• Sociaal Veilig Ontwerp & Beheer: wel of geen panacee?
11 juni 2009
11 jun 2009

Sociaal Veilig Ontwerp & Beheer: wel of geen panacee?

Een ontwerp dat is gebaseerd is op de vuistregels zichtbaarheid, eenduidigheid, toegankelijkheid en aantrekkelijkheid vormt de onmisbare basis voor sociale veiligheid. Het is over het algemeen een voordelige vorm van criminaliteitspreventie, doch kan niet zonder de vormen van technopreventie zoals, camerasystemen, toegangscontrolesystemen en inbraakdetectie.

Veiligheid is een van de basisbehoeften in het leven. Een behoefte die bij alle activiteiten van mensen een rol speelt: bij uitgaan, verplaatsen, wonen, ondernemen, leren en werken, gebruik van internet. Veiligheid is een containerbegrip, het omvat alle soorten van veiligheid. Eén daarvan is sociale veiligheid. Sociale veiligheid is op zijn beurt een breed begrip, dat telkens wat anders wordt gedefinieerd. Onder andere als ‘een zo veilig mogelijk gebruik van de openbare ruimte, zonder angst voor of aantasting van de persoonlijke integriteit’ (Van der Voordt en Van Wegen). Bij sociale veiligheid gaat het altijd om bescherming tegen door mensen veroorzaakte bedreigingen en criminaliteit. Voorbeelden daarvan die gerelateerd zijn aan de gebouwde omgeving zijn: agressie/geweld (verbaal, fysiek, seksueel), beroving, brandstichting, diefstal, graffiti, inbraak, intimidatie, vandalisme, verval en vervuiling. In objectieve zin betekent sociale veiligheid dat de omgeving vrij is van de genoemde bedreigingen en criminaliteit. In subjectieve zin betekent sociale veiligheid dat mensen zich veilig voelen. De basis van sociaal veilig ontwerp en beheer is Crime Prevention Through Environmental Design (CPTED). De definitie van CPTED (spreek uit: septet) luidt als volgt: ‘Een goed ontwerp en het effectief gebruik van de gebouwde omgeving kan leiden tot reductie van angst voor en het manifesteren van criminaliteit en tot een verbetering van de kwaliteit van het bestaan’.
CPTED kent zijn ontstaan in de USA. Begin 60er jaren van de vorige eeuw verwerkte Elizabeth Wood reeds beveiligingsregels in de richtlijnen met betrekking tot de realisatie van woningbouwprojecten. Jane Jacobs verschafte in die zelfde periode inzichten tot bevordering van de sociale veiligheid. Ongeveer een decennium later benadrukt de architect Oscar Newman de bijzondere ontwerpkenmerken van huizen en woonwijken in het voorkomen van criminaliteit. Later worden inzichten van de gedragswetenschapper Dr. C. Ray Jeffrey en criminoloog Timothy D. Crowe toegevoegd. Van een aanpak die in eerste instantie afkomstig was van planologen en architecten en die gericht was op het voorkomen van criminaliteit en sociaal verval in woonwijken en steden, naar een aanpak die zich richtte op het direct beïnvloeden van menselijk gedrag. Vandaag de dag vormt CPTED de basis voor onder andere het Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW), het Keurmerk Veilig Ondernemen (KVO) en de Kwaliteitsmeter Veilig Uitgaan. De Europese Unie geeft het CPTED instrument rugdekking door het als middel te benoemen in de strijd tegen criminaliteit (bron: COM-4/051 26 juni 2001). De Stichting Veilig Ontwerp en Beheer (SVOB) heeft zich vanaf 2002 ingespannen om het handboek Sociaal Veilig Ontwerpen van Van der Voordt en Van Wegen uit 1990 te herzien, aan te passen aan de actualiteit en opnieuw uit te brengen. Eind 2008 heeft dit hernieuwde handboek het daglicht mogen aanschouwen. Het beschrijft wat ontwerpers, bouwers en beheerders kunnen doen bij het ontwerpen, bouwen en beheren van een omgeving die veilig in gebruik kan worden genomen en gehouden. De gebouwde omgeving betreft alle buitenruimten, voorzieningen, gebouwen, woningen en objecten, op alle schaalniveaus, van stedenbouw en landschapsarchitectuur tot interieur en technopreventie installaties. Sociaal veilig ontwerp en beheer wordt vaak geassocieerd met beveiliging door middel van toegangssystemen, camerabewaking, alarminstallaties en persoons- en objectbeveiliging. Aanwezigheid van dergelijke systemen kan een dubbel of tegenstrijdig signaal geven. Enerzijds: ‘Het is hier goed beveiligd’, anderzijds: ‘Kennelijk is hier veel beveiliging nodig’. De vraag die ontwerpers, bouwers en beheerders zich echter elke keer zouden moeten stellen is hoe de sociale veiligheid op een voor gebruikers zo onopvallend mogelijke manier kan worden bereikt. De nadruk zou daarbij moeten liggen op het toepassen van stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische maatregelen, zo nodig aangevuld met technische maatregelen. Deze maatregelen zijn doorgaans bouwkundig en/of elektronisch van aard. Technologische beveiliging kan aanvullend noodzakelijk zijn in situaties waar de mogelijkheden voor ruimtelijke maatregelen beperkt zijn, bijvoorbeeld als het ‘ontwerp’ niet goed is of als risico’s extreem hoog zijn. Sociale veiligheid kan relatief makkelijk worden beïnvloed door ontwerp, bouw, inrichting en beheer. Door een beperkt aantal richtlijnen in samenhang met elkaar te hanteren in ontwerp en beheer van een gebouwde omgeving kan op een relatief eenvoudige manier worden gewerkt aan sociale veiligheid.

