeur ook de openbare bluswatervoorziening. Al is dit laatste, vooral bij oudere gebouwen, veelal een uitdaging op zich. En als deze complete en actuele plattegrond er dan is, vraag u dan het volgende af:

•    Heeft u de bouwvergunning(en) en recente gebruiksmelding(en) paraat?
•    Weet u waar uw brandscheidingen lopen
•    Wat de vereiste WBDBO waarde hiervan is
•    Of en zo ja waar er kabel of andere doorvoeren in zitten?
•    Of deze zijn voorzien van een certificaat en brandwerend zijn afgedicht?
•    Weet u of aanwezige brandbeveiligingsinstallaties adequaat en conform van toepassing zijnde (CCV) regeling(en) zijn uitgevoerd en worden onderhouden?
•    Heeft u een overzicht van alle certificaten die aanwezig (zouden) moeten zijn en heeft u deze direct beschikbaar?
•    En in geval van een gelijkwaardige oplossing(en), kunt u aantonen dat nog steeds aan alle voorwaarden hiervoor wordt voldaan?

Kunt u één of meer van deze vragen niet direct beantwoorden dan wordt het tijd voor actie. Dit kan het best door, het in het gebruiksbesluit 2008 nog verplichte logboek brandveiligheid, voor zover überhaupt aanwezig was, weer in eren te herstellen. Een overzicht van documenten die tenminste in dit logboek brandveiligheid aanwezig zou moeten zijn is in de bijlage bij dit stuk weergegeven.

Dit logboek kan als uitgangsbasis dienen voor het uitvoeren van een periodieke  brandscan waarbij als eerste het wettelijk benodigd niveau en bijbehorende prestatie en functionele eisen worden vastgelegd; zeg maar welke organisatorische, bouwkundige en installatie technische maatregelen en voorzieningen moeten minimaal aanwezig zijn?  Vervolgens moet men controleren of deze eisen ook zijn ingevuld en welke periodiek gecontroleerd moeten worden. Deze periodieke controle moet dan ook daadwerkelijk uitgevoerd en vastgelegd worden. En o ja, als u dan toch een logboek voert, doe dit dan volledig digitaal en bewaar een kopie hiervan op een (brand-)veilige plaats. Op de manier is een bewijs van invulling van de zorgplicht te allen tijde te leveren!

Frank van Elsen, ís directeur van FE-Fire Safety Engineering.   



Streamer

Regelgeving niet zaligmakend maar wettelijk gezien wel bepalend



Mercuri Urval is een internationale adviesorganisatie

Het corporate gevoel van een sympathieke headhunter

Als je een interview hebt bij Mercuri Urval met Marcel L’Herminez, komen er spontaan drie vragen bovendrijven.

Coenen Concept bouwt tandartspraktijk in Veldhoven

‘Interieur draagt bij aan optimale dienstverlening 5504 Mondzorg’

‘Niets is onmogelijk’. Dat is het motto van Lars van Breukelen.

Mkb’ers ontdek het internationaal talent in de regio!

What about the spouses?

Eindhoven gloeit nog na van twee prachtige, drukbezochte evenementen: DDW en Glow. De regio leeft en bruist, bloeit en groeit, onderneemt en innoveert en de toekomst lacht ons tegemoet.

Wim van Wessel maakt Wesco toekomstbestendig

Eigenwijze visie en werkwijze werpen vruchten af in schoonmaakbranche

De schoonmaakbranche is volop in beweging.

De duidelijke meerwaarde van Ergon-medewerkers

‘Ik zou willen dat ik er meer kon aannemen’

Bij het horen van de naam Ergon, denken veel mensen al snel aan de schoffelaars in de gemeenteplantsoenen.

Meten is weten

Nul40 on- en offline mediabureau in Eindhoven

‘Onze klanten hebben altijd rechtstreeks contact met senior adviseurs’