• Gemeenten moeten hun tafelzilver oppoetsen
19 augustus 2008
19 aug 2008

Gemeenten moeten hun tafelzilver oppoetsen


Anne-Marie van der Spek is senior consultant bij Living Vision in Hoofddorp.

De overheid beheert verreweg het meeste onroerend goed van alle organisaties. Een voorzichtige schatting leert dat het tienduizenden gebouwen moeten zijn. Toch ging en gaat die overheid lang niet altijd professioneel met dat gemeenschapsbezit om. Om uiteenlopende redenen. Voor facilitair managers en gebouwbeheerders ligt hier een belangrijke taak, want met een goed beheer valt jaarlijks veel geld te verdienen. In onderhavige artikel stipt een deskundige vanuit een jarenlange praktijkervaring een aantal punten aan, waarop zij het eerste begin van een beleid kunnen vestigen. Om in de termen van de schrijver te blijven: het is hoog tijd dat gemeenten hun tafelzilver gaan poetsen.

Nogal wat Nederlandse gemeenten weten niet welke gebouwen zij precies bezitten of verhuren. Het totaaloverzicht op de huurders, de vergoedingen die in rekening worden gebracht en de huurcontracten ontbreken. Gebruikersafspraken zijn soms niet vastgelegd of lang niet meer verlengd, en dus achterhaald. Er is geen inzage in de bouwkundige staat van gemeentelijke panden, er zijn geen gedegen onderhoudsplannen en ook een langetermijnvisie op de vastgoedportefeuille ontbreekt. Het is daarom de hoogste tijd dat gemeenten hun vastgoedportefeuille, feitelijk hun tafelzilver, professioneler gaan beheren.


Al wordt hier enigszins gechargeerd stelling genomen, feit blijft dat de gang van zaken op het gebied van vastgoedbeheer bij veel Nederlandse gemeenten wel eens kritisch tegen het licht mag worden gehouden. Ook omdat gemeenten de maatschappelijke plicht hebben om zo goed mogelijk met gemeenschapsgeld om te gaan. Door professioneler vastgoedbeheer komt er vaak geld vrij. Dat kan dan worden ingezet voor maatschappelijke doelen. Daar komt bij dat de gemeente een voorbeeldfunctie heeft tegenover burgers en het bedrijfsleven. En de kennis en kunde op het gebied van professioneel vastgoedbeheer zijn in Nederland ruimschoots aanwezig. Onprofessioneel vastgoedbeheer is niet meer te verdedigen.



Habbekrats?
De huidige gang van zaken is een erfenis uit het verleden. Van oudsher hebben gemeenten allerlei soorten gebouwen in eigendom. Voor een deel gaat het dan om gebouwen waarin maatschappelijke organisaties gehuisvest zijn, zoals onderwijs- of sportvoorzieningen. Maar veel gemeenten bezitten ook woningen en monumentale panden die door bedrijven worden gehuurd, meestal tegen zeer aantrekkelijke tarieven. Het eigendom van gemeentelijke gebouwen raakte versnipperd over gemeentelijke sectoren, en daarmee ook de taken en verantwoordelijkheden voor het beheer. Dat komt doordat de gemeentelijke beleidsafdeling die een nieuw gebouw ontwikkelde of aankocht ook verantwoordelijk werd voor dit gebouw. Daardoor berust het eigendom van bijvoorbeeld onderwijsgebouwen nu soms bij sector A, het beheer en de exploitatie van woningen en bedrijven bij sector B en het financieel en juridisch beheer (huren, verzekeringen en belastingen) bij sector C.

[kader] De prijs van versnipperd gebouwenbeheer
- Er is geen inzage in de exploitatie, subsidi