• Duurzame architect<br />
11 februari 2010
11 feb 2010

Duurzame architect

Winnaar Daylight Award Martien Jansen:

Kop: �Exploitatie en onderhoud komen onvoldoende terug in programma�s van eisen��

In de ontwerpfase was er nog veel weerstand tegen de nieuwbouw van de Oostvaarderskliniek in Almere. Gepland midden in een woonwijk, maakten de toekomstige omwonenden massaal bezwaar tegen de komst van de tbs-kliniek. Nu het complex in gebruik is genomen, heeft de kritiek plaatsgemaakt voor lof. Met zijn transparante, karakteristieke ontwerp sleept de ontwerper, architect Martien Jansen, de ene na de andere prijs in de wacht, waaronder onlangs de Daylight Award. Jansen hoopt dat zijn manier van ontwerpen navolging krijgt.�

Architect Martien Jansen speelt in zijn ontwerpen met lucht, ruimte en vooral licht. Dat hij werkt vanuit de lichtstad Eindhoven is bijna vanzelfsprekend. In 2003 verhuisde Martien Jansen met zijn team M10 naar een studio in de Witte Dame, de fabriek waar Philips ooit de eerste gloeilampen produceerde. Het industri�le monument met de hoge plafonds en de vele, grote ramen � gebouwd in het begin van de vorige eeuw� -� is de ideale thuisbasis voor het creatieve team achter Studio M10. Voorafgaand aan de oprichting van Studio M10 was Jansen tien jaar als architect verbonden aan OD 205 en verantwoordelijk voor projecten als de Universiteitsbibliotheek en het Collegezalengebouw in Tilburg, de belastingkantoren in Heerlen en Helmond en het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden.

Overigens allemaal projecten waarin het gebruik van (kunst- en dag) licht een cruciale rol speelt. Voor de effectieve toepassing van daglicht in de Oostvaarderskliniek werd Jansen onderscheiden met de Daylight Award. Voor de architect kwam de onderscheiding niet echt als een verrassing. �De award is er een in een lange reeks van prijzen. Eerst werd het ontwerp door de afdeling Noord-West van de Bond van Nederlandse Architecten gekozen tot Gebouw van het Jaar. Vervolgens is het door de nationale jury uitgeroepen tot het BNA-Gebouw van het Jaar. Toen is het in september door de gemeente Almere al uitgeroepen tot jong monument. Dat is op zich al een mooie prestatie, omdat er aanvankelijk ongelofelijk grote weerstand tegen de bouwplannen was.�

Ziet u de Daylight Award als een bekroning op uw werk?
�Natuurlijk zie ik het als een stukje erkenning van de manier waarop ik bezig ben met architectuur. Het mooie van de Daylight Award is de aandacht voor het daglicht in het ontwerp. Het gaat om een immaterieel component, dat nauwelijks onder woorden kan worden gebracht. Maar wel een aspect dat eigenlijk in elk programma van eisen zou moeten voorkomen.�

Hoe belangrijk is het licht in dit bekroonde ontwerp?
�In de Oostvaarderskliniek is daglicht een belangrijke component. Hierover is uitvoerig gesproken met de behandelaars en de directie. Er is gezocht naar een atmosfeer waarin de therapie�n het meest effectief zijn. Een gebouw kan helpen als katalysator in het genezingsproces. Daarom heb ik in dit ontwerp uitdrukkelijk licht, lucht en het zicht ge�ntegreerd. Voor de veiligheid, de controle, is het van belang dat er overal voldoende licht is. Maar licht is ook van invloed op de sociale patronen, vooral in een kliniek. De mensen zitten dag in, dag uit in de kliniek. Dan heeft licht een helende uitwerking op de psyche. Daarom is de lichtinval destijds nadrukkelijk meegenomen in het programma van eisen . Het gebruik van licht is voor mij als architect niet nieuw. Licht is voor mij altijd al een leidende draad. En dan heb ik het niet alleen over daglicht, maar over verlichting in het algemeen. Zo heb ik opdrachten in de museale wereld gehad, waarbij licht werd gebruikt om objecten goed te kunnen vertonen, maar ook af te schermen om kostbare stukken te beschermen.�

Waarom krijgt het aspect licht dan� volgens u nog steeds onvoldoende aandacht in de bouwwereld?
�Persoonlijk denk ik dat licht alle architecten bezighoudt. We zijn als architecten bezig met het cre�ren van atmosfeer. We proberen allemaal zoveel mogelijk licht binnen te halen, om zo de aangename sfeer van buiten naar binnen te krijgen. Ik vind het interessant om met transparanties atmosferen te cre�ren. Uiteindelijk zijn mijn gebouwen een afspiegeling van de manier waarop ik met architectuur bezig ben. Toch is licht niet uitsluitend van deze tijd. Neem Sanatorium Zonnestraal voor tbc- pati�nten in Hilversum uit het begin van de vorige eeuw, waar licht centraal stond in het ontwerp. Ook toen was licht al een elementair in de architectuur. Men wist al dat daglicht depressieve mensen be�nvloedt en dat mensen somberder worden als ze te veel in het donker verkeren. Het grote verschil met vroeger is dat in de moderne bouw allerlei technische mogelijkheden bestaan om het licht goed te benutten. Met de warmte die door glazen gevels binnenkomt, kun je het energieverbruik omlaag brengen. De warmte kan worden opgeslagen en in de winter worden gebruikt voor de verwarming van het pand.�

Maken al die technieken het gebouw niet kostbaar?
�Als je de kosten-batenanalyse bekijkt, dan heb je de investeringen er op exploitatietechnisch gebied er na zes jaar al weer uit, zeker bij grote oppervlakten. Dat geldt ook voor het gebruik van lichtschema�s zoals in de Oostvaarderskliniek. Door de combinatie van daglicht en regulerend kunstlicht zijn de energiekosten met veertig procent teruggebracht.�

