• 'Vastgoedeigenaren negeren risico's van leegstand'<br />
10 juli 2006
10 jul 2006

'Vastgoedeigenaren negeren risico's van leegstand'

'Vastgoedeigenaren negeren risico's van leegstand'

Chapeau: Remco van Olst, directeur leegstandbeheerder Camelot:

Remco van Olst, directeur van de Nederlandse tak van leegstandsbeheerder Camelot, is groot voorstander van de plannen van het ministerie van VROM om het kraken hard aan te pakken. Mogen eigenaren van kantoren nu hun pand nog een jaar leeg laten staan, in de toekomst moeten gebouwbeheerders alles in het werk stellen om leegstand tegen te gaan.

‘Wij zijn in 1992 in Nederland begonnen als een organisatie die gebouwbeheerders en antikrakers bij elkaar brachten. Nu doen we veel meer, we houden toezicht op de panden en doen aan onderhoud. Dat kan het vervangen van een gebroken ruit zijn, maar ook groenonderhoud. Wij spreken dan niet meer van antikraak activiteiten maar van leegstandsbeheer.

Op het moment dat de overheid eigenaren daadwerkelijk verplicht om actief aan leegstandsbeheer te doen en gelijktijdig het kraken verbiedt, betekent dat een stimulans voor onze markt. Immers, gebouwen mogen dan niet meer zo maar een jaar leeg staan. Dat is ook goed voor de gebouwen zelf. Je kan beter een levendig pand hebben dan een gebouw dat leeg staat. Veel vastgoedeigenaren hebben een vals gevoel van veiligheid. Zij denken er goed aan te doen om een pand een jaar leeg te laten staan. Zij negeren daarmee alle risico’s van leegstand.

Het is heel opvallend om te zien hoe snel een pand dan achteruit gaat. Er ontstaan snel lekkages, ruiten worden ingegooid en er ontstaan heel snel hangplekken voor jongeren. Al deze zaken kun je voorkomen door er iemand in te laten wonen. Bewoning schrikt vandalen af en zorgt ervoor dat het pand onderhouden blijft. Het is goedkoper dan het object onderdeel te laten zijn van een bewakingsronde, waarin iemand een keer in de zoveel tijd komt controleren. Daarnaast helpt het de woningnood tegen te gaan.

Ik zeg niet dat je daarmee de woningnood oplost. Als je kijkt naar de hoeveelheid leegstaande kantoorruimte in verhouding met de vraag naar woningen, kun je dit probleem niet oplossen door eenvoudigweg alle kantoren om te bouwen. Daarvoor staat er gewoon te weinig leeg. We merken wel dat er duidelijk vraag is naar leegstandsbeheer. Begon mijn baas ooit met niets in Nederland, nu zijn we een organisatie die bemiddelt in Belgie, Engeland, Ierland en binnenkort ook in Frankrijk zaken doet.

Voor de duidelijkheid, we richten ons op veel meer objecten dan kantoren alleen. We zoeken ook mensen die in kastelen willen wonen, of in oude fabrieken. We hadden onlangs zelfs een complex met een zwembad in ons beheer. We hebben dus eigenlijk twee soorten klanten, degenen die met leegstand kampen en mensen die woonruimte zoeken. Natuurlijk selecteren wij de toekomstige bewoners zorgvuldig. Het is immers nog altijd zo dat wij een wildvreemde in andermans eigendom plaatsen, dat vraagt zorgvuldigheid.

Er vindt een intensieve screening plaats waarbij aan de hand van allerlei criteria wordt beoordeeld of het voor de potentiële bewoner mogelijk is om via Camelot te wonen. Ons belangrijkste doel is dan ook gebouwbeheer en niet verhuur. Wij vragen dan ook geen huur, maar een bijdrage aan de servicekosten. Bewoners bouwen geen huurrechten op. Ze krijgen geen contract maar een bruikleenovereenkomst, waardoor ze ook weer snel een gebouw uit kunnen.’

Foto Camelot

Foto-onderschrift: Remco van Olst