• pag 8; Ron Brouwer denkt nog niet aan afscheid van de sector
19 oktober 2005
19 okt 2005

pag 8; Ron Brouwer denkt nog niet aan afscheid van de sector

Ron Brouwer’s fascinatie voor facility management

Per 1 december neemt hij afscheid als hoofdredacteur van Facility Management Magazine, maar dat impliceert niet dat Ron Brouwer het facilitaire werkveld de rug toekeert. Vier jaar geleden raakte hij namelijk in de ban van facility management, het vakgebied dat zich in een toenemend tempo ontwikkelt. ‘Daarom moet de facility manager zich blijvend informeren, anders dreigt hij door de feiten te worden ingehaald.’

Vier jaar. In die periode is Ron Brouwer het gezicht geweest van FMM, het toonaangevende blad op het gebeid van facility management. Over de reden van zijn vertrek wil hij niet uitweiden, maar het is duidelijk dat hij zich bij Arko heeft ontwikkeld tot deskundige op gebied van facility management.

Op een facilitaire achtergrond kan hij niet leunen. Maar liefst veertien jaar lang was hij docent Engels, voordat hij de redactievloer betrad. ‘Dat was op woensdag 2 januari 2002’, herinnert hij zich. ‘Ik begon als eindredacteur. De week daarop werden we plots overvallen door het schokkende nieuws dat hoofdredacteur Frans van Waardhuizen was overleden.’ Tijdelijk werd er een hoofdredacteur ad-interim aangesteld; begin 2003 nam Brouwer de scepter over. Hij had zich zowel het vak van bladenmaker eigen gemaakt als een goed zicht gekregen op het facilitaire werkveld. ‘In zeer korte tijd stelde ik vast dat facility management een haast verslavend vakgebied is.’

In vier jaar tijd heeft hij de ontwikkelingen, die facility management doormaakt, op de voet gevolgd en de verantwoordelijkheden van de facility manager zien toenemen. ‘Vandaar dat die steeds vaker aanschuift aan de directietafel. Toen ik begon bij FMM was die trend minder zichtbaar. Toen heerste bij directies zo’n beetje de opvatting die nu nog heerst in het architectenwereldje. Zo van: “met de gebouwbeheerder hoeven we nu nog geen rekening te houden”. Een foute beredenering. Al in de ontwerpfase moet de facility manager aan tafel zitten.’

Min of meer een logische constatering, wanneer je bekijkt dat steeds meer aan het primair proces ondersteunende taken en verantwoordelijkheden worden verweven in het facilitaire takenpakket. ‘Kijk naar de Shared Service Centers’, noemt Brouwer als voorbeeld, ‘dat in essentie een facilitair bedrijfsonderdeel is en waar de volledige dienstverlening vanuit een centrale plek wordt geregisseerd.’ Of dat een goede ontwikkeling is? Dat moet je per organisatie bekijken. Zo hebben veel financiële instellingen er al weer genoeg van, omdat ze de nadelen ervaren van het integreren van verschillende takken van sport.’

Nieuwe ontwikkeling

Brouwer ziet nu een nieuwe ontwikkeling binnen facility management ontstaan, die hij van harte toejuicht. ‘Toen ik begon als hoofdredacteur bij FMM, stonden met name de services centraal. Nu raakt facility management steeds meer geïntegreerd met vastgoed. Dat vind ik een goede zaak. Het komt het overzicht op het totale, levenscyclusgebonden gebouwbeheer ten goede. En het is gewoon onvermijdelijk dat vastgoed en facility management elkaar kruisen, wanneer de beheerstaken ter sprake komen. Ik durf zelfs te voorspellen dat de infrastructuur daarbij aan gaat haken. Parkmanagement is daar een voorbeeld van; dit kan worden beschouwd als een vorm van facility management waarbinnen ook het beheer van het bedrijventerreinen valt. Overigens vertoont ook de zorg een nadrukkelijke verbreding van de facilitaire mogelijkheden. En hoewel verpleeg- en verzorginstellingen noodgedwongen zullen blijven bestaan, zullen extramurale, individuele vormen van dienstverlening steeds verder toenemen.’

Facilitaire aanbieders spelen logischerwijs in op deze ontwikkelingen en verbreden hun pakketten voortdurend, zo merkt Brouwer op. ‘Maar het wil niet zeggen dat de regie bij hen moet liggen, want de facility manager is de leidende figuur. Hij heeft weliswaar niet altijd noodzakelijkerwijs de volledige kennis in huis, maar die kun je ook inkopen. Kennis kan ook overtollige ballast zijn.’

Brouwer meent wel dat menig facility manager nog een inhaalslag kan maken op het gebied van knowhow van producten. ‘Hij moet zich bliven ontwikkelen, onder meer door de ontwikkelingen in het vakgebied nauwlettend te blijven volgen. Zelfs met alle facilitaire vakbladen heb je niet alle informatie tot je beschikking.’ Wellicht komt daar dan weer de uitdaging voor Brouwer de hoek om kijken. ‘Klopt, ik wil het facilitaire werkveld dan ook niet verlaten. Het liefst keer ik terug in een communicatie-, opleidings-, beleids- of redactiefunctie.’



Mercuri Urval is een internationale adviesorganisatie

Het corporate gevoel van een sympathieke headhunter

Als je een interview hebt bij Mercuri Urval met Marcel L’Herminez, komen er spontaan drie vragen bovendrijven.

Coenen Concept bouwt tandartspraktijk in Veldhoven

‘Interieur draagt bij aan optimale dienstverlening 5504 Mondzorg’

‘Niets is onmogelijk’. Dat is het motto van Lars van Breukelen.

Mkb’ers ontdek het internationaal talent in de regio!

What about the spouses?

Eindhoven gloeit nog na van twee prachtige, drukbezochte evenementen: DDW en Glow. De regio leeft en bruist, bloeit en groeit, onderneemt en innoveert en de toekomst lacht ons tegemoet.

Wim van Wessel maakt Wesco toekomstbestendig

Eigenwijze visie en werkwijze werpen vruchten af in schoonmaakbranche

De schoonmaakbranche is volop in beweging.

De duidelijke meerwaarde van Ergon-medewerkers

‘Ik zou willen dat ik er meer kon aannemen’

Bij het horen van de naam Ergon, denken veel mensen al snel aan de schoffelaars in de gemeenteplantsoenen.

Meten is weten

Nul40 on- en offline mediabureau in Eindhoven

‘Onze klanten hebben altijd rechtstreeks contact met senior adviseurs’