• Brandmeldinstallaties in Bouwbesluit
04 november 2012
04 nov 2012

Minder regels, eenvoudiger te begrijpen en toe te passen. Dat was het uitgangspunt bij het opstellen van het Bouwbesluit 2012. En het is inderdaad behoorlijk dunner. Maar volgens sommige critici is het er ‘echt niet gemakkelijker, en misschien zelfs wel onveiliger op geworden’. Hoe zit het nu met de eisen voor brandmeldinstallaties? En wanneer mag er nog automatisch worden doorgemeld? SBR-projectmanager Aldo de Jong gaat in dit artikel dieper op deze belangrijke materie in.

Brandmeldinstallaties in Bouwbesluit

Minder regels, eenvoudiger te begrijpen en toe te passen. Dat was het uitgangspunt bij het opstellen van het Bouwbesluit 2012. En het is inderdaad behoorlijk dunner. Maar volgens sommige critici is het er ‘echt niet gemakkelijker, en misschien zelfs wel onveiliger op geworden’. Hoe zit het nu met de eisen voor brandmeldinstallaties? En wanneer mag er nog automatisch worden doorgemeld? SBR-projectmanager Aldo de Jong gaat in dit artikel dieper op deze belangrijke materie in.

De afdelingen 6.5, 6.6, 7.1 en 7.2 van het Bouwbesluit geven regels voor voorzieningen, die veilig vluchten bij brand door middel van een installatie ondersteunen. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen rookmelders en brandmeldinstallaties. In dit artikel wordt vooral ingezoomd op brandmeldinstallaties (BMI’s) in utiliteitsgebouwen.

Wanneer noodzakelijk?
Een brandmeldinstallatie is vooral noodzakelijk wanneer zonder installatie een brand niet direct kan worden opgemerkt, of wanneer brandveiligheidsvoorzieningen niet kunnen functioneren zonder brandmeldinstallatie. Hierbij kunt u denken aan bijbrand- gestuurde-luchtbehandelingsinstallaties, rook- en warmteafvoerinstallaties, ontruimingsalarminstallaties en overdrukinstallaties. Maar ook aan deurdrangers, brandwerende rolluiken, deursloten, brandkleppen, sleutelkluizen en de doormelding naar een zusterpost (Zie: Bouwbesluit artikel 6.20 en Bijlage I.).

Wanneer verplicht?
Brandmeldinstallaties zijn altijd verplicht bij bedgebonden patiënten. Maar bijvoorbeeld ook in het gevangeniswezen, dus waar sprake is van een celfunctie. Overigens vormen woonfuncties voor zorg hier weer een uitzondering op, maar die functies vallen buiten het kader van dit artikel. Of een brandmeldinstallatie verplicht is in uw situatie, hangt af van de volgende criteria:
• de gebruiksoppervlakte;
• het aantal bouwlagen;
• de hoogte van het verblijfsgebied;
• of er sprake is van aanwezigen die professionele hulp behoeven.

Drie bewakingsvormen
De eisen die de regelgeving stelt aan brandmeldsystemen, gaan over de omvang van de bewaking, de betrouwbaarheid van de installatie (in dat geval is een inspectiecertificaat vereist) en het al of niet doormelden (volgens NEN 2535) naar een regionale alarmcentrale (RAC). Daarbij wordt er onderscheid gemaakt tussen drie bewakingsvormen:
• Een brandmeldinstallatie met niet-automatische bewaking;
• Een brandmeldinstallatie met gedeeltelijke bewaking;
• Een brandmeldinstallatie met volledige bewaking.

Bij een brandmeldinstallatie met niet-automatische bewaking gaat het om met de hand te bedienen alarmgevers, de zogenoemde handbrandmelders. In geval van gedeeltelijke bewaking zijn er handbrandmelders en (in de verkeersruimten en de ruimten met een verhoogd brandrisico) automatische brandmelders aanwezig. Bij volledige bewaking is er een brandmeldinstallatie met handbediende brandmelders en (in nagenoeg alle ruimten) automatische brandmelders. Een volledig bewaakte gebruiksfunctie houdt in dat er detectoren in alle ruimten aanwezig zijn, tenzij het om ruimten gaat waar het risico op brand gering is, zoals natte ruimten. Naast deze drie verschillende bewakingsvormen zijn, met het oog op de omvang, nog twee andere vormen mogelijk: ruimtebewaking en objectbewaking. In het eerste geval moet(en) een ruimte of ruimten bewaakt worden bij beperkte vluchtmogelijkheden, en in situaties waar het risico bestaat van insluiting (bijvoorbeeld een doodlopende gang). Bij objectbewaking is het mogelijk dat een (verlaagd) plafond wordt voorzien van rookdetectie of een liftschacht, of een deur die wordt gesloten door geactiveerde rookmelders die voor of achter de deur zijn geplaatst.