Hoe verklaart u dat de techniek nog niet op grote schaal wordt toegepast?
�Ik denk dat het vooral te maken heeft met kortetermijndenken. Opdrachtgevers zijn nog altijd het meest gefixeerd op bouwkosten. De exploitatie en de mate van onderhoud zijn elementen die niet of onvoldoende naar voren worden gebracht in programma�s van eisen. Juist die aspecten zouden veel hardere en scherper geformuleerd mogen worden, zoals dat overigens wel gebeurt bij publiek private samenwerking-constructies.�

Draagt de aandacht voor integraal bouwen, duurzaamheid en cradle tot cradle bij aan de aandacht voor het aspect licht in de architectuur?
�Mijn ervaring is dat ik nog altijd moet vechten om aspecten als licht, lucht en ruimte in het programma van eisen te krijgen. Ik denk echter dat we hier niet meer onderuit kunnen, zeker met het oog op het uitputten van de energiebronnen. Gelukkig zijn er ook goede ontwikkelingen op het gebied van duurzaam bouwen, bijvoorbeeld bij de overheid en in het onderwijs. Hier is men niet terughoudend met experimenteren. Ik ben blij dat er steeds meer nadruk komt te liggen op duurzaamheid. Toch gaat zeventig procent van de opdrachtgevers echter nog steeds voor de mooie plaatjes, het behang.�

Moeten facilitair managers in de voorbereidende fase bij het ontwerp betrokken worden?
�Dat zou een goede zaak zijn. Je ziet dit voornamelijk gebeuren bij pps-constructies, zoals bij het ontwerp van het detentiecentrum Schiphol. Hier worden contracten afgesloten voor een periode van 25 jaar, waarin onderhoud een grote rol speelt. Dan krijg je automatisch te maken met facilitaire partijen zoals Facilicom. Faciliteiten als schoonmaak en catering blijven namelijk een vak apart. Daar heb je specialisten voor nodig. Hun expertise heeft zeker weerslag op het gebouw en het programma van eisen.�

Hoe is de samenwerking in Almere verlopen?
�In overleg met het hoofd facilitaire zaken hebben we gekeken hoe het onderhoud tot een minimum beperkt kan worden. Dat hebben we met name bereikt door het gebruik van duurzaam materiaal. De ramen zijn bijvoorbeeld gemakkelijk te onderhouden. Zo kunnen de tralies worden weggeschoven. Verder hebben we voor de muren gebruik gemaakt van prefabbeton van hoge kwaliteit, dat niet elke vijf jaar hoeft te worden getext, en heeft het gebouw intelligente plafondsystemen van aluminium die veel langer meegaan dan de traditionele plafonds. Verder hebben we duurzaamheid toegepast in de installatietechniek, zoals warmte en koudeopslag. We hadden meer zaken op verlanglijstje staan, zoals het toepassen van zonne-energie, maar dat bleek nog te kostbaar. '

En is de Oostvaarderskliniek ook flexibel gebouwd?
�Het gebouw is een verzamelgebouw met therapeutische ruimten, sportzalen, een magazijn en kantoren. Maar het heeft wel flexibele elementen. De ruimten kunnen gemakkelijk worden aangepast, bijvoorbeeld als de logistiek niet meer klopt en de lasten te hoog worden. Bij het ontwerp is nagedacht over hoe de personele inzet tot een minimum kan worden teruggebracht door een goede overzichtelijke bouwstructuur.

Omdat het pand goed verlicht is en je overal kunt door kijken, van boven naar beneden, heb je minder bewaking nodig. Zo�n ontwerp kun je ook toepassen in een kantoorgebouw. Hoewel het bij de tbs-kliniek een specialistisch multipurpose gebouw betreft, is een dergelijke ontwikkeling van standaard bouwstructuren zeer goed voorstelbaar bij bijvoorbeeld kantoorgebouwen. Sterker nog: het door ons ontworpen prototype voor de kliniek is een kantoorgebouw voor de BOM in Tilburg.

We merken ook dat industrieel flexibel en demontabel bouwen (ifd) steeds belangijker wordt. Hierbij wordt gewerkt met hoogwaardige industri�le producten, die gemakkelijk kunnen worden gewijzigd en aangepast aan de programma�s van eisen. Het gaat om onderdelen die snel kunnen worden gedemonteerd en hergebruikt. In dat kader wordt het elementaliseren van de onderdelen een belangrijke opgave. De laatste stap is stap is het toepassen van de cradle tot cradle-gedachte.�

Wat zijn uw ambities voor de toekomst?
�We zijn continu bezig met verbetering. Onlangs hebben we een ontwerp gemaakt voor een forensische psychiatrische kliniek in Boekel, dat naar onze mening kwalitatief nog beter was dan het ontwerp voor de Oostvaarderskliniek. Helaas is het project net voor de aanbesteding tijdelijk stilgelegd. Het bijzondere van het ontwerpen van een kliniek is dat het om andere toepassingen vraagt dan standaard kantoorgebouwen. Je moet rekening houden met uitbraakpogingen, veiligheid en brandveiligheid.�

Nicole Kluijtmans�


Streamer:

Foto 1 of 2: Norbert van Onna

Onderschrift: Martien Jansen: �Een gebouw kan helpen als katalysator in het genezingsproces.��

Foto's 2 en 3: Ren� de Wit

Onderschrift: In de Oostvaarderskliniek is daglicht een belangrijke component.

Streamer: 'Opdrachtgevers zijn nog altijd het meest gefixeerd op bouwkosten'