• Brandveiligheidsvoorschriften zijn kinderachtig
02 november 2009
02 nov 2009

Brandveiligheidsvoorschriften zijn kinderachtig

Brandpreventie is niet alleen een zaak van de brandweer, maar ook van huishoudens, bedrijven, verzekeraars en de overheid. Dat blijkt uit het onderzoek Brandveiligheid: Wie doet wat, hoe en waarom?, dat afgelopen vrijdag gepresenteerd werd tijdens een symposium van het Verbond van Verzekeraars. Niet iedereen is echter even overtuigd van het nemen van de gezamenlijke verantwoordelijkheid op het gebied van brandpreventiemaatregelen.

‘Als je het hebt over verantwoordelijkheid geloof ik dat die uiteindelijk bij de beheerder of eigenaar van een gebouw zou moeten liggen’, zegt Gerda Klunder, clustermanager bij SBR, een kennisplatform voor de bouw. Haar mening wordt onderschreven door de aan het onderzoek gekoppelde enquêteresultaten. Van de 250 ondervraagde bedrijven zegt 92 procent zélf verantwoordelijk te zijn voor de eigen veiligheid. Hoewel 86,4 procent van de bedrijven daarbij aangeeft het belangrijk tot heel belangrijk te vinden om preventiemaatregelen te nemen tegen brand, staat volgens Klunder bij gebouwbeheerders brandveiligheid ‘nog niet scherp op het netvlies’.

Veranderingen
Klunder: ‘Veel beheerders gaan ervan uit dat het wel goed zit met de brandveiligheidsmaatregelen binnen hun gebouw. Op het moment dat een gebouw in gebruik wordt genomen, is dat meestal ook zo. Maar door de tijd heen kan dat veranderen.’ Ze vervolgt: ‘Wat wij bijvoorbeeld vaak zien is dat er op een gegeven ogenblik aanpassingen plaatsvinden in installaties, waarbij leidingen aangelegd worden dwars door brandwerende muren heen. Wanneer dat gebeurt, verliest een brandscheidingswand zijn functie en kan een brand zich veel sneller verspreiden. Ook kan de functie van een gebouw veranderen, waardoor meer mensen het gaan gebruiken. Dan moet de beheerder of eigenaar wel weten of en welke gevolgen dat heeft voor de brandveiligheideisen die aan een gebouw gesteld worden. Is de trap bijvoorbeeld nog steeds breed genoeg om iedereen veilig te kunnen laten vluchten bij brand?’

Klunder acht het dan ook van belang dat beheerders eens in de zoveel tijd die veranderingen aan of binnen hun gebouw in kaart brengen en hun brandpreventiemaatregelen zonodig aanpassen. Een groot aantal bedrijven smacht daarbij naar hulp, zo blijkt uit het onderzoeksrapport Brandveiligheid: Wie doet wat, hoe en waarom?. Zo geeft maar liefst 59 procent van de ondervraagden aan van de verzekeraar te verwachten dat zij samen met hen een gebouw veiliger maken op het moment dat er een verzekering wordt afgesloten.

Volgens de onderzoekers zou een grotere aandacht voor brandpreventie onder verzekeraars goed passen in een mvo-strategie van de verzekeringsbranche. ‘Het maatschappelijke belang van een betere brandveiligheid is groot, zo groot dat belangrijke maatschappelijke organisaties er belang bij hebben om een voortrekkersrol te spelen die aansluit bij hun maatschappelijke opdracht. Vaak snijdt het mes bij mvo aan twee kanten: de maatschappij heeft er baat bij, maar ook de betrokken organisaties kunnen profiteren door bijvoorbeeld de vergrote aandacht voor hun dienstverlening’, zo staat te lezen in het onderzoeksrapport.
Brandweer

Daarnaast kijken bedrijven ook veelvuldig in de richting van de brandweer wanneer het gaat om brandpreventiemaatregelen. Van de ondervraagde bedrijven vindt 70 procent dat de brandweer moet langskomen om te kijken hoe hun bedrijf veiliger gemaakt kan worden. ‘Het is precies die verantwoordelijkheid die te snel in de hoek van de brandweer gelegd wordt’, vindt Klunder. Ze vervolgt: ‘De brandweer zorgt voor brandveiligheid is veelal de gedachte. Maar ik vind dat je dat niet kan en niet mag verwachten. Het is voor de brandweer onmogelijk de taak op zich te nemen eens in de zoveel tijd �lle gebouwen binnen hun gemeente helemaal te controleren op brandveiligheid. Dat  kan hooguit steekproefsgewijs.’

‘Ik zou het helemaal niet erg vinden om gebouwen op regelmatige basis aan een controle te onderwerpen, maar ik voorzie wel een aantal problemen’, reageert Chris Huijbreghs, afdelingshoofd brandblusbeveiliging bij R2B Inspecties én postcommandant bij het brandweercorps van Vinkeveen. ‘Nog afgezien van het feit dat we er geen tijd voor hebben, kijken wij als brandweer ook puur of er gebouwd is volgens de voorschriften in het Bouwbesluit. Als dat het geval is voldoe je, wat brandveiligheid betreft, aan de minimale wettelijke eisen. Maar dat betekent dus niet dat je gebouw niet affikt’

