• Energielabel Delft<br />
28 april 2010
28 apr 2010

Energielabel Delft

 

 

Chapeau: Vestiging Delft eerste onderwijsgebouw met energielabel A++

Kop: Ambities De Haagse Hogeschool beloond

Tijdens het seminar �Het dynamische schoolgebouw 2010� bij De Haagse Hogeschool vestiging Delft, werd de gastheer verrast met een energielabel voor het gebouw. Dat werd het label A++, waarmee De Haagse de eerste onderwijsinstelling in Nederland is met een energielabel uit deze categorie.�����������������������������������������������������������������������������������������������������

Echt verrast was Hans Gubbens, als lid van het projectteam nauw betrokken bij de totstandkoming van gebouw, niet toen algemeen directeur Jaap Dijkgraaf van DWA installatie- en energieadvies met een energielabel A++ op de proppen kwam. �Het was wel duidelijk dat we er goed uit zouden komen, al wisten we natuurlijk niet wat exact de beoordeling zou zijn. Je kent de criteria niet precies. Kijk, wanneer het een D-label zou zijn, was dat een tegenvaller geweest.�

Voor DWA-projectleider R�diger Drissen was het nog wel even spannend. �We gingen voor een A+ label maar mijn collega die de beoordeling voor het label heeft gedaan, liet me in eerste instantie weten dat het een A-label was geworden. Daarvan was ik wel even teleurgesteld. Gelukkig bleek hij me voor de gek te hebben gehouden en was het A++, een fantastisch resultaat.�

Energiereductie

Het duurzame schoolgebouw in Delft kwam tot stand volgens een hoog ambitieniveau. E�n van die ambities was een energiereductie van 50 procent. Daarvoor nam men uiteindelijk de EPC-waarde als uitgangspunt. Zo werd de besparing meetbaar. Drissen: �Dat was een harde eis in het programma van eisen. Voor de opdrachtgever was dat een mooi instrument om het ontwerpteam een bepaalde kant op te sturen.�

Gubbens erkent dat: �De EPC-waarde en de GreenCalc-score waren voor ons geen doelen maar middelen. Het energielabel valt daar ook onder.� De voormalig adjunct-directeur van de HTS in Rijswijk geeft aan dat De Haagse Hogeschool haar maatschappelijke verantwoordelijkheid heeft genomen. �Men heeft hier de moed gehad om er geld in te steken en daarmee nu een voorbeeldfunctie gekregen, zeker in onderwijsland. Wat hier gebeurd is mag nog wel eens verder doordringen in het land.� Het ingelijste energielabel krijgt volgens Gubbens een ereplaats in het gebouw. �Het zal wel in de buurt van de vorig jaar gewonnen NET-Trofee komen te hangen.�

Drissen en zijn team zijn trots op de rapportcijfers die het gebouw kan overleggen. Zo werd een energiebesparing van 67 procent gerealiseerd en ging de CO2-uitstoot met 65 procent omlaag. Dat bereikte men door grotendeels voor traditionele technieken te gaan. Zo staan er ruim 100 vierkante meter pv-panelen op het dak van het gebouw en wordt gebruik gemaakt van een warmtepomp in combinatie met warmte/koude-opslag.

�We hebben met relatief eenvoudige middelen iets unieks gedaan�, beseft de projectleider. �Octalix, het regelsysteem dat door middel van vraagsturing de energietechnieken optimaal aanstuurt, is een leuk toetje. Dat is het innovatieve element. Verder had iedereen binnen de kaders vooral de ruimte om zijn eigen dingen te doen. Zo is een heel reproduceerbaar project ontstaan, waarmee niet voor niets de NET-Trofee is gewonnen.�

Drissen merkt dat het succes in Delft landelijk uitstraalt. �Men durft in de markt ambities scherper te formuleren. En als er ambities zijn, dan komen er ook middelen. Dat zie je aan De Haagse Hogeschool. Er gaat momenteel een �groene golf� door het land. Die duurzaamheidsgedachte moet je erin zien te houden. Kennis delen geeft voldoening. Daar doe je het voor.�

De Haagse Hogeschool in Delft plukt niet alleen qua energielabel de vruchten van de keuzes die men heeft durven maken. Het aantal studenten is er met maar liefst 27 procent gestegen. �Dat is te danken aan de nieuwe omgeving en het image dat daarbij hoort�, weet Drissen zeker. Die hoopt dan ook dat meer onderwijsinstellingen in de voetsporen van De Haagse durven te treden. �Je moet de totale investering afzetten tegen een levensduur van het pand van 30 of 40 jaar. Dan blijkt dat die kosten maar een heel beperkt deel van de exploitatie zijn.�

Ton de Kort

Foto: DWA