• Fundament voor succes
28 februari 2011
28 feb 2011

Fundament voor succes

Bezoekers van de internationale Bouwbeurs 2011 in Utrecht konden er niet onder uit. Het 'bimmen' raakt langzaam aan ingeburgerd. Het samenwerken aan een virtueel bouw informatie model (bim) schept ook perspectieven voor het facilitair management.

Digitaal samenwerken aan een product leek tot voor kort nog toekomstmuziek in de bouw. Toch is hierin verandering gekomen. Veel keuze heeft de overwegend traditionele bouwsector overigens niet; het samenwerken aan een digitaal of virtueel bouw informatie model werkt efficiënt. Dit is geen overbodige luxe in een tijd van recessie. Bovendien worden de gebouwen en de bouwprocessen steeds ingewikkelder. Er zijn altijd veel partijen betrokken bij bouwprojecten. De uitwisseling van informatie is complex en zelden compleet. Hierdoor worden nog steeds onnodig veel fouten gemaakt. Het digitale bouw informatie model brengt hier in verandering.

Faalkosten

De faalkosten in de bouwsector worden op tien procent van de bouwsom geschat. De belangrijkste oorzaak is slechte communicatie en informatie-uitwisseling in de werkvoorbereidings- en uitvoeringsfase. ‘Als we die faalkosten - al is het maar met één procent - kunnen terugbrengen, dan hebben we al een gigantische winst bereikt’, merkt Arlette van Deurzen, accountmanager van Het Digitale Huis op. ‘Dat lukt alleen als het inzicht in het bouwproces al in een heel vroeg stadium wordt vergroot. Als de betrokken partijen meteen kunnen beschikken over de juiste informatie, dankzij bouwkundige software, kunnen ze afspraken in het bouwtraject goed op elkaar afstemmen. Wij leveren die samenwerkende software.’ Constructeurs, architecten, uitvoerders, installateurs, ingenieurs en specialisten uit andere disciplines van de bouw werken steeds vaker samen aan een centraal bouw informatie model. En dankzij het 'bimmen' krijgt ook het facilitair management inzicht in het bouwproces en kan zo nodig het ontwerp op tijd bijsturen. ‘Als het facilitair management in een vroeg stadium bij het bouwproces betrokken wordt, kunnen zaken die nu pas ontdekt worden als het gebouw wordt opgeleverd nog worden ondervangen. Dan moet je denken aan praktische zaken, zoals de bereikbaarheid voor schoonmaakapparatuur of een keuken die niet logisch is gelegen in het gebouw’, aldus Van Deurzen. Het Digitale Huis –  een initiatief waarin wordt samengewerkt door vier softwareleveranciers – heeft de verschillende bouwkundige softwareprogramma’s samengebracht in een digitaal bouwmodel. Van Deurzen verklaart dat het driedimensionale model meer is dan een geometrische tekening. Omdat alle bouwdelen van inhoudelijke informatie zijn voorzien wordt meteen zichtbaar wat de gevolgen van (kleine) wijzigingen zijn. Alle aanpassingen worden meteen verwerkt en doorvertaald. Fouten kunnen vroegtijdig worden opgespoord. Langs elkaar werken is zo onmogelijk. En architecten kunnen veel sneller werken en besparen op kosten omdat ze geen externe specialisten hoeven in te schakelen.

Standaard

Een van de specialisten die zich in zijn vrije tijd inzet voor een open, internationale softwarestandaard voor de bouwsector is Gerrie Mühren. Volgens de voorzitter van de vereniging BuildingSmart wordt van it-leveranciers geëist dat ze software leveren die is gebaseerd op open standaarden zoals de standaard industry foundation classes (ifc). Het gebruik wordt zelfs voorgeschreven in bestekken en contracten. Er ontstaan contractvormen die deze nieuwe manier van samenwerken in de bouwketen stimuleren. Samen met de Scandinavische landen en Noord-Europa loopt Nederland daar in voorop. Op de Bouwbeurs is Mühren te vinden in de stand van BouwConnect. Een samenwerkingsverband waarin KPN Getronics en de Twee Snoeken werken aan grote digitale bouwbibliotheek. Het initiatief moet het gebruik van bim nog verder stimuleren. Zo kunnen de bibliotheekleden vanaf mei, als de bibliotheek de lucht ingaat, op een gemakkelijke manier alle bouwdelen in het digitale bouwmodel voorzien van informatie. De cad-, kosten-, bouwfysische en technische informatie kan digitaal opgehaald worden, zelfs de regelgeving van het Bouwbesluit. Alle informatie die nodig is voor het bouwproces is dan te vinden in de bibliotheek.

Digitale bibliotheek

Helemaal compleet is de bibliotheek nog niet. Want alleen de informatie van de leveranciers die daarvoor willen betalen wordt er in opgenomen, omdat de investeerders hun investeringen terug willen zien. Maar volgens Mühren is het streven om zo compleet mogelijk te zijn. Driehonderd productleveranciers werken al mee aan het nieuwe project.
De reden dat de bouwsector zo behoudend werkt, is volgens Mühren omdat in de bouw wordt gewerkt aan een verscheidenheid aan producten in unieke samenwerkingsverbanden. Bovendien werken alle partijen, zoals installateurs, constructeurs en architecten met eigen softwarepakketten. ‘Dat maakt het samenwerken gecompliceerd, tenzij je een goede uitwisselingsstandaard hebt. Daarom moeten open standaarden worden ontwikkeld zodat iedereen de informatie kan inlezen. Building smart ontwikkelt standaarden op wereldwijd niveau.’
De Building Smart-voorzitter is een groot voorstander van de bibliotheek. Het is een grote stap voorwaarts in het 'bimmen'. ‘Nu worden de datasystemen aangekleed, ingevuld met concrete objecten. De gebruikers hebben nu content om mee te werken. Een model is opgebouwd uit objecten als muren,  installaties en verwarmingsleidingen. Maar nu wordt ook de intelligentie er achter zichtbaar. Je kunt bijvoorbeeld nu zelfs de epc-waarde van een gebouw zien. Dat maakt het ontwerp nog leuker en intelligenter.’
Facilitair management Bij het 'bimmen' zou ook een rol weggelegd moeten zijn voor het facilitair management. ‘Ik ben oprecht, het is geen commercieel praatje. Het facilitair management moet het gebouw dertig jaar of langer beheren. Dat heeft daarvoor alle informatie nodig die in het bouwmodel is te vinden, zoals de vierkante meters vloeroppervlak maar ook de ramen en wie ze heeft geleverd. Ik heb het pas geleden nog meegemaakt dat een huurder van een kantoor twee extra ramen wilde laten maken, maar omdat ze de leverancier niet konden achterhalen moest een hele verdieping worden voorzien van nieuwe ramen. Dat is dankzij de bibliotheek straks verleden tijd.’
Mühren denkt dat de aanvullende informatie in de toekomst zelfs een grote rol kan spelen in het hergebruik van gebouwen. Maar vooralsnog zal de bibliotheek vooral een grote bijdrage leveren aan de gebouwen en objecten die de komende jaren gerealiseerd gaan worden.
Nicole Kluijtmans