Huijbreghs legt uit: ‘Volgens de regels van de brandweer moet een brandweerman bij een uitslaande brand namelijk eerst zichzelf in veiligheid te brengen, dan kijken of de brand beheersbaar is, vervolgens mensen redden en pas daarna de brand blussen. Dan ligt een gebouw vaak al volledig in de as.’ Het afdelingshoofd brandblusbeveiliging vindt dan ook dat de eigenaar van een gebouw zich bij het nemen van preventiemaatregelen te allen tijde dient af te vragen: hoe lang wil ik dat mijn bedrijf overeind blijft? ‘Zo is een sprinklerinstallatie wettelijk niet verplicht, maar deze zorgt er wel voor dat er geen brand ontstaat of dat een brand beperkt blijft tot een bepaalde ruimte. In zo’n geval is een bedrijf in de meeste gevallen binnen twee tot drie dagen weer operationeel. Wat heel veel gebouwbeheerders niet weten is dat twee jaar na een fatale brand 60 tot 70 procent van de getroffen bedrijven niet meer bestaat.’
Kentering

Evenals Klunder vindt ook Huijbreghs dat de gebouwbeheerder meer verantwoordelijkheid moet nemen. ‘Zeker na de branden in Enschede, Volendam en in het cellencomplex op Schiphol leunde iedereen op de regelgeving die door de overheid opgesteld was. De overheid, en daarmee de brandweer, was de bepalende factor. Op dit moment zie je echter een kentering plaatsvinden, waarbij de eigenaar en gebruiker meer de verantwoordelijkheid gaan krijgen voor de brandveiligheid in en rondom een gebouw. Ik vind dat een gezonde ontwikkeling, want uiteindelijk zijn zij degenen die moeten betalen voor hun eigen veiligheid.’

Toch kleeft er nog een groot nadeel aan het verschuiven van de verantwoordelijkheid van overheid naar de eigenaar van een gebouw. Niemand schijnt namelijk te weten wat brandveiligheid nu precies inhoudt. Huijbreghs weet het wel: ‘Brandschade tot een minimum beperken, d�t is brandveiligheid. In de praktijk merk ik echter vaak dat gebouwbeheerders, bouwkundigen en architecten redelijk goed weten wat de regels zijn ten aanzien van brandveiligheid, maar dat écht denken in brandveiligheid ze vaak niet lukt.’
Kennis

Hoe zorg je er in dit geval dan voor dat een beheerder de kennis heeft om te bepalen of zijn gebouw brandveilig is of niet? In het onderzoeksrapport Brandveiligheid: Wie doet wat, hoe en waarom? wordt in elk geval gepleit voor meer voorlichting en betere kennisvergaring. ‘Voor de effectiviteit van brandpreventiebeleid is meer wetenschappelijke kennis nodig. Dit begint met het verzamelen van betere brandstatistieken. Een investering van alle betrokken partijen in het brandweerveld zoals verzekeraars, overheid en brandweer in betere statistische gegevensverzameling en wetenschappelijk onderzoek is een noodzakelijke stap op weg naar de vormgeving van een effectiever brandpreventiebeleid’, schrijven de onderzoekers.

Van de bedrijven die volgens het rapport maatregelen hebben getroffen om brand te voorkomen, 244 van de 250, verklaart namelijk ruim 31 procent eigenlijk te weinig kennis te hebben over brandpreventiemaatregelen. Volgens Klunder ligt hierbij ‘een belangrijke sleutel’ in het onderwijs. ‘Uiteindelijk geloof ik erin dat brandveiligheid al in de opleidingen Bouwkunde of Facility Management aan de orde gesteld moet worden. Uit ervaring weet ik dat het in die opleidingen, met name op hbo-niveau, vooral gaat over de managementkant van het vak. Door een gebrek aan tijd komt de technische kant veel te weinig aan bod.’

Ook Huijbreghs vindt dat aandacht voor brandveiligheid onderdeel zou moeten zijn van het basislespakket op scholen. Hij gaat zelfs nog een stapje verder terug dan Klunder. ‘Mijn zoontje van vijf zegt dingen als: ‘Papa, waarom verbieden we niet gewoon alle sigaretten, want dan krijgen we ook nooit meer brand’. Dat geeft aan dat zelfs heel jonge kinderen al heel bewust bezig zijn met de gevaren en de gevolgen van brand. De aandacht voor brandveiligheid zou wat mij betreft dan ook moeten beginnen op de kleuterschool.’ Er blijft in Nederland voorlopig dus nog ruimte genoeg liggen voor verbetering van het brandpreventiebeleid ten aanzien van gebouwen en haar gebruikers.

Natascha Geernaert



Mercuri Urval is een internationale adviesorganisatie

Het corporate gevoel van een sympathieke headhunter

Als je een interview hebt bij Mercuri Urval met Marcel L’Herminez, komen er spontaan drie vragen bovendrijven.

Coenen Concept bouwt tandartspraktijk in Veldhoven

‘Interieur draagt bij aan optimale dienstverlening 5504 Mondzorg’

‘Niets is onmogelijk’. Dat is het motto van Lars van Breukelen.

Mkb’ers ontdek het internationaal talent in de regio!

What about the spouses?

Eindhoven gloeit nog na van twee prachtige, drukbezochte evenementen: DDW en Glow. De regio leeft en bruist, bloeit en groeit, onderneemt en innoveert en de toekomst lacht ons tegemoet.

Wim van Wessel maakt Wesco toekomstbestendig

Eigenwijze visie en werkwijze werpen vruchten af in schoonmaakbranche

De schoonmaakbranche is volop in beweging.

De duidelijke meerwaarde van Ergon-medewerkers

‘Ik zou willen dat ik er meer kon aannemen’

Bij het horen van de naam Ergon, denken veel mensen al snel aan de schoffelaars in de gemeenteplantsoenen.

Meten is weten

Nul40 on- en offline mediabureau in Eindhoven

‘Onze klanten hebben altijd rechtstreeks contact met senior adviseurs’