Die richtlijnen zijn:
- zorg voor overzichtelijkheid en zichtbaarheid - zorg voor een eenduidige en duidelijke zonering van territoria - zorg voor toegankelijkheid of juist ontoegankelijkheid
- zorg voor een aantrekkelijke omgeving

Deze richtlijnen zijn telkens weer anders te hanteren, afhankelijk van het doel:
- In een programma van eisen voor bijvoorbeeld nieuwbouw, verbouw en herstructurering zijn de richtlijnen als prestatieeisen op te nemen
- in de planvorming zijn ze te gebruiken als ontwerpstrategie
- bij het beoordelen van plannen of bestaande situaties zijn het toetsingscriteria
- in het gebruik en beheer van een bestaande situatie zijn het beheerstrategieën om het gebruik en de waardering van een omgeving te beïnvloeden.

De richtlijnen worden ‘vuistregels’ genoemd met de volgende kernwoorden: zichtbaarheid, eenduidigheid, toegankelijkheid en aantrekkelijkheid. Zichtbaarheid gaat om ‘zien en gezien worden’ en wordt voor een groot deel bepaald door overzichtelijkheid, zichtlijnen en verlichting, maar ook door aanwezigheid van mensen en toezicht. Zien en gezien worden moet breed worden opgevat. Het gaat ook om ‘horen en gehoord worden’ en niet in het minst om ‘kennen en gekend worden’. Eenduidigheid en duidelijkheid in de zonering en markering van ruimten betekent dat zowel voor gebruikers als voor beheerders duidelijk moet zijn welke status en functie een gebied heeft en wie voor het beheer verantwoordelijk is. Motto: ‘Good fences make good neighbours’. De functie van een plek moet eenduidig en duidelijk zijn door vorm en inrichting. Het is niet handig om in drukke verkeersruimten verblijfsplekken te maken die het verkeer hinderen. Toegankelijkheid wordt grotendeels bouwkundig geregeld. Het gaat om het gemak waarmee ruimten kunnen worden bereikt, gebruikt, en weer verlaten (vluchten), rekening houdend met de diversiteit aan gebruikersgroepen en hun fysieke en mentale mogelijkheden en beperkingen. Buitenruimten, gebouwen en woningen moeten daarbij ook goed toegankelijk en bereikbaar zijn voor hulpdiensten. Hekken en paaltjes kunnen deze toegankelijkheid ernstig belemmeren. Aantrekkelijkheid is de laatste vuistregel omdat sociale veiligheid gebaat is bij een omgeving waaraan zichtbaar zorg en aandacht is besteed. Mensen kunnen vorm, afmetingen, textuur, decor, kleur, akoestiek, geur en muziek individueel verschillend waarderen, maar voelen zich onbehaaglijk als vorm en inrichting niet passen bij hun culturele verwachtingen en persoonlijke identiteit. Voor aantrekkelijkheid moeten faciliteiten worden geboden waar gebruikersgroepen behoefte aan hebben. Er moet een reden zijn om ergens te willen komen. De grootste attractie van de publieke ruimte en de stad bijvoorbeeld blijkt het kijken naar andere mensen. Onderhoud en beheer bepalen sterk de aantrekkelijkheid van een ruimte. Schoon en heel is aantrekkelijker dan vuil, kapot, stinkend en verwaarloosd. Een bijzonder aandachtspunt is de esthetische ‘houdbaarheid’. Als een verschijningsvorm van een gebouw sterk aan mode onderhevig is kan de esthetische aantrekkelijkheid snel verouderd raken. De inrichting (materialen, objecten) moet een zekere mate van robuustheid hebben, om bijvoorbeeld intensief gebruik te kunnen weerstaan en vandalisme bestendig te zijn, ‘hufterproof’en ‘targethardening’ worden in dit verband vaak genoemd. In sommige situaties is dat nodig, zoals in drukke publieksruimten, hoewel er ook een opvatting is dat een mooie vormgeving en subtiel materiaalgebruik vandalisme juist tegengaan.



Mercuri Urval is een internationale adviesorganisatie

Het corporate gevoel van een sympathieke headhunter

Als je een interview hebt bij Mercuri Urval met Marcel L’Herminez, komen er spontaan drie vragen bovendrijven.

Coenen Concept bouwt tandartspraktijk in Veldhoven

‘Interieur draagt bij aan optimale dienstverlening 5504 Mondzorg’

‘Niets is onmogelijk’. Dat is het motto van Lars van Breukelen.

Mkb’ers ontdek het internationaal talent in de regio!

What about the spouses?

Eindhoven gloeit nog na van twee prachtige, drukbezochte evenementen: DDW en Glow. De regio leeft en bruist, bloeit en groeit, onderneemt en innoveert en de toekomst lacht ons tegemoet.

De duidelijke meerwaarde van Ergon-medewerkers

‘Ik zou willen dat ik er meer kon aannemen’

Bij het horen van de naam Ergon, denken veel mensen al snel aan de schoffelaars in de gemeenteplantsoenen.

Wim van Wessel maakt Wesco toekomstbestendig

Eigenwijze visie en werkwijze werpen vruchten af in schoonmaakbranche

De schoonmaakbranche is volop in beweging.

Meten is weten

Nul40 on- en offline mediabureau in Eindhoven

‘Onze klanten hebben altijd rechtstreeks contact met senior adviseurs’