• Brandveiligheid parkeergarages
11 april 2011
11 apr 2011

Brandveiligheid parkeergarages

 

 

Chapeau: Discussie over brandveiligheid parkeergarages laait op

Kop: ‘Sprinkler effectief in parkeergarages’

De laatste jaren worden we geregeld opgeschrikt door branden in parkeergarages. De ene keer valt het mee, maar er kan ook zomaar voor miljoenen euro’s schade ontstaan, zoals bij de Appelaar in Haarlem en de Lloydstraat in Rotterdam. Sigmund Beitler is senior adviseur Brandveiligheid bij ingenieursbureau Grontmij en gaat onder meer in op de richtlijnen voor ventilatie en het gebruik van sprinklers.

Er is de nodige discussie over het niveau van brandveiligheid in parkeergarages in Nederland. ‘We zeggen wel eens gekscherend: ‘er is maar één brandveilig gebouw en dat is een gebouw dat onder water staat’. Dan kan het niet branden. De kans op het ontstaan van brand zal altijd aanwezig zijn. Natuurlijk kunnen we ons het beste richten op het voorkomen van brand, maar met auto’s is dat best lastig. Daar heb je namelijk altijd kans op het ontstaan van brand en dat gebeurt dus ook geregeld. De laatste tijd is het bovendien nadrukkelijk in de aandacht, onder andere naar aanleiding van de gebeurtenissen in de Appelaar.’

Laten we het eens hebben over de regelgeving als het gaat om gebouwen…

‘We kennen in Nederland ongeveer twaalf of dertien gebruiksfuncties. Afhankelijk van het gebruik, worden er eisen gesteld. Aan een woongebouw worden andere brandveiligheideisen gesteld dan aan een winkelcentra en voor cellengebouwen gelden andere regels dan voor sporthallen. Parkeergarages worden niet als afzonderlijke categorie benoemd. Ze vallen onder de gebruikscategorie ‘overige gebouwen’.

Nu kun je je voorstellen dat de eisen voor een kinderdagverblijf of verzorgingshuis hoger zijn dan voor een kantoorpand. Hoe hoger de risico’s met betrekking tot de aanwezigheid van mensen die hulpbehoevend zijn, hoe hoger de eisen zijn. De zelfredzaamheid van mensen speelt daarin een belangrijke rol. Je kunt je afvragen in hoeverre een parkeergarage anders is dan een opslagloods. Dus waarom zouden daar andere, aanvullende eisen moeten worden gesteld?’

De wet beperkt zich dus tot minimumeisen?

‘Ja, inderdaad. De eisen hebben vooral betrekking op de veiligheid van mensen. Zij moeten veilig kunnen vluchten bij een calamiteit. Dus dat betekent: voldoende vluchtwegen en niet te lange afstanden. Vervolgens mogen de buren er geen last van hebben, dus je zult brandwerende maatregelen moeten nemen om overslag of doorslag naar de naastgelegen panden te beperken. En de brandweer dient veilig te kunnen optreden. Dat maakt parkeergarages wel wat meer bijzonder. Omdat ze over het algemeen onder de grond zitten en een aparte risicogroep zijn voor het repressieve optreden van de brandweer. De brandweer hanteert hiervoor dan ook een aparte zogenaamde ‘kelderprocedure’.’

Het niveau van brandveiligheid in parkeergarages is, misschien wel mede daardoor, een bron van kritiek?

‘Mijns inziens heeft dat enerzijds te maken met het ontbreken van toegespitste regelgeving en anderzijds is er wél regelgeving, maar die is niet specifiek genoeg. Binnen het Bouwbesluit en de Bouwverordening worden prestatie-eisen gesteld die op verschillende manieren kunnen worden geïnterpreteerd. Daarnaast kennen we binnen deze regelgeving ook het zogenaamde gelijkwaardigheidsprincipe.

Hierdoor zie je zogeheten ‘pseudo-regelgeving’ ontstaan in de vorm van richtlijnen e.d. omdat men binnen de verschillende andere gebruikersgroepen wel problemen ziet. Omdat goede regelgeving voor parkeergarages in het Bouwbesluit ontbrak werd er in 2002 een richtlijn opgesteld voor ‘Mechanisch geventileerde parkeergarages’. Deze richtlijn werd opgesteld door het Landelijk Netwerk Brandpreventie, een groep van specialisten uit de Nederlandse brandweer. In veel gemeenten wordt deze richtlijn gevolgd voor het stellen van eisen, maar het kan ook voorkomen dat een gemeente weer eigen, aangepaste eisen heeft. Dat maakt het ondoorzichtig en ongewenst.

Uitgangspunt bij de richtlijn is dat door middel van stuwdrukventilatie een zodanige situatie worden gecreëerd dat mensen veilig kunnen vluchten en de brandweer gericht kan optreden. Inmiddels wordt er al een aantal jaren gewerkt aan wat meer formelere regelgeving in de vorm van een zogeheten NEN-norm. Ook in deze norm is het uitgangspunt dat door middel van stuwdrukventilatie een gelijkwaardige, veilige situatie moet ontstaan, zoals door het Bouwbesluit beoogd.

Een brand moet binnen zeventien minuten tot op vijftien meter van de brandhaard kunnen worden benaderd door de brandweer. Hierdoor kan de brand snel worden bestreden en blijft de kans op uitbreiding naar meerdere auto’s klein. De huidige ventilatierichtlijnen gaan uit van maximaal drie auto’s tegelijkertijd in brand. Volgens sommigen is dit echter onrealistisch, omdat uit praktijkbranden blijkt dat er soms veel meer auto’s in brand vliegen.’

En je zit met de wettelijke eisen in het Bouwbesluit?