Eisen aan het ontwerp
Brandmeldinstallaties moeten wat betreft ontwerp en uitvoering voldoen aan NEN 2535. Voor er in uw gebouw met de installatie kan worden begonnen, moet u een programma van eisen opstellen. Dit moet vervolgens goedgekeurd zijn door, of namens de toetsende instantie (vaak de gemeente). Brandmeldinstallaties moeten bij oplevering voorzien zijn van een geldig inspectiecertificaat, dat is opgesteld volgens het CCV-certificatieschema Brandmeldinstallaties. Bij het beheer, de controle en het onderhoud van een voorgeschreven brandmeldinstallatie moet u voldoen aan NEN 2645-1. Gaat u nieuw bouwen, dan is het erg belangrijk dat u vroegtijdig (tijdens de ontwerpfase) inschat of de voorgeschreven wetgeving voldoende is om uw gebouw brandveilig te maken. Vooral met het oog op hulpbehoevende personen. Vaak wordt een onderwijs-, gezondheidszorg- of verzamelgebouw ontworpen en gebouwd zonder voldoende zicht op de diverse typen gebruikers, bezoekers of aanwezigen. Als het daadwerkelijke gebruik van het gebouw zwaarder blijkt dan u of de exploitant
eerder hebt aangegeven, dan loopt u of de exploitant het risico om bestuurs- of strafrechtelijk te worden vervolgd.

Wel of niet doormelden?
Het automatisch doormelden naar de alarmcentrale van de brandweer is in veel gevallen niet meer verplicht. Dit valt of staat met de mate van zelfredzaamheid van aanwezigen. In de toelichting van het Bouwbesluit kunt u lezen dat de ontruiming bij brand altijd mogelijk moet zijn zonder de hulp van de brandweer. Alleen wanneer uw voorzieningen falen, kan ondersteuning noodzakelijk zijn bij personen die normaal gesproken zelfstandig kunnen ontvluchten. En runt u een kinderopvang voor een groep kinderen op een bovenverdieping? En bestaat die groep uit 7 of meer personen onder de 4 jaar, dan is directe doormelding naar de brandweer verplicht. De doormelding is ook voorgeschreven bij celfuncties, aan bed gebonden gezondheidszorgfuncties, en gezondheidsfuncties die hoger dan 20 meter boven het meetniveau zijn gelegen. Naast deze vier situaties is er nog een vijfde situatie waarbij doormelding is vereist: bij logiesfuncties die groter zijn dan 250 m² en die geen 24- uurs bewaking ter beschikking hebben.

Waarom is dit vaak niet meer verplicht?
De laatste jaren is het aantal nodeloze uitrukken door de brandweer explosief gegroeid. Om de beschikbaarheid van de brandweer te verbeteren (een gealarmeerde brandweereenheid kan namelijk geen hulp meer bieden aan andere spoedeisende meldingen), zijn de overheid en de veiligheidsregio's de laatste jaren druk bezig beleid hiervoor vast te stellen. Andere redenen voor het terugdringen van nodeloze meldingen zijn de bijkomende veiligheidsrisico's in het verkeer, het idee dat een automatische brandmeldinstallatie onbetrouwbaar is en dus geen spoedeisende hulp verdient, de kosten en het nodeloos verlaten van de werkplek door opgeroepen brandweerlieden, grotendeels vrijwilligers. Daarnaast is de verantwoordelijkheid bij brand meer bij een eigenaar of gebruiker komen te liggen, er zijn namelijk minder gebruikssituaties aangestuurd in het Bouwbesluit die een doormelding vereisen.

Ontruiming en communicatie
Als een gebouw moet zijn voorzien van een brandmeldinstallatie, zijn ook een ontruimingsalarminstallatie en ontruimingsplan vereist (Zie: Bouwbesluit artikel 6.23.). De voorgeschreven ontruimingsinstallatie moet voldoen aan NEN 2575. Evenals bij brandmeldinstallaties moet er bij de installatie van een ontruimingsalarmering een door de gemeente goedgekeurd programma van eisen aanwezig zijn, opgesteld conform NEN 2575. Het beheer, de controle en het onderhoud moeten voldoen aan NEN 2654-2. Publieke gebouwen die toegankelijk zijn voor grote aantallen bezoekers moet u uitrusten met een installatie die mobiele radiocommunicatie tussen hulpverleners mogelijk maakt. Het gaat dan bijvoorbeeld om voetbalstadions, overdekte winkelcentra, luchthavens en stations. Dit geldt zowel voor binnen het gebouw als daarbuiten. In Nederland gebruiken hulpverleners het C-2000-netwerk. In risicovolle gebouwen kan vereist worden dat dit systeem ook binnen het gebouw naar behoren functioneert.



Mercuri Urval is een internationale adviesorganisatie

Het corporate gevoel van een sympathieke headhunter

Als je een interview hebt bij Mercuri Urval met Marcel L’Herminez, komen er spontaan drie vragen bovendrijven.

Coenen Concept bouwt tandartspraktijk in Veldhoven

‘Interieur draagt bij aan optimale dienstverlening 5504 Mondzorg’

‘Niets is onmogelijk’. Dat is het motto van Lars van Breukelen.

Mkb’ers ontdek het internationaal talent in de regio!

What about the spouses?

Eindhoven gloeit nog na van twee prachtige, drukbezochte evenementen: DDW en Glow. De regio leeft en bruist, bloeit en groeit, onderneemt en innoveert en de toekomst lacht ons tegemoet.

Wim van Wessel maakt Wesco toekomstbestendig

Eigenwijze visie en werkwijze werpen vruchten af in schoonmaakbranche

De schoonmaakbranche is volop in beweging.

De duidelijke meerwaarde van Ergon-medewerkers

‘Ik zou willen dat ik er meer kon aannemen’

Bij het horen van de naam Ergon, denken veel mensen al snel aan de schoffelaars in de gemeenteplantsoenen.

Meten is weten

Nul40 on- en offline mediabureau in Eindhoven

‘Onze klanten hebben altijd rechtstreeks contact met senior adviseurs’