• Bedrijfspanden zijn in gebreke
16 december 2005
16 dec 2005

Bedrijfspanden zijn in gebreke

De meest bedrijfspanden in Nederland zijn onvoldoende toegankelijk voor gehandicapten. Per 1 januari 2006 zullen bedrijven hierdoor in gebreke blijven. Dit blijkt uit navraag bij het Landelijk Bureau Toegankelijkheid (LBT) en de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland (CG-Raad).

De overheid verplicht gebouwbeheerders per 1 januari hun pand toegankelijk te maken voor mensen met een handicap. Bedrijven die niet zonder goede reden aan deze eis voldoen, kunnen strafrechtelijk vervolgd worden. Ondernemers worden verplicht om ontbrekende voorzieningen alsnog aan te brengen. Dat is volgens de LBT hard nodig. Directeur Pelsser: ‘Nederland is in vergelijking met de rest van Europa op het gebied van toegankelijkheid een ontwikkelingsland. Overheidsgebouwen voldoen redelijk, maar met de bedrijven is dat anders. Ik denk dat er in heel Nederland slechts tweehonderd bedrijfspanden zijn, die aan onze normen voldoen.’ De CG-Raad beaamt deze visie. Woordvoerder Annelies Devilee: ‘Veel gebouwen voldoen niet aan de eisen, ik beschik niet over cijfers, maar ik weet dat het een groot probleem is.’ Als een van de oorzaken noemt zij het Bouwbesluit. Dat zou niet voldoende rekening houden met de eisen die gehandicapten aan toegankelijkheid stellen. Pelsser meent eveneens dat het Bouwbesluit niet voldoet: ‘Architecten moeten bijvoorbeeld rekening houden met een minimum hoogte van het plafond, maar nergens staat er iets in over hoe steil een helling moet zijn waarmee rolstoelers een pand binnen kunnen komen. Wat dat betreft verbaas ik mij over de komst van deze regelgeving. Men kiest ervoor om achteraf te bestraffen in plaats van te voren duidelijke regels te stellen waaraan men zich moet houden.’

Redmiddel

Woordvoerder Wiebe Alkema van het Ministerie van Justitie verklaarde dat het belangrijk is dat ondernemers en gehandicapten er gezamenlijk uit moeten komen: ‘De wet is niet meer dan een uiterste redmiddel. Als iemand een klacht heeft, kan deze toegepast worden. Het is de bedoeling dat er in alle redelijkheid toegankelijkheid moet worden verstrekt aan gehandicapten.’ Zo wijst Alkema er op dat iemand die in een oud pand met een wenteltrap op de derde etage een kantoor vestigt, in een andere positie verkeert dan een ondernemer met een nieuwbouwcomplex. De vereiste aanpassing moet dus ‘in redelijkheid’ worden geplaatst en de verandering mag niet ‘onevenredig belastend’ zijn. De wet maakt de gevraagde aanpassingen voor gehandicapten niet vanzelfsprekend. Die gedachte is directeur Pelsser een doorn in het oog: ‘Het mag er eigenlijk niet toe doen of een pand in de binnenstad van Amsterdam staat of in een nieuwbouwwijk in Almere. In de praktijk zie je dat er in Amsterdam veel gedoogd wordt, denk maar aan horecagelegenheden waar de tweede verdieping alleen via een steile trap te bereiken is. In principe vinden wij dat alle bedrijfsgebouwen veel beter toegankelijker kunnen. Daarmee bedoel ik niet alleen voor het bezoekers van openbare ruimten maar ook voor werknemers. Natuurlijk moet je bij monumentale panden aandacht hebben voor het stadsgezicht en dergelijke, maar dat mag geen reden zijn om actie te ondernemen.’ Om de nieuwe wet onder de aandacht te brengen, heeft minister Donner van Justitie de Eerste Kamer beloofd een voorlichtingscampagne te beginnen.