• Schilders nonchalant met gevaarlijke verf<br />
02 oktober 2006
02 okt 2006

Schilders nonchalant met gevaarlijke verf

 Chapeau:

 FNV-bouwconsulent: problemen het grootst bij kleine bedrijven

 

Zes op de tien schilders gebruiken tegen beter weten in oplosmiddelhoudende verf binnenshuis. Een kwart gebruikt de gevaarlijke verf onder de druk van de baas, maar driekwart neemt het zelf niet zo nauw met de voorschriften. Dat is de uitkomst van een onderzoek van vakbondsconsulent Johan Weijenberg van FNV Bouw. Naar aanleiding van het onderzoek gaat FNV-Bouw een campagne starten om schilder bewuster te maken van de gevaren van oplosmiddelen.

Binnenschilders mogen sinds 2000 geen verf met vluchtige organische stoffen meer gebruiken. Van de 500 ondervraagde schilders blijkt 94% de gevaren van deze verf te kennen, desondanks gebruikt een meerderheid de gevaarlijke verf toch. Daarnaast gaf een kleine 40% aan niet alleen gereedschap, maar ook de handen schoon te maken met producten als thinner en terpentine waarin oplosmiddelen zitten. Als reden dat schilders het toch gebruiken wordt meestal aangevoerd dat alternatieve verfproducten niet voldoen of niet voorhanden zijn.

Nonchalance is in de ogen van Weijenberg de grootste boosdoener: 'Nonchalance in combinatie met loyaliteit aan de werkgever en de wil om goed werk te leveren. Daardoor kiezen schilders soms voor verboden middelen.' Een goed voorbeeld hiervan is volgens hem het ongeluk met thinner in het Catshuis. Daar gebruikte de schildersploeg in 2004 dit verboden oplosmiddel om een oude waxlaag van de houten vloer te krijgen. Dampen kwamen in aanraking met een waakvlam in de kamer ernaast, met als gevolg een grote brand en één dode schilder. Weijenberg: 'Dit incident intrigeerde mij en ik was er van overtuigd dat het voorval in het Catshuis niet op zich stond.' Het onderzoek onderschrijft zijn vermoeden. Drie kwart van de ondervraagden zegt ook binnenshuis de gevaarlijke verf te gebruiken. Dat is sinds 2000 verboden, daar aangetoond is dat oplosmiddelen de gezondheid van schilders aantasten. Medewerkers zouden last van geheugenverlies kunnen krijgen of longkanker.

Volgens Weijenberg zijn de problemen het grootst bij kleinere bedrijven, waar circa de helft van de schilders werkt. Volgens hem moet de Arbeidsinspectie extra letten op de kleinere schildersbedrijven. 'Dat gebeurt ook niet voldoende. De inspectie heeft aangegeven dat dit ook lastig is omdat deze kleine ondernemers zeer mobiel zijn. De ene dag doen ze een klus, de volgende dag zitten ze weer elders.' Weijenberg is blij met het voornemen van de vakbond werknemers gaat wijzen op hun eigen gedrag. 'Hoe de campagne er uit gaat zien, weet ik niet. Wat mij betreft is het net zo schokkend als de vuurwerkcamapgne van een paar jaar terug. Daar werd heel pijnlijk duidelijk gemaakt wat er gebeurt als je met vuurwerk speelt.'

Oplosmiddelvrij 

Daarnaast ziet de onderzoeker ook een rol weggelegd voor gebouwbeheerders en andere opdrachtgevers. Weijenberg: 'Het is natuurlijk mogelijk om in een bestek te laten vastleggen dat er alleen maar met oplosmiddelvrije verf mag worden gewerkt.' Oplosmiddelvrij werken is volgens hem inderdaad een tijdje populair geweest, maar daar komen opdrachtgevers nu op terug. Weijenberg: 'Vooral woningbouwverenigingen kiezen voor het buitenwerk voor verf op basis van oplosmiddelen. De praktijk heeft namelijk geleerd dat deze verflaag langer goed blijft.'

Weijenberg ondervroeg de schilders voor zijn afstudeerproject in sociaal juridische dienstverlening aan de Hanzehogeschool van Groningen. Hij voerde zijn afstudeerproject op persoonlijke titel uit. Aanleiding ervoor was de explosie in het Catshuis. De Hanzehogeschool nomineert zijn scriptie, die het cijfer 9 kreeg, voor haar scriptieprijs.