• Legionellapreventie in gevangenissen schiet tekort
24 februari 2006
24 feb 2006

Legionellapreventie in gevangenissen schiet tekort

Gebouwbeheerders van gevangenissen controleren het leidingwater niet op legionellabesmetting. Tevens zijn de leidingen van penitentiaire inrichtingen onvoldoende beschermd tegen de legionellabacterie. Dit blijkt uit een onderzoek van de VROM-Inspectie. Het rapport meldt dat dertig van de 105 ondervraagde gevangenissen te maken heeft gehad met besmette leidingen.

Inspecteur Wiebe Dirksen van het ministerie van VROM meldt dat 40 % van de gevangenissen geen risicoanalyse heeft en geen rapportages maakt van uitgevoerde controles: ‘Het is wettelijk verplicht om een logboek bij te houden, waarin gemeld staat wanneer er is gecontroleerd en wat de uitslag hiervan was. Dat gebeurt niet en hierdoor kunnen de inspecteurs niet nagaan of er daadwerkelijk is gecontroleerd.’ Dirksen denkt dat gebouwbeheerder geen tijd heeft om deze controles uit te voeren: ‘We horen vaak dat ze het te druk hebben met andere zaken en er daarom niet aan toe komen.’

Het rapport van de inspectie volgde op een enquête die in 2004 en 2005 onder de gevangenissen werd gehouden. Centraal stond hierbij de vraag hoe de wettelijke voorgeschreven preventieregelgeving werd uitgevoerd. Op basis van deze resultaten zijn er dertig inrichtingen gecontroleerd. Bij twaalf gevallen is de legionellabacterie in het water aangetroffen. Ziektegevallen als gevolg hiervan zijn niet bekend. De inspectie zoekt samen met de eigenaren en beheerders naar een oplossing. Verantwoordelijk voor 85 van de onderzochte gevangenissen is de Rijksgebouwendienst. Het ministerie van VROM is mede verantwoordelijk voor het beheer van deze gebouwen. De Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie van Justitie is de exploitant van deze inrichtingen.

In de praktijk komt dit er op neer dat de gebouwbeheerder verantwoordelijk is voor de controle op besmetting. Indien hij een probleem constateert is het aan de eigenaar van het pand om maatregelen te nemen. Dat kan het ministerie van VROM zijn, maar ook een particuliere partij. Dirksen: ‘Je ziet dat bij particulieren de problemen minder spelen, daar zijn de gebouwen kleiner en moderner. De panden van de overheid zijn groter en verouderd. Daarnaast zijn de problemen toegenomen doordat men tegenwoordig in elke cel een douche heeft, alleen worden die niet zo vaak gebruikt. Hierdoor stroomt het water niet door en ontstaat er de kans dat legionellabacteriën zich ophopen. Eigenlijk kan het beste deze leidingen één keer in de zo veel tijd doorspoelen, maar dat gebeurt in de praktijk niet. Het is blijkbaar een probleem om een aantal cellen gelijktijdig leeg te maken en de douches door te spoelen.’

De verouderde gebouwen kampen daarnaast met het probleem dat hun leidingen niet geschikt zijn voor thermisch beheer. Dat wil zeggen dat het water in de leidingen niet constant de twintig of boven de 65 graden kan worden gehouden. Dat is van belang, omdat de legionellabacterie niet overleeft onder of boven deze temperaturen. Dirksen: ‘Leidingen liggen bijvoorbeeld vaak te dicht naast elkaar, waardoor ze elkaar afkoelen of opwarmen.’

Behalve doorspoelen zijn er nog andere technieken waarmee de bacterie uit het drinkwater kan worden geweerd. Dirksen wijst op de mogelijkheid om het koper of zilvergehalte in het water te verhogen: ‘Dat werkt veel langzamer en de effecten zijn nog niet bekend, dit mag alleen met toestemming van de overheid op proef gebeuren.’ Eerder waren er gevangenissen die chloorbleekloog aan het water toevoegden. Dirksen: ‘Dat weert Legionella, maar geeft een chloorsmaak aan het water. Dat mag daarom niet meer.’