‘Klopt. Daarin wordt gesteld dat de maximale uitbreiding van een brand niet groter dan duizend vierkante meter mag zijn. Daarboven moet het vuur worden tegengehouden. Daar zit je in een parkeergarage echter zo aan! Op zich kun je het probleem overigens heel eenvoudig oplossen door alle parkeergarages te verdelen in compartimenten van maximaal duizend vierkante meter maar vaak wordt dat onwensenlijk geacht. De compartimenten kunnen onderling worden geschakeld met zelfsluitende, brandwerende deuren. Als je die techniek zou toepassen, kan een brand nooit groter worden dan duizend vierkante meter.’

De andere aspecten, veilig kunnen vluchten en de brandweer moet zo dicht mogelijk bij de brandhaard kunnen komen, zijn ook door het Landelijk Netwerk Brandpreventie aangepakt?

‘Ja, dat hebben ze gedaan door daar rookbeheersingsystemen aan te brengen. Dat wil zeggen dat je door middel van ventilatie probeert om de parkeergarage zo goed mogelijk rookvrij te krijgen. Dit betekent dat je aan de ene kant hard blaast en aan de andere kant hard afzuigt. Hierdoor kan de brandweer veilig optreden, heeft zij zicht op de brand en kan ze de brand snel blussen. Dat is het principe. Dat vergt wel een veel grotere ventilatievoorziening, met veel grotere vermogens. Honderdduizenden kubieke meters zijn dan geen uitzondering. Het is dan echter wel noodzakelijk dat er een goede detectie is geïnstalleerd.’

De parkeergarages in Haarlem en Rotterdam waren (nog) niet uitgevoerd met dergelijke ventilatiesystemen?

‘Jawel. In de Appelaar was een ventilatiesysteem gebouwd conform de richtlijnen van het Landelijk Netwerk Brandpreventie (LNB). En toch heeft de brandweer bij aankomst terecht besloten om niet naar binnen te gaan, omdat er te veel rook was. Zij kon dus niet ingrijpen, waardoor de brand niet beheersbaar werd. Daar stonden dus waarschijnlijk in no time geen drie auto’s tegelijkertijd in brand maar uiteindelijk 27!

De parkeergarage in de Lloydstraat in Rotterdam was een zogenaamde ‘open parkeergarage’ zonder mechanische ventilatie. De gedachte hierbij is dat de natuurlijke windinvloeden voldoende zijn om een parkeergarage voldoende rookvrij te houden en er geen aanvullende, mechanische voorzieningen noodzakelijk zijn. Ook was er geen automatische brandmeldinstallatie waardoor de brand alle kans had om over te slaan naar meerdere auto’s, uiteindelijk zeven.'

Is het dan niet een goede zaak om te pleiten voor sprinklers in parkeergarages?

‘Met een sprinkler bestrijdt je een brand niet. Je blust ‘m niet, maar houdt ‘m wel onder controle. De kans dat er zeven auto’s uitbranden, zoals in Rotterdam gebeurde, is dan een stuk kleiner. Bovendien houd je de temperatuur lager, waardoor je de constructie van het pand beschermt. En je krijgt minder rookproductie, waarmee de brandweer beter zicht heeft op de brand en veel gerichter kan blussen. Dus wat dat betreft is een sprinklerinstallatie zeker effectief en toepasbaar in een parkeergarage.’

Volgens Ynso Suurenbroek, lector brandveiligheid aan de Saxion Hogeschool, is de Nederlandse wet- en regelgeving niet onderbouwd met wetenschappelijk onderzoek.

‘Dat kan ik slechts beamen. Met de recente oprichting van de Nederlandse afdeling van The Institution of Fire Engineers (IFE) krijgen we nu toegang tot wereldwijde kennis over brandveiligheid. IFE is een internationaal netwerk van professionals op het gebied van brandveiligheid. De IFE heeft wereldwijd meer dan twaalfduizend leden en heeft afdelingen in veertig landen. Van deze internationale contacten kunnen we zeker wat leren. Ook, of zeker, als het gaat om brandveiligheid in parkeergarages.’

 

Willem-Jan Schampers

 


Onderschrift: Sigmund Beitler, senior adviseur Brandveiligheid Grontmij Nederland: 'Toegespitste regelgeving ontbreekt vaak.'



Mercuri Urval is een internationale adviesorganisatie

Het corporate gevoel van een sympathieke headhunter

Als je een interview hebt bij Mercuri Urval met Marcel L’Herminez, komen er spontaan drie vragen bovendrijven.

Coenen Concept bouwt tandartspraktijk in Veldhoven

‘Interieur draagt bij aan optimale dienstverlening 5504 Mondzorg’

‘Niets is onmogelijk’. Dat is het motto van Lars van Breukelen.

Mkb’ers ontdek het internationaal talent in de regio!

What about the spouses?

Eindhoven gloeit nog na van twee prachtige, drukbezochte evenementen: DDW en Glow. De regio leeft en bruist, bloeit en groeit, onderneemt en innoveert en de toekomst lacht ons tegemoet.

De duidelijke meerwaarde van Ergon-medewerkers

‘Ik zou willen dat ik er meer kon aannemen’

Bij het horen van de naam Ergon, denken veel mensen al snel aan de schoffelaars in de gemeenteplantsoenen.

Wim van Wessel maakt Wesco toekomstbestendig

Eigenwijze visie en werkwijze werpen vruchten af in schoonmaakbranche

De schoonmaakbranche is volop in beweging.

Meten is weten

Nul40 on- en offline mediabureau in Eindhoven

‘Onze klanten hebben altijd rechtstreeks contact met senior adviseurs’